Levensverzekering

Besluit van 9 october 1942, nr. 114

1. Winstuitkeringen op kapitaals- en lijfrenteverzekeringen

Indien door de verzekeraar winst wordt uitgekeerd op een polis waarbij zowel kapitaal als een lijfrente wordt uitgekeerd zal in verband met het bepaalde in artikel 4, lid 2, van de Uitvoeringsresolutie Inkomstenbelasting 1941 splitsing nodig zijn.

Indien de verzekeraars zich tegenover de polishouder verantwoord achten er een vaste gewoonte van te maken, de winstsplitsing uit te voeren evenredig met de premiesplitsing, kan deze splitsingsmethode worden aanvaard.

2. Winst niet in contanten uitgekeerd

Een aandeel in de winst kan eerst dan geacht worden te zijn genoten, indien het door de maatschappij is uitgedeeld, m.a.w. indien de voor uitdeling bestemde winst, welke wordt toegevoegd aan het waarborgfonds, door die toevoeging het vermogen van de maatschappij ook verlaat. Indien weliswaar dadelijk een berekening plaats vindt, waarbij aan elke polis een deel wordt toebedacht, de uitkomst van die berekening aan de polishouder wordt medegedeeld en om de 5 jaren rente en rente van rente wordt bijgeschreven, behoeft dit nog niet te leiden tot de conclusie, dat een uitdeling heeft plaatsgevonden. Al deze verrichtingen toch kunnen niet meer zijn dan een rekenkundige voorbereiding voor de later (bij het eindigen van de verzekering, of bij het bereiken door de verzekerde van de vereiste leeftijd) te doene uitdeling. Deze uitdeling staat op het tijdstip van berekening nog geenszins vast, omdat in geval van verliesjaren het verlies der maatschappij op het waarborgfonds wordt verhaald.

Indien de feitelijke toestand van dien aard is, dat in de toevoeging aan het waarborgfonds of in de bijschrijving op de aandelen in zulke fondsen wel een uitdeling moet worden gezien, zullen de moeilijkheden niet zo groot zijn als u meent. De bijschrijvingen toch plegen plaats te vinden om de 5 jaren, zodat de maatschappij slechts eens in de 5 jaren opgave heeft te doen aan de polishouders van:

1. het winstaandeel, eventueel gesplitst in een deel betrekking hebbende op de lijfrenteverzekering en het restant;

2. de bijgeschreven rente.

Indien de winstsplitsing op de onder de vorige vraag bedoelde eenvoudige wijze geschiedt, zullen de werkzaamheden vrij gering zijn.

De Wnd. Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën,

Noot 1. Zie de rose aanschrijving IB 312.

Noot 2. Deze brief was verwerkt in B.i.b. no. 7760.