.

Fiscale Site Leven - NIEUWS

15 september 2018
Op 10 september 2018 is de digitale Rekenhulp Lijfrentepremie 2018 ‘live’ gegaan en is online beschikbaar gesteld op de website van de Belastingdienst. De digitale Rekenhulp Lijfrentepremie is vanaf belastingjaar 2016 in een nieuw format c.q. “online jasje” gestoken. Belastingplichtigen hebben nu nog ruim drie maanden de tijd om hun aftrekruimte voor 2018 te bepalen en te beslissen of ze wel of geen bedragen zullen storten in hun lijfrenteproduct. Voor berekening van de aftrekruimten voor jaren gelegen vóór 2016 kan gebruik worden gemaakt van een afzonderlijke digitale rekenhulp.
De Rekenhulp Lijfrentepremie is direct toegankelijk gemaakt
via de programmapagina van deze site.

Bron: www.belastingdienst.nl

6 april 2018
Medio augustus 2018 is de PDF-versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 van de Belastingdienst gepubliceerd. In deze nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels voor het inhouden en betalen van de loonheffingen vanaf 1 januari 2019. Zo vindt u daarin onder meer informatie over de nieuwe AOW-leeftijd per die datum, als ook nadere informatie over de afkoopkorting bij afkoop van pensioen in eigen beheer in 2019. Vandaag is het handboek geplaatst op de website van Fiscaal leven.
Het integrale PDF-document is direct te downloaden van de renseignerings- en inhouding LB-pagina van deze website.

Bron: www.belastingdienst.nl/loonheffingen

9 september 2018
Op 18 juli 2018 zijn op www.belastingdienstpensioensite.nl (website van het CAP van de Belastingdienst) diverse V&A's van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting over de fiscale behandeling van compensatie bij afkoop of omzetten in ODV van PEB. Vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 is het mogelijk om het in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak volledig af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Bij volledige afkoop of omzetting in een ODV kan de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de bij het eigenbeheerlichaam tegenover die aanspraak staande pensioenverplichting op het moment van prijsgeven. Indien de dga een partner in de zin van artikel 1 Pensioenwet heeft, is prijsgeven alleen toegestaan na schriftelijke instemming van de partner. Een eventuele gewezen partner van de dga moet schriftelijk instemmen met het prijsgeven indien deze gewezen partner een (afgeleid) recht heeft op een deel van de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken. Ingeval het in eigen beheer verzekerde pensioen wordt afgekocht of omgezet in een ODV kan aan de (gewezen) partner een passende compensatie worden geboden voor het verlies van rechten als gevolg van de uitfasering (partnerpensioen bij overlijden en het recht op verevening van ouderdomspensioen bij scheiden). De compensatie kan bestaan uit een uitkering ineens of een voorwaardelijke uitkering. In de gepubliceerde V&A's gaat de kennisgroep in op de vraag of een dergelijke compensatie aan de (gewezen) partner leidt tot een belastbare aangewezen periodieke uitkering op grond van de artikelen 3.101 en 3.102 Wet IB 2001 en/of dit leidt tot een aftrekbaar bedrag op grond van artikel 6.3 Wet IB 2001.
De VenA's zijn direct te raadplegen en tevens te downloaden van de FAQ's en helpdeskvragenpagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienstpensioensite.nl

9 september 2018
Op 26 juni 2018 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan (BK 17/00951) in een procedure waarbij in geschil was of de inspecteur bij afzonderlijke beschikking tot een juist bedrag revisierente in rekening heeft gebracht bij afkoop van een gerichte lijfrente. De afgekochte lijfrente is afgesloten in 1995 (Brede Herwaardering) en is ingegaan per 1 januari 1996. Naar het oordeel van het Hof oordeel heeft de inspecteur terecht 20% aan revisierente in rekening is gebracht omdat ten tijde van de afkoop de lijfrente ouder was dan 10 jaar, zodat de zogenoemde tegenbewijsregeling van artikel 30i, lid 3, AWR niet van toepassing is. De uitspraak is op 27 juli 2018 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

8 september 2018
Op 20 juni 2018 heeft het Hof Den Haag uitspraak gedaan (BK 17/00646) in één van de vier proefprocedures inzake rond 1 januari 1992 tot stand gekomen kapitaalverzekeringen. Tijdens de zitting is vast komen te staan dat de onderhavige kapitaalverzekering in civielrechtelijke zin pas tot stand is gekomen in 1992. Belanghebbende betoogt dat de kapitaalverzekering op grond van het gelijkheidsbeginsel moet worden geacht vóór 1 januari 1992 tot stand te zijn gekomen, zodat deze onder de eerbiedigende werking van artikel 76 Wet IB 1964 (tekst 2000) valt. Het Hof oordeelt in de eerste plaats dat de vraag of sprake is van gelijke gevallen moet worden beantwoord vanuit het perspectief van de betrokken wettelijke regeling. De omstandigheid dat de kapitaalverzekering civielrechtelijk al dan niet na aanvaarding van een openbaar aanbod tot stand is gekomen, is vanuit het perspectief van artikel 76 Wet IB 1964 niet relevant. Gelet hierop zijn de door belanghebbende vergeleken gevallen rechtens en feitelijk gelijk. Het Hof oordeelt voorts dat sprake is van begunstigend beleid, aangezien het gevoerde beleid in strijd met de doelstelling van artikel 76 Wet IB 1964 tot gevolg heeft dat de eerbiedigende werking van dat artikel ook ten deel valt aan kapitaalverzekeringsovereenkomsten waarvan vaststaat dat deze civielrechtelijk op 31 december 1991 nog niet bestonden. Het Hof is tot slot van oordeel dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het uit het begunstigende beleid voortvloeiende verschil in behandeling ontbreekt. Het Hof acht het hoger beroep gegrond. De uitspraak is op 19 juli 2018 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

8 september 2018
Op 15 juni 2018 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (18/00550) in een zaak waarbij een belanghebbende in cassatie is gekomen tegen de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 3 januari 2018. Voor het Hof was in geschil of de in de uitkering uit de kapitaalverzekering begrepen rentecomponent in casu terecht in de heffing is betrokken. De Hoge Raad stelde het Hof in het gelijk en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond (art. 81 Wet RO). Het arrest is gepubliceerd op 15 juni 2018.
Het arrest is te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

7 september 2018
Op 26 april 2018 heeft het Hof Den Bosch uitspraak gedaan (AWB 16/3586) in een procedure waarbij het volgende speelde. Belanghebbende Y woont in Amerika en heeft in het jaar 2012 een overbruggingslijfrente-uitkering ontvangen van Aegon Levensverzekering N.V. Y stelt zich op het standpunt dat bij hem het in rechte te beschermen vertrouwen is gewekt dat deze uitkering in het jaar 2012 niet in de IB/PVV-heffing betrokken zou worden. Y heeft door middel van een klachtenbrief uitdrukkelijk en gemotiveerd bij de inspecteur aan de orde gesteld dat hij de in het jaar 2008 genoten lijfrente-uitkering niet in de aangifte IB/PVV 2008 heeft opgenomen. Naar het oordeel van het Hof kon de omstandigheid dat de inspecteur desondanks de aangifte IB/PVV 2008 en de aangiften IB/PVV 2009, 2010 en 2011 – waarin de lijfrente-uitkeringen eveneens niet aangegeven waren – heeft gevolgd bij Y de in rechte te beschermen indruk wekken dat deze gedragslijn berustte op een bewuste standpuntbepaling. Voorts overweegt het Hof dat de aan Y opgelegde aanslag IB/PVV 2012 overeenkomstig de regeling ter voorkoming van dubbele belasting zoals opgenomen in de nationale regelgeving en het belastingverdrag is vastgesteld. De uitspraak is 18 juli 2018 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is te downloaden van de rechtspraakpagina IB staking/winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

7 juli 2018
Per 1 januari 2017 zijn de tijdklemmen voor een KEW, SEW, BEW en een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering (BHW-kapitaalverzekering) komen te vervallen voor een aantal specifieke situaties. Per 1 april 2017 zijn de tijdklemmen via een wettelijke bepaling voor alle situaties van voortijdige afkoop van een KEW, SEW en BEW komen te vervallen. Via het beleidsbesluit 2017-81019 van 15 mei 2017 zijn de tijdklemmen ook voor alle situaties van voortijdige afkoop van een BHW-kapitaalverzekering komen te vervallen. In de op 3 juli 2018 op belastingdienst.nl gepubliceerde V&A-set zijn vragen en antwoorden over het vervallen van de tijdklemmen in allerlei situaties opgenomen. Ook bevat de set vragen en antwoorden over de gewijzigde wet- en regelgeving per 1 januari 2017 en 1 april 2017 met betrekking tot genoemde spaarproducten. De V&A-set is een (eerste) herdruk van de op 16 november 2017 gepubliceerde, oorspronkelijke, versie en bevat een aantal nieuwe antwoorden op veelvoorkomende praktijkvragen, maar ook enige verduidelijkingen ten opzichte van de eerste versie.
De VenA-set is direct te raadplegen
via de helpdeskvragenpagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienst.nl/

4 juli 2018
De afgelopen maand is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

16 juni 2018
Op 5 april 2018 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan (AWB 16/7196) in een procedure waarbij het volgende speelde. De belastingplichtige in kwestie is sinds 2001 arbeidsongeschikt en ontvangt sinds die tijd uitkeringen van het UWV en van een verzekeraar. Bij de aanslagregeling zijn deze uitkeringen in het belastbare inkomen uit werk en woning van de belastingplichtige als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking genomen. In geschil was of die uitkeringen terecht tot het belastbare inkomen zijn gerekend. De inspecteur heeft de ontvangen uitkeringen tot het belastbare inkomen gerekend op basis van hem ter beschikking staande renseignementen. Daaruit valt op te maken dat de belastingplichtige van het UWV WAO/AAW-uitkeringen en van de verzekeraar uitkeringen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft ontvangen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze renseignementen te twijfelen waar het de aard van de onderhavige uitkeringen betreft. De rechtbank is van oordeel dat de ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen terecht tot het belastbare inkomen uit werk en woning van zijn gerekend. De uitspraak is gepubliceerd op 1 juni 2018.
De volledige uitspraak is te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

15 juni 2018
Op 4 mei 2018 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan (AWB 17/6356) in een procedure waarbij het volgende speelde. De echtgenote van belanghebbende X heeft in 1995 een lijfrenteverzekering afgesloten (maandpremie € 163,13). Zij is 28 november 2000 arbeidsongeschikt (AO) geworden. Vanaf dat moment stopte de premieplicht voor de lijfrente en zijn de premies door de verzekeraar toegevoegd waarmee de opbouw in de lijfrenteverzekering is doorgegaan. Op basis daarvan is de rechtbank er vanuit gegaan dat de echtgenote het risico van AO had meeverzekerd in de lijfrente (premievrijstelling bij AO). Er is sprake van een fictieve premietoevoeging. In 2012 is de echtgenote overleden. X heeft de lijfrente in 2014 afgekocht. De volledige afkoopsom is in de belastingheffing betrokken, terwijl daarover revisierente is berekend. In geschil is of X ter zake van de afgekochte lijfrente revisierente is verschuldigd over de afkoopwaarde van de lijfrente en of daarbij in casu de saldomethode mag worden toegepast. In casu was sprake van een verzekering als bedoeld in de artikelen 45 en 45a van de Wet IB 1964. Daarmee waren de betaalde premies aftrekbaar. In verband met de afkoop van de lijfrente zijn de premies en het rendement ter zake van de lijfrente als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen bij X. Op grond van de AWR is daarover dan ook revisierente verschuldigd. Voor zover de premies niet in aftrek zijn gebracht, is geen revisierente verschuldigd. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat de aftrekbare lijfrentepremies niet in aftrek zijn gebracht. Volgens X zijn de door de verzekeraar na 28 november 2000 toegevoegde premies nooit afgetrokken. De rechtbank oordeelt dat voor de belastbaarheid van de afkoopsom de toevoegingen door de verzekeraar niet kunnen worden gezien als een betaling van de premie. De door de verzekeraar betaalde premies worden niet als een verrekening van de verschuldigde premies aangemerkt. Daardoor is de gehele lijfrente-uitkering in casu belast. Voor de revisierente heeft dit volgens de rechtbank tot gevolg dat de gehele afkoopsom is opgebouwd uit de premies die door de echtgenote zijn betaald in de periode van het afsluiten van de polis tot 28 november 2000. De premies die in deze periode betaald zijn, konden volledig in aftrek worden gebracht, inclusief het deel dat bestemd was voor de arbeidsongeschiktheidsdekking. X is derhalve revisierente verschuldigd over de gehele afkoopsom. De uitspraak is gepubliceerd op 16 mei 2018.
De volledige uitspraak is te downloadenvan de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

13 juni 2018
Op maandag 11 juni 2018 is een wijzigingsbesluit met betrekking tot het beleidsbesluit 'Lijfrente in de winstsfeer' gepubliceerd in de Staatscourant (nr. BLKB 2018-66294). Het wijzigingsbesluit ziet op een wijziging van de onderdelen 3.2 en 9.1 van het beleidsbesluit van 3 juni 2014, nr. BLKB 2014/816. Die onderdelen gaan over de zogenoemde 'andere-verzekersanctie'. Samengevat geldt deze sanctie als de verplichting ter zake van een lijfrente die is bedongen bij overdracht van een onderneming door de overnemer van de onderneming wordt overgedragen. In het wijzigingsbesluit is de machtiging aan de inspecteur tot ontheffing van die sanctie verduidelijkt en uitgebreid met bepaalde ontheffingen die tot de publicatie van het wijzigingsbesluit werden behandeld door de staatssecretaris van Financiën. De afgelopen jaren is daarmee dusdanig veel ervaring opgedaan dat de afdoening voortaan door de inspecteur kan plaatsvinden.
Het wijzigingsbesluit is direct te downloaden via de besluitenpagina IB 2001 staking/winst van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

12 juni 2018
Op 22 februari 2018 heeft het Hof Den Bosch uitspraak gedaan (BK 16/03956) in een procedure waarbij in geschil was of belanghebbende Y recht heeft op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. In de zaak speelde het volgende. Y heeft in 2014 zijn aangifte IB/PVV voor 2013 ingediend en heeft daarbij onder meer een bedrag aan uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen ter zake van lijfrentepremies. De inspecteur heeft bij de aanslagoplegging onder meer het aan lijfrentepremie-aftrek opgevoerde bedrag niet in aftrek toegestaan. Uiteindelijk leidde de zaak tot een hoger beroep bij het hof. Het hof overweegt het volgende. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen komen onder voorwaarden in aanmerking voor aftrek. In artikel 3.127 Wet IB 2001 is bepaald dat een belastingplichtige premies voor lijfrenten in aanmerking kan nemen indien sprake is van een pensioentekort in het voorafgaande kalenderjaar. Y heeft in dit verband geen stukken overgelegd en daarmee niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een pensioentekort. Bovendien heeft Y ook geen betaalbewijzen verstrekt waaruit volgt dat er in het onderhavige jaar premies voor lijfrenten zijn betaald. Gelet op het voorgaande heeft Y niet aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Derhalve heeft Y naar het oordeel van het hof geen recht op aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De uitspraak is gepubliceerd op 15 maart 2018.
De volledige uitspraak is te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

11 juni 2018
De afgelopen maand is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

27 mei 2018
Op 24 april 2018 heeft het verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan (nr. 17/00591) in een procedure waarbij volgens onderdeel 3 van de uitspraak (Het geschil) in geschil was of de heffing over de lijfrente-uitkering op grond van het Belastingverdrag tussen Nederland en de VS is toegewezen aan de VS of aan Nederland. Uit de feiten blijkt dat het niet gaat om een lijfrente-uitkering maar om een (loon)stamrechtuitkering. Dit terzijde, maar niet geheel onbelangrijk. In de zaak speelde het volgende. Belanghebbende X heeft een internationaal arbeidsverleden. Zo heeft hij onder andere, in de periode april 1997 tot en met september 2001, in de VS gewerkt en gewoond. In oktober 2010 is X teruggekeerd naar Nederland en heeft hij zich in de GBA van een Nederlandse gemeente laten inschrijven. Bij overeenkomst van 1 november 2010 is het dienstverband tussen X en zijn werkgever met ingang van 12 november 2010 beëindigd. In verband daarmee heeft X een ontslagvergoeding toegekend gekregen welke hij onder gebruikmaking van de loonstamrechtvrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel g Wet LB 1964 als koopsom voor een stamrecht heeft ondergebracht bij een door hemzelf opgerichte stamrecht-BV. Die BV heeft aan X in september 2011 een uitkering uit hoofde van het stamrecht gegaan. Hierop is loonheffing ingehouden. Het Hof Den Bosch dat uitspraak deed op 1 april 2016 (nr. 14/01039), oordeelde dat het bedongen stamrecht kwalificeert als een lijfrente als bedoeld in artikel 19, lid 1 van het Belastingverdrag met de VS. Het heffingsrecht komt toe aan Nederland. Tegen de uitspraak van het hof is X in cassatie gegaan. In zijn arrest van 19 mei 2017, nr. 16/02463, oordeelde de Hoge Raad dat, gelet op de definitie van ‘lijfrente’ in artikel 19 van het Verdrag met de VS, daartoe niet kan worden gerekend het recht op periodieke uitkeringen dat een (ex-)werknemer in het kader van de beëindiging van de dienstbetrekking heeft verkregen van zijn (ex-)werkgever. Dat heeft ook te gelden in het geval dat de (ex-)werkgever de verplichting tot het doen van die periodieke uitkeringen tegen betaling heeft overgedragen aan een derde, ook indien – zoals in het geval van X – die derde een zogenaamde stamrecht-BV is die door de (ex-) werknemer zelf is opgericht. Met zijn oordeel dat het door X in de maand september 2011 ontvangen bedrag een uitkering is uit een lijfrente als bedoeld in artikel 19 van het Verdrag met de VS, heeft het Hof Den Bosch dit miskend. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof Den Bosch, oordelend als voormeld, niet in zijn beoordeling heeft betrokken de stelling van de inspecteur dat de uitkering soortgelijk is aan een pensioenuitkering en dat artikel 19 van het Belastingverdrag met de VS om die reden de belastingheffing toewijst aan de woonstaat Nederland. De Hoge Raad verwijst de zaak daarom naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor een nadere beoordeling van de aard van de uitkering en geeft nog mee dat als naar het oordeel van het verwijzingshof geen sprake mocht zijn van pensioen, dat hof voorts moet onderzoeken of Nederland over de uitkering kan heffen op grond van artikel 16 van het Belastingverdrag met de VS. Onderzocht moet dan worden of de ontslagvergoeding ten laste is gekomen van een Nederlandse werkgever van X en niet is doorbelast naar de VS. Het Hof Arnhem-Leeuwarden ‘omzeilt’ de door de Hoge Raad opgelegde eerste onderzoeksopdracht en beoordeelt de aard van de uitkering niet. In het kader van de tweede onderzoeksopdracht stelt het hof vast dat de ontslagvergoeding ten laste is gekomen van een Nederlandse werkgever, maar dat deze niet is doorbelast naar de VS. Het hof volgt daarmee de gemotiveerde stelling van de inspecteur. Het hof concludeert op basis van onder meer het vorenstaande ten slotte dat de heffing over de “lijfrente-uitkering” aan Nederland is toegewezen. Het hof sluit af met de opmerking dat de vraag of de uitkering soortgelijk is aan een pensioenuitkering in de zin van artikel 19 van het Belastingverdrag met de VS geen beantwoording behoeft.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina internationaal van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

19 mei 2018
De afgelopen maand zijn de volgende vakbijdragen gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

7 mei 2018
Begin april 2018 is op www.belastingdienst.nl een nieuwe versie gepubliceerd van het document 'Verdragsstaten IB Niet-ingezetenen’ (versie januari 2018). Dit document bevat een overzicht waarin per door Nederland met een ander land gesloten belastingverdrag (ter voorkoming van dubbele heffing) is aangegeven aan welk land het heffingsrecht ter zake van een bepaalde inkomsten(bron) is toegewezen een en ander bekeken vanuit een buitenlands belastingplichtige die inkomsten ontvangt uit een Nederlandse bron. Dit overzicht is onder meer van belang bij de internationale aspecten inzake periodieke lijfrente-uitkeringen en afkoopsommen van lijfrenten. Zie hiervoor onder andere paragraaf 3 van het document.
Aan het begin van april 2018 is ook een nieuwe versie gepubliceerd van het document 'Verdragsstaten IB Ingezetenen’ (versie van februari 2018). Dit document bevat een vergelijkbaar overzicht per gesloten verdrag maar dan bekeken vanuit een binnenlands belastingplichtige. Het document kan dus als naslagwerk dienen voor de aangiften IB van binnenlands belastingplichtigen waarbij sprake is van inkomstenbestanddelen afkomstig uit het buitenland.

Zie ook de nieuwe internationaalpagina van deze website!

28 april 2018
De afgelopen maand zijn de volgende vakbijdragen gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

27 april 2018
Op 4 april 2018 zijn op www.belastingdienstpensioensite.nl (website van het CAP van de Belastingdienst) diverse V&A's op het terrein van pensioenen, loonstamrechten, regelingen voor vervroegde uittreding en de oudedagsverplichting (opnieuw) gepubliceerd. De V&A's op het terrein van loonstamrechten, regelingen voor vervroegde uittreding en de oudedagsverplichting zijn vandaag op deze website geplaatst. Daarmee beschikt u weer over een actueel overzicht van de op die specifieke deelterreinen gepubliceerde VenA's.
De VenA's zijn direct te raadplegen en tevens te downloaden van de FAQ's en helpdeskvragenpagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienstpensioensite.nl

24 april 2018
Op 12 april 2018 heeft het Kifid uitspraak gedaan in een zaak waarbij een consument heeft geklaagd over de gebrekkige informatie die bij het aangaan van een beleggingsverzekering. De consument is in het ongelijk gesteld door het Kifid (nr. 2018-027).
De uitspraak en het nieuwsbericht op Findinet zijn direct te downloaden vande beleggingsverzekeringenpagina van deze site.

Bron: www.findinet.nl/

20 april 2018
De afgelopen maand is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

10 april 2018
De afgelopen maand is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

6 april 2018
Eind maart 2018 is de PDF-versie van het Handboek Loonheffingen 2018 van de Belastingdienst gepubliceerd. Vandaag is het handboek geplaatst op de website van Fiscaal leven. Klik voor de online versie van het Handboek Loonheffingen 2018 op: online versie handboek.
Het integrale PDF-document is direct te downloaden van de renseignerings- en inhouding LB-pagina van deze website.

Bron: www.belastingdienst.nl/loonheffingen

23 maart 2018
Voor de aftrek van lijfrentepremies is onder meer vereist dat de premies zijn verschuldigd aan een zogenoemde 'toegelaten verzekeraar'. Denk dan aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) die de lijfrenteverplichting tot het binnenlandse ondernemingsvermogen rekent. Vaak zal dat gaan om een professionele levensverzekeraar die in Nederland is gevestigd. Ook andere fondsen en rechtspersonen kunnen als toegelaten verzekeraar gelden. In bepaalde gevallen kan de minister van Financiën een buitenlandse aanbieder van lijfrenteverzekeringen aanwijzen als toegelaten aanbieder. Hoe en waar is dit geregeld? Op 21 maart 2018 is de actuele lijst met toegelaten buitenlandse lijfrenteverzekeraars gepubliceerd. In datzelfde bestand is ook een lijst met toegelaten buitenlandse aanbieders van pensioenen opgenomen.
De actuele lijst is te downloaden via de besluitenpagina IB 2001 niet winst van deze site.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

17 maart 2018
De afgelopen maanden zijn de volgende vakbijdragen gepubliceerd over actuele onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

11 maart 2018
Op vrijdag 9 maart 2018 is de 4e uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2018 van de Belastingdienst gepubliceerd. In deze 4e uitgave zijn een aantal onderwerpen verbeterd, uitgebreid en toegevoegd. In de Nieuwsbrief Loonheffingen 2018 vindt u informatie over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2018 voor het inhouden en betalen van loonheffingen. De toevoegingen en verbeteringen in de 4e nieuwsbrief zijn verwerkt in het Handboek Loonheffingen 2018. Dit handboek is sinds 9 maart 2018 online raadpleegbaar. De PDF-versie van die handboek volgt nog. Een van de items in de nieuwsbrief gaat over de verlaging van het hoogste schijventarief van 52% naar 51,95%. In paragraaf 19 van de nieuwsbrief is aangegeven dat het (vaste) tarief van 52% - op grond van artikel 34, lid 2 Wet LB 1964 - nog wel geldt voor de afkoop van (nieuw regime-)lijfrenten in verband met negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. In sommige administratie- of aangiftesoftware zijn de tarieven voor de afkoop van lijfrenten gekoppeld aan het percentage van het hoogste schijventarief. Dat is per 1 januari 2018 dus 51,95% geworden. De Belastingdienst heeft pas laat bekend gemaakt dat het (vaste) tarief van 52% voor afkoop van (nieuw regime-)lijfrenten dat is gebaseerd op artikel 34, lid 2 Wet LB 1964, blijft gelden. Om die reden konden de softwareontwikkelaars dit niet op tijd aanpassen. Verzekeraars en banken die afkoopsommen van (nieuw regime-)lijfrenten uitkeren mogen daarom in 2018 het nieuwe loonbelastingtarief van 51,95% ook gebruiken voor de afkoop van die lijfrenten die in de IB-sfeer leiden tot bijtelling van negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De Belastingdienst legt daarvoor geen correctieverplichtingen of naheffingen op.
Het integrale document is direct te downloaden van de renseignerings- en inhouding LB-pagina van deze website. Klik voor de online versie van het Handboek Loonheffingen 2018 op: online versie handboek.

Bron: www.belastingdienst.nl/loonheffingen

10 maart 2018
Op woensdag 7 maart 2018 is de 'Nationale Ontwoekerdag' in Utrecht gehouden. Er waren 35 financieel adviseurs en 15 juridisch adviseurs aanwezig om vooral ouderen te helpen met hun woekerpolis. Een recordaantal deelnemers kwam erop af. De Nationale Ontwoekerdag is niet iets nieuws. In 2014 vond de eerste plaats. De opkomst tijdens de dag van afgelopen woensdag, waarbij volgens de organisatoren binnen mum van tijd de teller van het aantal aanmelders op nummer 1.000 stond, was de allergrootste van de afgelopen jaren. In een nieuwsbericht op AMweb van 8 maart 2018 kunt u meer lezen over deze ontwoekerdag.
Het nieuwsbericht is direct te downloaden vande beleggingsverzekeringenpagina van deze site.

Bron: www.amweb.nl/

3 maart 2018
Samen met DNB, het ministerie van Financiën en de Belastingdienst heeft het Verbond van Verzekeraars een oplossing gevonden voor de problemen die klanten met een lijfrente ondervinden als ze naar het buitenland vertrekken. De problemen deden zich voor bij het omzetten van een lijfrente in een periodieke uitkering. Geëmigreerde Nederlanders konden in veel gevallen geen direct ingaande lijfrente-uitkering ontvangen, omdat ze geen nieuw contract konden sluiten met de verzekeraar die de uitkering moest verrichten. Dit leidde veelal tot afkoop. Bij afkoop van een lijfrente is volgens de belastingwet belasting verschuldigd. Dat alles kon ertoe leiden dat de geëmigreerde Nederlanders in één keer met de Belastingdienst moesten afrekenen in plaats van over een reeks van jaren zoals dat normaal gesproken het geval is. De belemmeringen zijn grotendeels weggenomen, nu zowel de opbouw- als de uitkeringsfase bij een verzekeraar onder bepaalde voorwaarden worden beschouwd als één contract. Dat betekent namelijk dat geëmigreerde Nederlanders in de meeste gevallen wel periodiek een lijfrente-uitkering kunnen ontvangen. Klanten die uitsluitsel willen, kunnen daarover contact opnemen met hun eigen verzekeraar. Lees daarover meer in het nieuwsbericht van 23 febuari 2018 op de website van het Verbond van Verzekeraars. Voor leden is een circulaire over dit onderwerp te downloaden.
Het volledige nieuwsbericht is direct te downloaden van www.verzekeraars.nl.

Bron: www.verzekeraars.nl

3 maart 2018
Op 13 februari 2018 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een procedure (AWB 16/3432 en ECLI:NL:RBNHO:2018:1014) waarbij in geschil was of een naheffingsaanslag loonheffingen ter zake van afkoop van een bij een BV ondergebracht loonstamrecht terecht werd opgelegd. Daarbij speelde de volgende feiten een rol. In 2011 ontving een DGA van zijn ex-werkgever een ontslaguitkering van € 130.000. Deze uitkering is door de DGA - onder gebruikmaking van de (loon)stamrechtvrijstelling die de Wet LB 1964 destijds kende - ondergebracht in een eigen stamrecht-BV. Blijkens de stamrechtovereenkomst van 26 september 2011 heeft de DGA ingaande 3 oktober 2011 voor genoemd bedrag bij de BV een stamrecht bedongen strekkende tot het doen van periodieke uitkeringen met ingang van 18 januari 2024. Daarnaast heeft de DGA een bedrag van in totaal € 130.000 geleend uit het vermogen van de stamrecht-BV. De inspecteur stelde in casu dat sprake is van afkoop van het stamrecht omdat de DGA feitelijk direct de beschikking had over het gehele bedrag van het ten titel van stamrecht voldane bedrag, terwijl er onvoldoende zekerheden waren bedongen waardoor sprake was van een onzakelijke geldlening. De inspecteur stelde zich in dat verband op het standpunt dat ten aanzien van het stamrecht sprake was van een handelen in strijd met artikel 19b Wet LB 1964 en legde een naheffingsaanslag loonheffing op. De rechtbank oordeelde dat de gesloten leningsovereenkomst onzakelijk is, in het bijzonder vanwege het feit dat geen reële zekerheden zijn bedongen. Volgens de rechtbank was het gelijk aan de inspecteur. De uitspraak van de rechtbank is op 21 februari 2018 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina Wet LB 1964 van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

2 maart 2018
Op 1 maart 2018 is de geactualiseerde Rekenhulp (applicatie) revisierente op de site van de Belastingdienst geplaatst. Deze applicatie kan een helpende bieden bij het doen van aangifte terzake van een afkoop van een lijfrenteverzekering en een opname in 1 keer van het tegoed op lijfrentespaarrekening (of van zijn lijfrentebeleggingsrecht). De afkopende belastingplichtige zal dan in beginsel revisierente zijn verschuldigd. Althans dat geldt in het algemeen voor nieuw-regime-lijfrenten (globaal gesproken zijn dit de lijfrente die in 1992 of erna zijn gesloten). Bij afkoop van - bijvoorbeeld - een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die onder de eerbiedigende werking van het oude fiscale regime van vóór 1992 valt en waarvoor na 2000 geen premies meer zijn afgetrokken, is geen revisierente verschuldigd. Ook is men geen revisierente verschuldigd bij afkoop van lijfrenteverzekeringen die vóór 1992 zijn afgesloten tegen een eenmalige premie (koopsom). Als de afkoopwaarde van een nieuw-regimelijfrente in 2017 € 4.316 (zogenoemde 'kleine lijfrente') of minder bedraagt, is men evenmin revisierente verschuldigd.
De verschuldigde revisierente bedraagt volgens de hoofdregel 20% van de (afkoop)waarde van de lijfrenteverzekering of het tegoed van de bancaire lijfrente. Als de lijfrente is afgekocht binnen 10 jaar na het afsluiten ervan, dan kan men gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. Hierbij wordt de revisierente op een andere manier berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de premieaftrek in de afgelopen jaren. Dit kan voor de belastingplichtige voordeliger zijn. Hoeveel revisierente er betaald moet worden kan worden berekend met de Rekenhulp Revisierente. Daarmee kunnen berekeningen worden gemaakt voor de afkoopjaren 2011 tot en met 2017. Voor iedere lijfrenteverzekering of lijfrentespaarrekening moet de rekenhulp apart worden ingevuld. Is de uitkomst volgens de tegenbewijsregeling minder dan 20% van de afkoopsom of het tegoed? Dan geldt die lagere uitkomst als revisierente.
De Rekenhulp revisierente is direct toegankelijk gemaakt
via de programmapagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienst.nl/

28 februari 2018
Naar aanleiding van het Eindejaarsbericht van Financiën van 21 december 2017 inzake de fiscale cijfers voor 2018 is op 22 december 2017 een overzicht met de voor levensverzekeringen en bankspaarproducten relevante fiscale cijfers voor het jaar 2018 op deze website geplaatst. Dat praktische overzicht is aangepast omdat er afrondingsfouten in een 2-tal bedragen zaten. Die zijn nu aangepast. De aanpassingen zijn in het voordeel van een belastingplichtige. Geen schokkkende wijzigingen, maar toch noodzakelijk.
Het overzicht is direct te downloaden via
de cijfers en overzichtenpagina van deze site
.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

9 februari 2018
Op 3 januari 2018 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een procedure waarbij in geschil was of de in de uitkering uit een kapitaalverzekering begrepen rentecomponent terecht in de heffing is betrokken. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat de heffing in dat geval onbillijk is, omdat het bij het afsluiten van de kapitaalverzekering de bedoeling was dat hij met de uitkering een levenslange aanvulling zou krijgen op zijn UWV-uitkering. Zijn vader was zich er bij het afsluiten van de verzekering niet van bewust dat de uitkering zou worden belast en bovendien valt het rendement door de economische crisis tegen. De wetgever zou volgens de man moeten voorzien in een vrijstelling of verzachting. Belanghebbende en de inspecteur zijn van mening dat de toepasselijke wettelijke bepalingen leiden tot belastbaarheid van de uitkering uit de kapitaalverzekering tot het bij bezwaar in aanmerking genomen bedrag. Het Hof sluit zich in zijn uitspraak van 3 januari 2018, nr. BK 17/00313, daarbij aan en oordeelt als volgt. De wetgever heeft niet voorzien in een aan de beoogde besteding van het belegde bedrag gerelateerde vermindering of vrijstelling van de belasting over een uitkering als die belanghebbende heeft ontvangen. De rechter mag daarover in een voorgelegde zaak geen billijkheidsoordeel geven en zijn beslissing daarop baseren. De rechter moet volgens de wet rechtspreken en mag nooit de innerlijke waarde of billijkheid ervan beoordelen. De rechter kan de wetgever ook niet opdragen te wet te wijzigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard. De uitspraak is gepubliceerd op 8 januari 2018.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

8 februari 2018
Op 22 december 2017 heeft de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad in een cassatiezaak geconcludeerd dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard. In de betreffende procedure was in geschil of bij belanghebbende sprake is van een individuele en buitensporige last ten gevolge van het in rekening brengen van revisierente op grond van artikel 30i Algemene wet inzake rijksbelastingen. De Advocaat-Generaal van de Hoge Raad (A-G) is van mening dat de heffing van revisierente gelet op de doelstelling van de wetgever om te voorkomen dat in strijd met de voorwaarden voor premieaftrek wordt gehandeld, het bewaren van het onderhoudskarakter van de lijfrentevoorziening en het door de wetgever gehuldigde uitgangspunt dat een belastingplichtige die een lijfrente met premieaftrek afkoopt niet beter af mag zijn dan een belastingplichtige die uit zijn netto-inkomen spaart en onder het forfaitaire rendement valt, niet van elke redelijke grond ontbloot is. De omstandigheid dat belanghebbende door het verlies van inkomen door de financiële crisis en ziekte zich gedrongen voelde over te gaan tot de afkoop van lijfrente, rechtvaardigt niet de conclusie dat belanghebbende door de in rekening gebrachte revisierente zwaarder is getroffen dan anderen. Zie de conclusie van de A-G van 22 december 2017, nr. 17/02950. De conclusie is op 26 januari 2018 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

11 januari 2018
Vandaag is de site bijgewerkt met - een selectie van - de officiële teksten met betrekking tot het jaar 2018 van de volgende wetten en aanpalende regelgeving:

De teksten zijn direct - in PDF-formaat - te raadplegen via de wettekstenpagina van deze site.

2 januari 2018
Per 1 januari 2018 is de AOW-leeftijd 66 jaar. Deze AOW-leeftijd is van belang voor diverse leeftijdsgerelateerde fiscale regelingen van de Wet IB 2001, zoals de (levenslange en tijdelijke) oudedagslijfrente, de jaarruimte, de stakingslijfrente en de nettolijfrente in box 3.
Een compleet overzicht met de voor de praktijk relevante AOW-leeftijden is direct te downloaden via de cijfers en overzichtenpagina van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

1 januari 2018
Vandaag is de eerste online nieuwsbrief voor 2018 geplaatst op de Fiscale site Levensverzekeringen. In deze nieuwsbrief zijn de diverse fiscale maatregelen op het terrein van lijfrenten, kapitaalverzekeringen van vóór 2001 en KEW's, SEW's en BEW's die op 1 januari 2018 in werking zijn getreden, samengevat. De wijzigingen zijn voorzien van een toelichting. Vanuit de nieuwsbrief kan worden doorgeklikt naar de brondocumenten en kunnen diverse relevante stukken direct worden gedownload.
De volledige tekst van het document is sinds vandaag direct te downloaden van de online nieuwsbrievenpagina van deze site.

1 januari 2018
In de edities van het magazine Pensioen Advies van september tot en met december 2017 worden de fiscaliteiten, de (on)mogelijkheden en aandachtspunten van het lijfrenteregime beschreven. Eind december 2017 is deel 4 van het vierluik gepubliceerd. Daarmee is het vierluik vervolmaakt. In dit vierde deel van het vierluik neemt de auteur u mee in de (gevolgen van) overschrijding van de wettelijke uitvoeringstermijn voor lijfrenten en de toets van bijzondere omstandigheden in dat kader. Ook vormt de inhouding van loonbelasting op lijfrente-uitkeringen onderwerp van bespreking.

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

29 december 2017
Op 28 december 2017 is de 'Bijstellingsregeling 2018' in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt. 70975). In die regeling zijn onder meer de officiële fiscale cijfers inzake inkomensvoorzieningen (lijfrenten) en het KEW-/SEW-/BEW-vrijstellingsbedrag voor 2018 opgenomen. De afkoopgrens bij afkoop van box 1-lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.133, lid 9, onderdeel c Wet IB 2001 is nu ook officieel bekend. De afkoopgrens komt voor 2018 te liggen op € 40.644. Deze grens was nog niet opgenomen in he vorige week gepubliceerde eindejaarsbericht van Financiën. In het FsL-overzicht met de levencijfers voor 2018 was dit bedrag al opgenomen.
De volledige tekst van het document is sinds vandaag direct te downloaden van de wettekstenpagina van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

29 december 2017
Op 28 december 2017 is de 'Regeling tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 en van enige uitvoeringsregelingen op het gebied van belastingen en toeslagen' in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt. 72735). In deze regeling is een aantal wijzigingen opgenomen voor de jaarlijkse aanpassing van diverse uitvoeringsregelingen, waaronder de Uitvoeringsregeling IB 2001 (UR IB 2001). Deze regeling bevat op het terrein van lijfrenten een wijziging van artikel 1 UR IB 2001 die ziet op herstel van een foutieve verwijzing. Artikel 18 van de UR IB 2001 geeft met ingang van 1 januari 2015 uitvoering aan artikel 3.133, lid 9, onderdeel a, Wet IB 2001, zonder dat dit in artikel 1 van de UR IB 2001 tot uitdrukking is gebracht. In genoemd artikel 1 wordt nu alsnog een verwijzing naar artikel 3.133 van de Wet IB 2001 opgenomen. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 januari 2015.
De volledige tekst van het document is sinds vandaag direct te downloaden van de wettekstenpagina van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

29 december 2017
Op 28 december 2016 is het 'Besluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen en de sociale zekerheid' in het Staatsblad geplaatst (Stb. 2017, nr. 524). In dit besluit is een aantal wijzigingen opgenomen voor de jaarlijkse aanpassing van diverse fiscale uitvoeringsbesluiten, waaronder het Uitvoeringsbesluit IB 2001 (UB IB 2001). Zo wijzigen per 1 januari 2018 onder meer de artikel 15, lid 5, en 22, lid 2 en lid 5, van het Uitvoeringsbesluit IB 2001 (UB IB 2001). De wijziging van artikel 15, lid 5, houdt verband met het volgende. Tot 1 januari 2017 moest een ouderdomspensioen dat ingaat op de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt, actuarieel worden herrekend ten opzichte van die leeftijd of van de in de pensioenregeling vastgestelde latere ingangsdatum. Met ingang van 1 januari 2017 kan deze actuariële herrekening achterwege worden gelaten ingeval het ouderdomspensioen niet eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt. Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt, dan dient het ouderdomspensioen te worden herrekend ten opzichte van deze eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt. In artikel 22, lid 2, onderdelen h en k, en lid 5, onderdeel c, van het UB IB 2001 wordt verwezen naar onderdelen van artikel 5.10 van de Wet IB 2001. Laatstgenoemde bepaling is per 1 januari 2016 gewijzigd waarbij de onderverdeling in leden is komen te vervallen en enkele onderdelen zijn verletterd. De verwijzingen in artikel 22 van het UB IB 2001 zijn hier destijds per abuis niet op aangepast. Die verwijzingen worden met onderhavige wijziging alsnog en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016 hersteld.
De volledige tekst van het document is sinds vandaag direct te downloaden van de wettekstenpagina van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

29 december 2017
Op 28 december 2017 is de officiële wettekst van 'Overige fiscale maatregelen 2018' in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2017, nr. 518). Deze wet bevat een aantal wijzigingen op het fiscale terrein van levensverzekeringen en bankspaarproducten. Op dezelfde dag zijn ook de officiële wetteksten van 'Belastingplan 2018' , de 'Wet tot het geleidelijk uitfaseren van de aftrek wegens geen of geringen eigenwoningschuld' en de 'Verzamelwet pensioen 2017' in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2017, nrs. 517, 523 respectievelijk 525).
De gepubliceerde wetteksten zijn direct te downloaden via de wettekstenpagina van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

24 december 2017
In zijn brief van 19 december 2017 heeft de minister van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken inzake de activering van beleggingsverzekeringen (kenmerk 2017-0000237948). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft de eindcontrole uitgevoerd naar de resultaten van de nazorg per 31 december 2016 in de categorieën hypotheek- en pensioengebonden beleggingsverzekeringen. De resulaten van deze eindcontrole zijn per verzekeraar te vinden op de websites van de verzekeraars. Daarnaast is een totaaloverzicht van de eindresultaten te vinden op de website van het Verbond van Verzekeraars. Op 19 december 2017 heeft de AFM hieraan een nieuwsbericht gewijd.
De brief en bijbehorende stukken zijn direct te downloaden vande beleggingsverzekeringenpagina van deze site.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

23 december 2017
Medio december 2017 is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over een actueel onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

22 december 2017
Naar aanleiding van het Eindejaarsbericht van Financiën van 21 december 2017 inzake de fiscale cijfers voor 2018 is een overzicht met de voor levensverzekeringen en bankspaarproducten relevante fiscale cijfers voor het jaar 2018 op deze website geplaatst. Het praktische overzicht met de voor de levensverzekeringspraktijk relevante cijfers is direct te downloaden via de cijfers en overzichtenpagina van deze site.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

22 december 2017
Op 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het pakket 'Belastingplan 2018'. De wetten uit het pakket 'Belastingplan 2018' treden officieel in werking nadat de Koning deze heeft goedgekeurd. Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning heeft het ministerie van Financiën in het Eindejaarsbericht van gisteren een overzicht gegevens van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 1 januari 2018.
Het Eindejaarsbericht is direct te downloaden via
de cijfers en overzichtenpagina van deze site.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten

18 december 2017
Op 28 november 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een procedure (BK 17/00399 en ECLI:NL:GHARL:2017:10383) waarbij in geschil was of met betrekking tot de onderhavige kapitaalverzekering met lijfrenteclausule (pré-BHW-lijfrente) sprake is van door de verzekeraar ingehouden loonheffing die door belanghebbende kan worden verrekend met de aanslag IB/PVV over 2013. Belanghebbende Y heeft in 1989 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten die onder het zogenoemde pré-Brede Herwaarderingsregime (pré-BHW-regime) viel. De einddatum van de lijfrenteverzekering was 29 december 2012. Op die datum bedroeg de waarde van de lijfrente € 65.345. Dat lijfrentekapitaal was bedoeld voor de aankoop van een lijfrente. Y heeft de lijfrente-aanspraak niet vóór 31 december 2013 omgezet in een andere toegestane lijfrente en op deze datum zijn de lijfrentetermijnen nog niet vastgesteld. Aldus is de wettelijke (uitvoerings)termijn voor de lijfrente overschreden. Y heeft ter zake daarvan niets verantwoord in zijn aangifte IB/PVV 2013 en Y heeft geen ingehouden loonheffing opgegeven in die aangifte. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag in de IB/PVV 2013 de aangifte gecorrigeerd door ter zake van de overschrijding van de wettelijke termijn op 31 december 2013 (fictieve afkoop) een bedrag van € 65.345 als inkomen uit werk en woning in box 1 bij te tellen. In april 2015 heeft Y verzocht de lijfrente tot uitkering te laten komen (afkoop). In het jaar 2015 is door de verzekeraar € 32.935,60 aan Y overgemaakt. Het restant van de afkoopwaarde heeft de verzekeraar achtergehouden. In de afkoopbrief heeft de verzekeraar het achtergehouden bedrag bestempeld als 'loonbelasting en premie volksverzekeringen'. Door de verzekeraar heeft echter geen afdracht van dat bedrag plaatsgevonden. Het achtergehouden bedrag staat nog intern gereserveerd. Het hof heeft het volgende overwogen. Ingevolge het bepaalde in artikel 15 AWR, in samenhang met artikel 9.2, lid 1, aanhef en onderdeel a, en artikel 9.2, lid 7, Wet IB 2001 worden de geheven loonbelasting (LB) en premie volksverzekeringen (PVV) verrekend met de aanslag in de IB/PVV. LB wordt op grond van artikel 27, lid 1, Wet LB 1964 geheven door inhouding op het loon. Hetzelfde heeft te gelden voor de PVV (hierna tezamen: loonheffing). Van een zodanige inhouding is sprake indien de inhoudingsplichtige een gedeelte van het overeengekomen bruto bedrag van het loon niet uitbetaalt, en dit geschiedt met het oogmerk het niet uitbetaalde bedrag als loonheffing af te dragen. De fictieve inkomsten die ter zake van de wettelijke termijnoverschrijding door de inspecteur in aanmerking zijn genomen, zijn naar het oordeel van het hof niet op grond van de Wet LB 1964 aan te merken als loon en zijn mitsdien niet aan de inhouding van LB en PVV onderworpen. Dit brengt mee dat de verzekeraar ter zake van die fictieve inkomsten niet inhoudingsplichtig is. Het bedrag dat de verzekeraar bij de uitkering in 2015 ter zake van de lijfrente-aanspraak heeft achtergehouden, kan naar het oordeel van het hof reeds daarom niet worden aangemerkt als geheven loonheffing in vorenstaande zin. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag dat de verzekeraar bij de uitkering in 2015 ter zake van de lijfrente-aanspraak niet aan Y heeft uitbetaald, is achtergehouden met het oogmerk dit bedrag als loonheffing af te dragen. Het hof concludeert dat het door de verzekeraar achtergehouden bedrag niet kan worden verrekend. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. De uitspraak van het hof is op 8 december 2017 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

17 december 2017
Op 7 november 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een procedure (BK 16/01141 en ECLI:NL:GHARL:2017:9611) waarbij in geschil was of de door de inspecteur aangebrachte correctie inzake aftrek van lijfrentepremies terecht is aangebracht. Belanghebbende X heeft in 2007 een lijfrenteverzekering afgesloten met als einddatum 1 januari 2041. In de jaren 2007 tot en met 2010 heeft X achtereenvolgens € 620, € 550, € 400 en € 600 aan lijfrentepremies betaald op die verzekering. In zijn aangifte IB/PVV 2010 heeft X een bedrag van in totaal € 2.400 in aftrek gebracht als premies voor lijfrenten. Bij de aanslagregeling voor het jaar 2010 heeft de inspecteur ter zake van de lijfrentepremie een correctie aangebracht van € 1.800. Voor de jaren 2008 en 2009 heeft hij de aftrek alsnog verleend door de aanslagen voor die jaren ambtshalve te verminderen. Voor het jaar 2007 heeft de inspecteur X bij brief - en ten behoeve van de verzekeraar - een verklaring verstrekt, waarin is opgenomen dat loonheffing achterwege kan blijven voor zover de termijnen niet hoger zijn dan € 620; dit is het totaal van de betaalde premies voor zover die niet in de IB aftrekbaar zijn (saldoverklaring). Het hof heeft het volgende overwogen. Ingevolge het bepaalde in artikel 3.130, lid 1, Wet IB 2001 komen premies voor lijfrenten voor aftrek in aanmerking op het tijdstip waarop deze zijn betaald of verrekend, voor zover de verrekening niet leidt tot een schuldig gebleven bedrag. X heeft in 2010 aan lijfrentepremies een bedrag van € 600 betaald. De inspecteur heeft dat bedrag in aftrek toegestaan. De in eerdere jaren betaalde premies kunnen volgens het hof niet bij de vaststelling van het belastbare inkomen over 2010 in aanmerking worden genomen. Dit brengt naar de mening van het hof mee dat de inspecteur bij de aanslagregeling de aftrek van lijfrentepremies terecht heeft beperkt tot het in 2010 door X betaalde bedrag van € 600. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. De uitspraak van het hof is op 10 november 2017 gepubliceerd.
De volledige uitspraak is direct te downloaden van de rechtspraakpagina IB niet-winst van deze website.

Bron: www.rechtspraak.nl

12 december 2017
Afgelopen vrijdag 8 december 2017 zijn maar liefst 2 omvangrijke beleidsbesluiten over pensioenen op 1 dag gepubliceerd. Het gaat om het besluit 'Pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten en nettopensioenregelingen' (2017-187605) en het besluit 'Pensioenen; opbouw, vervroegen van de pensioendatum, aanwijzingen en overgangsrecht' (2017-126948). Het eerste besluit is een actualisering van besluitnummer 2017-7168. Zo zijn de opgenomen premiestaffels aangepast aan het verhogen van de fiscale pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar per 1 januari 2018. Dit besluit heeft mede betrekking op nettolijfrenten in box 3. Het tweede besluit is een actualisering van het besluit met het kenmerk BLKB2015/830M. Dat tweede besluit is aangepast aan de Wet uitfasering PEB. Een aantal onderdelen zijn daarom vervallen of aangepast en over de oudedagsverplichting zijn enige goedkeuringen opgenomen. Zo is het op basis van de in paragraaf 5.4 opgenomen goedkeuring mogelijk een reeds ingegane ODV aan te wenden ter verkrijging van een box 1-lijfrente (verzekerd en bancair).
De geactualiseerde beleidsbesluiten zijn direct te downloaden via de besluitenpagina LB van deze site.

Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/

2 december 2017
In de edities van het magazine Pensioen Advies van september tot en met december 2017 worden de fiscaliteiten, de (on)mogelijkheden en aandachtspunten van het lijfrenteregime beschreven. Eind november 2017 is deel 3 van het vierluik gepubliceerd. In dit derde deel van het vierluik wordt ingegaan op de fiscale gevolgen van afkoop van diverse vormen van lijfrenten.

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

25 november 2017
Het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2018’ (TK 34.786, nr. 2) is op 23 november 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2018 en bevat maatregelen ten behoeve van het noodzakelijke onderhoud van het fiscale stelsel en andere maatregelen die meer technisch van aard zijn of die geen of nauwelijks gevolgen hebben voor het budgettaire en koopkrachtbeeld voor 2018. Meer specifiek ziet het wetsvoorstel op onder meer de codificatie van het verval van de tijdklemmen voor bepaalde Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen, namelijk voor die kapitaalverzekeringen die ingevolge onderdeel AL, lid 1, tweede volzin, Invoeringswet Wet IB 2001 op 31 december 2000 “op weg waren” naar de uitkeringsvrijstelling. Hiertoe wordt een nieuw zevende lid toegevoegd aan onderdeel AM van die Invoeringswet. De Eerste Kamercommissie voor Financiën bespreekt op 28 november 2017 de verdere procedure. Ook wordt op die dag door medewerkers van het ministerie van Financiën voor de leden van de commissie een technische briefing over onder meer het pakket Belastingplan 2018 verzorgd.
De kamerstukken met betrekking tot het wetsvoorstel zijn direct te downloaden via
de wetsvoorstellenpagina van deze site.

Bron: www.eerstekamer.nl

17 november 2017
Per 1 januari 2017 zijn de tijdklemmen voor een KEW, SEW, BEW en een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering (BHW-kapitaalverzekering) komen te vervallen voor een aantal specifieke situaties. Per 1 april 2017 zijn de tijdklemmen via een wettelijke bepaling voor alle situaties van voortijdige afkoop van een KEW, SEW en BEW komen te vervallen. Via het beleidsbesluit 2017-81019 van 15 mei 2017 zijn de tijdklemmen ook voor alle situaties van voortijdige afkoop van een BHW-kapitaalverzekering komen te vervallen. In de op 16 november 2017 op belastingdienst.nl gepubliceerde V&A-set zijn vragen en antwoorden over het vervallen van de tijdklemmen in een aantal situaties opgenomen. Ook bevat de set vragen en antwoorden over de gewijzigde wet- en regelgeving per 1 januari 2017 en 1 april 2017 met betrekking tot genoemde spaarproducten. De nieuwe V&A-set bevat nog veel meer antwoorden op veelvoorkomende praktijkvragen ......
De VenA-set is direct te raadplegen
via de helpdeskvragenpagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienst.nl/

11 november 2017
Vandaag zijn diverse afgelopen week gepubliceerde kamerstukken inzake het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatreregelen 2018’ op deze webvsite geplaatst.
De kamerstukken met betrekking tot het wetsvoorstel zijn direct te downloaden via de wetsvoorstellenpagina van deze site.

Bron: http://www.eerstekamer.nl

10 november 2017
In de edities van het magazine Pensioen Advies van september tot en met december 2017 worden de fiscaliteiten, de (on)mogelijkheden en aandachtspunten van het lijfrenteregime beschreven. Eind oktober 2017 is deel 2 van het vierluik gepubliceerd. Dit tweede deel van het vierluik biedt u een helpende hand bij de uitvoering van lijfrentecontracten bij expiratie en de (on)mogelijkheden en te maken keuzes die zich daarbij voordoen. Ook wordt ingegaan op de omzetting van lijfrenten:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

9 november 2017
Afgelopen week is een aantal interessante nieuwsberichten verschenen inzake de 'woekerpolisaffaire'. Deze nieuwsberichten houden verband met de uitspraak die het Hof Den Bosch op 6 november 2017 heeft gedaan in een woekerpoliszaak waarbij verzekeraar ASR is betrokken. Het gaat daarbij om de uitspraak met het kenmerk 200.122.452_01.
De nieuwsberichten en de uitspraak zijn direct te downloaden vande beleggingsverzekeringenpagina van deze site.

Bron: https://www.findinet.nl/

2 november 2017
Aan het einde van de maand oktober 2017 is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over een actueel onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

29 oktober 2017
Op 26 en 27 oktober 2017 zijn op www.belastingdienstpensioensite.nl (website van het CAP van de Belastingdienst) in totaal 30 V&A's op het terrein van pensioenen, loonstamrechten en regelingen voor vervroegde uittreding opnieuw gepubliceerd. De V&A's op het terrein van loonstamrechten en regelingen voor vervroegde uittreding zijn vandaag op deze website geplaatst.
De VenA's zijn direct te raadplegen en tevens te downloaden van de FAQ's en helpdeskvragenpagina van deze site.

Bron: http://www.belastingdienstpensioensite.nl

28 oktober 2017
Vandaag zijn het Verslag en de Nota naar aanleiding van het Verslag inzake het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatreregelen 2018’ (Kamerstukken II, 2017-2018, 34.786, nr. 5H en 6) op deze webvsite geplaatst.
De kamerstukken met betrekking tot het wetsvoorstel zijn direct te downloaden via de wetsvoorstellenpagina van deze site.

Bron: http://www.eerstekamer.nl

21 oktober 2017
Vandaag is de 2e uitgave van het Handboek Loonheffingen 2017 van de Belastingdienst van 1 oktober 2017 via deze website downloadbaar gemaakt. Hierin zijn de nieuwsbrieven loonheffingen verwerkt die zijn verschenen na de 1ste uitgave in 2017 van het handboek 2017.
Het integrale document is direct te downloaden van de renseignerings- en inhouding LB-pagina van deze website.

Bron: www.belastingdienst.nl/loonheffingen

20 oktober 2017
Begin van de maand oktober 2017 is de volgende vakbijdrage gepubliceerd over een actueel onderwerp op het terrein van levensverzekeringen:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

17 oktober 2017
In de edities van het magazine Pensioen Advies van september tot en met december 2017 worden de fiscaliteiten, de (on)mogelijkheden en aandachtspunten van het lijfrenteregime beschreven. Eind september 2017 is deel 1 van het vierluik gepubliceerd:

Zie ook de vakartikelenpagina van deze website!

26 september 2017
Een van de voorwaarden om een uitkeringsvrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) te kunnen benutten was tot 1 april 2017 dat ten minste vijftien of twintig jaren jaarlijks premie was voldaan. Deze zogenoemde tijdklemmen zijn als gevolg van een aangenomen amendement met ingang van die datum vervallen (Kamerstukken II 2016/17, 34 553, nr. 15). Op basis van een goedkeurende maatregel zijn vooruitlopend op wetgeving op dat punt de voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering vergelijkbare tijdklemmen ook met ingang van genoemde datum zullen vervallen. Deze goedkeuring is opgenomen in onderdeel 4.2 van het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen van 15 mei 2017, nr. 2017-81019 (Stcrt. 2017, 28246). Op 19 september 2017 is het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2018’ (Tk 34.786, nr. 2) ingediend bij de Tweede Kamer. Met de in dat wetsvoorstel voorgestelde wijziging van onderdeel AM van de Invoeringswet Wet IB 2001 wordt genoemd onderdeel van het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen met ingang van 1 januari 2018 gecodificeerd. Daartoe wordt een zevende lid toegevoegd aan de bepaling van die Invoeringswet. Overigens blijven met het vervallen van de termijnen de twee vrijstellingsbedragen die worden genoemd in artikel 26a, tweede lid, van de Wet IB 1964, tekst 2000, van toepassing. Deze vrijstellingen cumuleren. Op een uitkering van een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering geldt dan ongeacht de termijn van premiebetaling steeds een maximumvrijstelling van in totaal € 123.428.
De kamerstukken met betrekking tot het wetsvoorstel zijn direct te downloaden via
de wetsvoorstellenpagina van deze site.

Bron: www.rijksoverheid.nl

9 september 2017
Op 8 september 2017 is de digitale Rekenhulp Lijfrentepremie 2017 ‘live’ gegaan en is online beschikbaar gesteld op de website van de Belastingdienst. De digitale Rekenhulp Lijfrentepremie is in een nieuw format c.q. “online jasje” gestoken. Dat geldt ook voor de rekenhulp voor het jaar 2016. Belastingplichtigen hebben ruim drie maanden de tijd om hun aftrekruimte voor 2017 te bepalen en te beslissen of ze wel of geen bedragen zullen storten in hun lijfrenteproduct. Voor berekening van de aftrekruimten voor jaren gelegen voor 2016 kan gebruik worden gemaakt van een afzonderlijke digitale rekenhulp.
De Rekenhulp Lijfrentepremie is direct toegankelijk gemaakt
via de programmapagina van deze site.

Bron: www.belastingdienst.nl

 

In deze rubriek zijn opgenomen de laatste nieuwtjes op levensverzekeringsgebied. Tevens is in deze rubriek aangegeven welke nieuwe items en/of rubrieken zijn toegevoegd aan de Fiscale site Levensverzekeringen.