Omzetting artikel 19 (oud) of 44j (oud) stamrecht in artikel 45, 1e lid, onderdeel g, Wet IB lijfrente

Besluit van 22 december 1999, nr. DB99/4078

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

In het besluit van 15 november 1993, nr. DB93/4658M, V-N 1994, blz.159, punt 16, wordt goedgekeurd dat de sanctie van artikel 23a (oud) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: wet VPB) dan wel de sanctie van artikel 59a (oud) van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: wet IB) achterwege kan blijven bij omzetting van een levenslang stamrecht dat is bedongen met toepassing van artikel 19 (oud) of artikel 44j (oud) van de wet IB in een tijdelijke oudedags- en/of overbruggingslijfrente als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g, ten derde en ten vierde van de wet IB. Het betreft een omzetting waarbij een beroep wordt gedaan op toepassing van het wettelijke regime zoals dat luidt vanaf 1 januari 1992. In het besluit van 20 november 1998, nr. DB98/1551M, BNB1999/14, wordt een goedkeuring verleend voor het achterwege laten van de hiervoor genoemde sanctiebepalingen bij de omzetting van dergelijke stamrechten terwijl het voor 1 januari 1992 geldende recht van toepassing blijft.

Omzetting in tijdelijke nabestaandenlijfrente

Aan mij is de vraag voorgelegd of de werking van de hiervoor genoemde besluiten beperkt is tot de omzetting van levenslange stamrechten in tijdelijke oudedags- en/of overbruggingslijfrenten; is het mogelijk dergelijke stamrechten ook om te zetten in bijvoorbeeld tijdelijke nabestaandenlijfrenten?

Ik heb op deze vraag geantwoord dat de omzetting van een met toepassing van artikel 19 (oud) of artikel 44j (oud) van de wet IB bedongen "levenslang" stamrecht in een tijdelijke nabestaandenlijfrente, al dan niet gecombineerd met een tijdelijke oudedagslijfrente en/of overbruggingslijfrente, onder de goedkeurende werking van de eerder genoemde besluiten valt.

Gelet op het voorgaande geldt derhalve het volgende:

A. Omzetting waarbij de regels gelden zoals deze luidden vanaf 1 januari 1992

Bij omzetting van een met toepassing van artikel 19 (oud) of artikel 44j (oud) van de wet IB bedongen stamrecht in een tijdelijke oudedagslijfrente, een tijdelijke overbruggingslijfrente of een tijdelijke nabestaandenlijfrente dan wel een combinatie daarvan, onder toepassing van de regels zoals deze gelden vanaf 1 januari 1992, kan toepassing van de sanctiebepalingen van artikel 23a (oud) van de wet VPB dan wel 59a (oud) van de wet IB achterwege blijven. Door de werking van artikel 25, dertiende lid, van de wet IB wordt de bij omzetting verkregen lijfrente beschouwd als een stamrecht waarop artikel 19 (oud) of artikel 44j (oud) van de wet IB is toegepast. Gelet op artikel 80b van de wet IB blijven de sanctiebepalingen van artikel 59a (oud) van de wet IB en artikel 23a (oud) van de wet VPB van toepassing.

B. Omzetting waarbij de regels zoals deze luidden voor 1 januari 1992

Bij omzetting van een met toepassing van artikel 19 (oud) of artikel 44j (oud) van de wet IB bedongen stamrecht in een tijdelijke oudedagslijfrente, een tijdelijke overbruggingslijfrente of een tijdelijke nabestaandenlijfrente dan wel een combinatie daarvan onder toepassing van de regels zoals deze luidden voor 1 januari 1992, kan toepassing van de sanctiebepalingen van artikel 23a (oud) van de wet VPB dan wel 59a (oud) van de wet IB achterwege blijven. Gelet op artikel 80b van de wet IB blijven de sanctiebepalingen van artikel 59a (oud) van de wet IB en artikel 23a (oud) van de wet VPB van kracht. De omzetting als bedoeld onder B wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden:

1. De omzetting van het levenslange stamrecht in een tijdelijke lijfrente vindt plaats op zakelijke basis, zulks ter beoordeling van de bevoegde inspecteur.

2. Voor de toepassing van artikel 75 van de wet IB wordt de nieuwe lijfrente beschouwd als een op 15 oktober 1990 bestaande overeenkomst die met betrekking tot de premies nadien niet is verhoogd dan wel een op 31 december 1991 bestaande overeenkomst ter zake waarvan na die datum geen premies meer zijn voldaan.

3. De nieuwe lijfrente wordt aangemerkt als een stamrecht waarop artikel 19 dan wel artikel 44j van de wet IB, zoals deze artikelen luidden op 31 december 1991, is toegepast. Indien tevens overdracht van de verplichting plaatsvindt, wordt de overnemende verzekeraar voor de toepassing van artikel 23a van de wet VPB dan wel artikel 59a (oud) van de wet IB, beschouwd als degene van wie het desbetreffende stamrecht is bedongen.

4. De nieuwe lijfrente voldoet aan de eisen van artikel 45, eerste lid, onderdeel g, ten tweede, ten derde of ten vierde, van de wet IB, en voldoet overigens aan de voorwaarden van artikel 19 (oud) dan wel artikel 44j (oud) van de wet IB, zoals die artikelen luidden op 31 december 1991.

5. Ter zake van de omzetting wordt geen aftrek op het inkomen toegepast.

6. De belastingplichtige verklaart zich binnen een door de inspecteur te stellen termijn akkoord met de onder punt 2 t/m 5 genoemde voorwaarden.

7. De verzekeraar verklaart zich binnen een door de inspecteur te stellen termijn akkoord met de voorwaarde genoemd onder punt 3.

Verzoek

Verzoeken inzake de hiervoor onder A en B genoemde omzettingen dienen te worden voorgelegd aan de inspecteur die bevoegd is tot vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen van belastingplichtige. De desbetreffende inspecteur is gemachtigd goed te keuren dat belastingheffing ter zake van de hiervoor genoemde omzettingen achterwege blijft onder de hiervoor genoemde voorwaarden.

Omzetting: eerder in aanmerking genomen stamrechtvrijstelling

De in dit besluit opgenomen goedkeuring is niet van toepassing indien de omzetting tot gevolg heeft dat - achteraf bezien - een te hoge stamrechtvrijstelling is genoten.

Voorbeeld:

X heeft in 1991 zijn onderneming gestaakt op de leeftijd van 48 jaar. Hij heeft met toepassing van artikel 19 (oud) van de wet IB een bedrag van f 317.290 ten laste van de winst kunnen brengen omdat het een stamrecht betreft waarvan de aan de X toekomende uitkeringen dadelijk zijn ingegaan: artikel 19 (oud), 2e lid, onder b ten tweede, van de wet IB.

Op de omzetting in een tijdelijke lijfrente waarvan de uitkeringen zijn uitgesteld is de goedkeuring zoals opgenomen in dit besluit niet van toepassing; als namelijk direct een stamrecht was bedongen waarvan de uitkeringen waren uitgesteld had "slechts" een bedrag van f 158.647 ten laste van de winst kunnen worden gebracht.

Intrekking besluiten DB93/4658M en DB98/1551M

Het besluit van 15 november 1993, nr. DB93/4658M en het besluit van 20 november 1998, nr. DB98/1551 (nr. 1.54.15) zijn met ingang van heden ingetrokken.

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen,

MW. MR. J. THUNNISSEN.