Aansprakelijkheid verzekeraars (geldig vanaf 1 januari 2001 t/m 31 december 2001)

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

Besluit van 30 mei 2001, nr. CPP2001/1392M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd ten opzichte van de regelingen die golden voor de toepassing van de Wet IB 1964: het besluit van 23 februari 1993, nr. CA/93, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 15 april 1993, nr. CA93/73, onderdeel B 12 van de speciale uitgave van Infobulletin van mei 1994 inzake Vragen en antwoorden Brede Herwaardering en de onderdelen B 63 en B 64 van het besluit van 30 maart 1998, nr. DB98/1230M, zoals laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 1 juli 1998, nr. DB98/2375M.

Nieuw is de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling van de verzekeraar van een verplicht beroepspensioen, de verzekeraar van een arbeidspensioen en de verzekeraar van een kapitaalverzekering eigen woning. Deze wijzigingen vloeien voort uit de Wet IB 2001 en de naar aanleiding daarvan gewijzigde Invorderingswet 1990.

1. Inleiding

a. Negatieve uitgaven voor een inkomensvoorziening

Ingevolge de artikelen 3.133, 3.135 en 3.136 van de Wet IB 2001 kunnen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen. Het gaat hierbij om:

- bepaalde handelingen met betrekking tot lijfrenten of periodieke uitkeringen als bedoeld in artikel 3.124 waarvoor premies in aftrek op het inkomen zijn gebracht;

- bepaalde handelingen met betrekking tot (verplichte) beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001;

- emigratie van een verzekeringnemer van, dan wel de gerechtigde tot, een hiervoor genoemde lijfrente, periodieke uitkering of beroepspensioenregeling.

Gedacht kan worden aan handelingen zoals afkoop, vervreemding, bepaalde wijzigingen van de aanspraak, de aanspraak wordt voorwerp van zekerheid (bij voorbeeld vestiging pandrecht) en de overgang van een lijfrenteverplichting naar een buitenlandse verzekeraar. Opgemerkt dient te worden dat bij emigratie niet (meer) geldt dat pas negatieve uitgaven in aanmerking worden genomen indien de in aftrek gebrachte premies f 100.000 of meer hebben bedragen.

b. Arbeidspensioen: de aanspraak wordt tot het loon gerekend

Ingevolge de artikelen 3.83 en 7.2 van de Wet IB 2001 en artikel 19b, eerste en tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de Loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) kan een aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot het loon worden gerekend. Gedacht kan worden aan de situatie waarbij de werknemer of gewezen werknemer, of na zijn overlijden een gerechtigde, emigreert. Ook kan worden gedacht aan de situatie waarbij waardeoverdracht plaatsvindt van het pensioenkapitaal aan een zogenoemde niet erkende buitenlandse verzekeraar, bij voorbeeld in verband met een aanvaarding van een dienstbetrekking in het buitenland terwijl de desbetreffende werknemer (nog) niet emigreert. Tevens kan worden gedacht aan handelingen als afkoop en vervreemding van de aanspraak.

c. Kapitaalverzekering eigen woning; emigratie

Ingevolge artikel 3.116, vierde lid van de Wet IB 2001 wordt, indien de verzekeringnemer dan wel onherroepelijk begunstigde emigreert, de kapitaalverzekering geacht op het onmiddellijk daaraan voorafgaand moment tot uitkering te zijn gekomen. Daarbij wordt de uitkering gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de verzekering. Op deze fictieve uitkering kan de vrijstelling van artikel 3.118 van de Wet IB 2001 van toepassing zijn; voor zover echter een positief inkomensbestanddeel in aanmerking dient te worden genomen, zal dit leiden tot een conserverende aanslag.

2. Aansprakelijkheid verzekeraars

a. Aansprakelijkheid verzekeraar ter zake van belasting en revisierente verschuldigd als gevolg van negatieve uitgaven

Ingevolge artikel 44a van de Invorderingswet is de verzekeraar van aanspraken als bedoeld in de artikelen 3.124 (lijfrenten en periodieke uitkeringen) en 1.7, tweede lid, onder b (verplichte beroepspensioenen), van de Wet IB 2001 aansprakelijk voor de op grond van de artikelen 3.133, 3.135 dan wel 3.136 van de Wet IB 2001 verschuldigde belasting alsmede voor de ingevolge artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband daarmede verschuldigde revisierente. Daarnaast kan de aansprakelijkheid zich uitstrekken tot de verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

b. Aansprakelijkheid verzekeraar van een arbeidspensioen als bedoeld in artikel 19b, eerste en tweede lid, eerste volzin, van de Wet LB of artikel 3.83, eerste en tweede lid, dan wel artikel 7.2 van de Wet IB 2001

Ingevolge artikel 44b van de Invorderingswet is de verzekeraar van een pensioenaanspraak die tot het loon wordt gerekend met toepassing van artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin van de Wet LB, of artikel 3.83, eerste of tweede lid, dan wel artikel 7.2, achtste lid, van de Wet IB 2001, aansprakelijk voor de ter zake door de gerechtigde verschuldigde belasting, alsmede voor de revisierente. Daarnaast kan de aansprakelijkheid zich uitstrekken tot de verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

c. Aansprakelijkheid verzekeraar ter zake van belasting en heffingsrente verschuldigd bij een kapitaalverzekering eigen woning als gevolg van emigratie

Ingevolge artikel 44c van de Invorderingswet is de verzekeraar van een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 3.116 van de Wet IB 2001, die geacht wordt tot uitkering te zijn gekomen als gevolg van emigratie van de verzekeringnemer (dan wel de onherroepelijk begunstigde), aansprakelijk voor de ter zake verschuldigde belasting. Daarnaast kan de aansprakelijkheid zich uitstrekken tot de verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

3. Mededeling aansprakelijkheid

De verzekeraar die op grond van de artikelen 44a, 44b en 44c van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk is, dient daarvan in kennis te worden gesteld. De competente inspecteur stelt de verzekeraar zo snel mogelijk nadat zijn aansprakelijkheid is ontstaan in kennis van de aansprakelijkheid. Daarbij vermeldt de inspecteur het maximale bedrag waarvoor de verzekeraar aansprakelijk is. De aansprakelijkheid is nooit hoger dan de waarde van de aanspraak in het economisch verkeer.

Met de competente inspecteur wordt hier de inspecteur bedoeld die bevoegd is ten aanzien van de belastingplichtige bij wie de toepassing van artikel 3.133, 3.135, 3.136, 3.83, eerste of tweede lid, 7.2, achtste lid, 3.116, vierde lid van de Wet IB 2001, of artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin, van de Wet LB heeft plaatsgevonden.

In het geval er jaarlijks een (aangepaste) conserverende aanslag aan de belastingplichtige moet worden opgelegd, zoals bijvoorbeeld bij een overgang van een lijfrenteverplichting aan een niet in Nederland gevestigde verzekeraar (artikel 3.133 Wet IB 2001), dan wordt de verzekeraar van de wijziging van de aansprakelijkheid op de hoogte gesteld.

De competente inspecteur maakt voor de kennisgeving gebruik van de bij dit besluit opgenomen modelbrieven. Hij bewaart een afschrift van de kennisgeving en de eventuele wijzigingen daarop in het entiteitendossier van de belastingplichtige.

4. Uitvoering aansprakelijkstelling


De ontvanger zal zich in beginsel eerst verhalen op vermogensbestanddelen van de belastingschuldige voordat hij overgaat tot uitwinning ten laste van de verzekeraar. Pas nadat de belastingschuldige in gebreke is - hetgeen het geval is wanneer de belastingschuld niet voldaan is binnen de voor de aanslag geldende betalingstermijn of, bij toepassing van artikel 10 van de Invorderingswet, terstond - vindt aansprakelijkstelling plaats.

5. Verzoek tot vrijwaring

Het komt regelmatig voor dat verzekeraars een verzoek tot vrijwaring aan de Belastingdienst richten.

Pas nadat de ter zake van de afkoop door belastingplichtige verschuldigde belasting - inclusief revisierente - is voldaan en de desbetreffende aanslag onherroepelijk vaststaat, kan vrijwaring worden verleend aan de desbetreffende verzekeringsmaatschappij.

6. Vragen en antwoorden

a. Aansprakelijkheid verzekeraars in alle gevallen? Doelmatigheidsgrens

Vraag

Indien een verzekeringsnemer zijn lijfrente afkoopt, worden bij hem op grond van artikel 3.133 van de Wet IB 2001 negatieve uitgaven voor een inkomensvoorziening in aanmerking genomen. Bovendien wordt revisierente in rekening gebracht op grond van artikel 30i AWR en is de verzekeraar op grond van artikel 44a van de Invorderingswet aansprakelijk voor het bedrag van de belasting die is verschuldigd ter zake de afkoop alsmede voor het bedrag aan verschuldigde revisierente. Geldt de aansprakelijkheid van de verzekeraar ongeacht de hoogte van het bedrag aan verschuldigde belasting?

Antwoord

Uit doelmatigheidsoverwegingen is in hoofdstuk VI, artikel 49, paragraaf 2.3, van de Leidraad Invordering 1990 (ingevoerd bij Besluit van 27 juni 1995, AFZ95/2456M, gewijzigd bij Ministeriële regeling van 22 december 2000, nr. RTB 2000/3316M, Stcrt. 2000, 251) opgenomen dat de verzekeraar, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aansprakelijk zal worden gesteld als de door de afkoop opgeroepen belastingschuld een bedrag van f 2.500 niet overtreft. Van een bijzondere omstandigheid is sprake als de afkoop plaatsvindt op instigatie van de verzekeringsmaatschappij.

b. Doelmatigheidsgrens; voor belasting en revisierente?

Vraag

Zie vraag a. Hoe moet de passage "indien de belastingschuld ter zake van de afkoop f 2.500 of minder bedraagt" uit hoofdstuk VI, paragraaf 2.3, van de Leidraad Invordering 1990 uitgelegd worden?

Moet hierbij belastingschuld gelezen worden als uitsluitend de ter zake van de afkoop te heffen inkomstenbelasting of behoort ook de revisierente tot de belastingschuld?

Antwoord

De doelmatigheidsgrens van f 2.500 geldt voor het bedrag van de verschuldigde inkomstenbelasting en de revisierente tezamen.

c. Aansprakelijkheid verzekeraar na omzetting lijfrente

Vraag

In artikel 3.134, eerste lid, van de Wet IB 2001 is voorzien in de mogelijkheid om een lijfrente als bedoeld in artikel 3.124 en 3.125 om te zetten in een ander zodanig recht, waarna de tweede lijfrente wordt beschouwd als een voortzetting van de eerste. Heeft dit tot gevolg dat de eerste verzekeraar aansprakelijk is voor de belasting en de revisierente die verschuldigd wordt als gevolg van het in aanmerking nemen van negatieve uitgaven in geval van bijvoorbeeld afkoop in de periode dat de tweede verzekeraar contractspartij is?

Antwoord

Nee. De verzekeraar op het moment waarop negatieve uitgaven in aanmerking worden genomen is aansprakelijk.

7. Overgangsrecht

Ingevolge de Invoeringswet Wet IB 2001, Hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel T, worden met betrekking tot een recht op periodieke uitkeringen waarop artikel 75, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet IB 1964) niet of niet meer van toepassing is, de ter zake van dat recht betaalde premies die als persoonlijke verplichtingen of als premies voor aanspraken als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomstenbelasting 1964, in aanmerking konden worden genomen, voor de toepassing van afdeling 3.8 van de Wet IB 2001 aangemerkt als uitgaven voor een inkomensvoorziening. Concreet betekent dit dat op aanspraken die tot stand zijn gekomen na 1 januari 1992 dan wel na die datum niet meer de eerbiedigende werking van artikel 75 van de Wet IB 1964 genieten, het regime van de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen onverkort van toepassing is.

In de invoeringswet Wet IB 2001 is geen overgangsregeling getroffen ter zake van de wijziging van de aansprakelijkheid van verzekeraars van (op 31 december 2000 reeds bestaande) arbeids- of beroepspensioenregelingen. Dit brengt mee dat artikel 44a en 44b, van de Invorderingswet zoals deze bepalingen luiden op 1 januari 2001, ook van toepassing zijn op aanspraken die tot stand zijn gekomen voor genoemde datum.

8. Ingangsdatum


Het besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Bijlage 1

Model Lijfrente/verplichte beroepspensioenregeling

 

[Naam verzekeringsmij/uitvoerder verplichte beroepspensioenregeling]
[adres]
[postcode] [plaats]

Betreft: Mededeling aansprakelijkheid ingevolge artikel 44a van de Invorderingswet 1990.

Geachte heer/mevrouw,

Blijkens de mij bekende gegevens heeft [naam verzekeringnemer/gerechtigde beroepspensioen] onder nummer [nr. lijfrentepolis] bij u een lijfrentepolis afgesloten/ deelgenomen aan een verplichte beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Ten aanzien van deze polis/aanspraak heeft zich het volgende voorgedaan: [vul in: een van de onderdelen van artikel 3.133, 3.135 of 3.136 de Wet IB 2001].

Op grond van het bepaalde in artikel 3.133/3.135/3.136/ van de Wet IB 2001 [doorhalen hetgeen niet van toepassing] juncto artikel 44a van de Invorderingswet 1990 deel ik u mede dat u aansprakelijk bent voor de door genoemde verzekeringnemer/gerechtigde ter zake verschuldigde belasting alsmede voor de op grond van artikel 30i, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verschuldigde revisierente en de ter zake verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

Het bedrag, waarvoor u aansprakelijk kunt worden gesteld is f [bedrag] (exclusief invorderingsrente).

Een daadwerkelijk beroep op uw aansprakelijkheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 e.v. van de Invorderingswet 1990 zal niet eerder worden gedaan, dan nadat is gebleken dat vorenbedoelde belastingschuldige niet aan zijn betalingsverplichting voldoet c.q. kan voldoen.

Hoogachtend,

De inspecteur

Bijlage 2

Model Arbeidspensioen

[Naam verzekeringsmij/uitvoerder pensioenregeling]
[adres]
[postcode] [plaats]

betreft: Mededeling aansprakelijkheid ingevolge artikel 44b van de Invorderingswet 1990.

Geacht heer/mevrouw,

Blijkens de mij bekende gegevens heeft [(gewezen)werknemer/gerechtigde arbeidsspensioen] bij u deelgenomen aan een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Ten aanzien van deze aanspraak heeft zich het volgende voorgedaan: [vul in: een van de omstandigheden als bedoeld in artikel 19b, eerste of tweede lid van de Wet LB, artikel 3.83, eerste of tweede lid, dan wel artikel 7.2, achtste lid van de Wet IB 2001]

Op grond van het bepaalde in artikel 44b van de Invorderingswet 1990 deel ik u mede dat u aansprakelijk bent voor de door genoemde gerechtigde ter zake verschuldigde belasting alsmede voor de op grond van artikel 30i, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verschuldigde revisierente en de ter zake verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

Het bedrag, waarvoor u aansprakelijk kunt worden gesteld is f [bedrag] (exclusief invorderingsrente).

Een daadwerkelijk beroep op uw aansprakelijkheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 e.v. van de Invorderingswet 1990 zal niet eerder worden gedaan, dan nadat is gebleken dat vorenbedoelde belastingschuldige niet aan zijn betalingsverplichting voldoet c.q. kan voldoen.

Hoogachtend,

De inspecteur

 

Bijlage 3

Model Kapitaalverzekering eigen woning


[Naam verzekeringsmij]
[adres]
[postcode] [plaats]

betreft: Mededeling aansprakelijkheid ingevolge artikel 44c van de Invorderingswet 1990.

Geacht heer/mevrouw,

Blijkens de mij bekende gegevens heeft [naam verzekeringnemer] onder nummer [nr. polis] bij u een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 3.116 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 afgesloten. Ten aanzien van deze polis heeft zich het volgende voorgedaan: ingevolge emigratie van de verzekeringnemer/onherroepelijk begunstigde [doorhalen hetgeen niet van toepassing is] is met toepassing van artikel 3.116, vierde lid van de Wet IB 2001 een conserverende aanslag opgelegd.

Op grond van het bepaalde in artikel 44c van de Invorderingswet 1990 deel ik u mede dat u aansprakelijk bent voor de door genoemde verzekeringnemer/gerechtigde ter zake verschuldigde belasting alsmede voor de ter zake verschuldigde heffings- en invorderingsrente.

Het bedrag waarvoor u aansprakelijk kunt worden gesteld is f [bedrag] (exclusief invorderingsrente).

Een daadwerkelijk beroep op uw aansprakelijkheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 e.v. van de Invorderingswet 1990 zal niet eerder worden gedaan, dan nadat is gebleken dat vorenbedoelde belastingschuldige niet aan zijn betalingsverplichting voldoet c.q. kan voldoen.

Hoogachtend,

De inspecteur

Terug naar indexpagina Terug naar besluitenpagina 2001 Terug naar overzicht Besluiten Invordering en Formeel recht Naar volgende besluit
(Besluit Aansprakelijkheid verzekeraars 2002)