.

Vakartikelen

Fiscale Site Leven - VAKARATIKELEN


Oktober 2017
(nummer 10)

"De lijfrente passé? Echt niet! Fiscaliteiten, (on)mogelijkheden en aandachtspunten" (deel 2 van vierluik)

In de praktijk leveren lijfrentedossiers regelmatig vragen op. En dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat er nogal wat lijfrentekapitalen uitstaan. Als adviseur wilt u uw klant natuurlijk op maat bedienen. In het eerste deel van het vierluik is onder andere ingegaan op de aspecten bij premieaftrek en de saldoverklaring bij niet-afgetrokken premies. In dit tweede deel gaat de auteur in op omzettingen van lijfrenten, de uitvoering ervan bij expiratie en de mogelijkheden en te maken keuzes die zich daarbij voordoen.

 


Pensioen Advies

Oktober 2017
(nummer 8)

"Codificatie verval tijdklemmen voor BHW-kapitaalverzekeringen"

Prinsjesdag bood dit jaar een niet al te breed scala aan interessante fiscale wetsvoorstellen. Dat heeft er onder andere mee te maken dat het kabinet demissionair is. Op 19 september 2017 werd het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2018’ gepresenteerd. Dit wetsvoorstel bevat geen schokkende voorstellen op het terrein van levensverzekeringen, maar toch een die niet gemist mag worden. Voorgesteld is namelijk het algeheel verval van de zogenoemde tijdklemmen voor kapitaalverzekeringen uit het Brede Herwaarderingsregime (BHW-kapitaalverzekeringen) te codificeren. In deze bijdrage wordt daarop ingegaan. Wat ging er aan het wetsvoorstel vooraf?

 

September 2017
(nummer 7)

"Kapitaalverzekering te laat tot stand gekomen"

Een overeenkomst van levensverzekering komt tot stand door aanbod en aanvaarding of acceptatie ervan. Welke fiscale regime op een levensverzekering van toepassing is, wordt (mede)bepaald door het tijdstip waarop zo’n overeenkomst tot stand is gekomen. Nog niet al te lang geleden heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een feitelijke (proef)procedure waarbij een zogenoemde “verkorte aanvraagprocedure” is gevolgd. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsovereenkomst te laat tot stand is gekomen.

 

September 2017
(nummer 9)

"De lijfrente passé? Echt niet! Fiscaliteiten, (on)mogelijkheden en aandachtspunten" (deel 1 van vierluik)

Menig lijfrentedossier levert in de praktijk vragen op. Wat zijn de gevolgen van keuzes en hoe maak je die? Als adviseur moet u uw klant correct en op maat bedienen. In een vierluik over lijfrenten wordt u meegenomen in de wereld van lijfrenten, waarbij de belangrijkste facetten worden behandeld. In dit eerste deel van het vierluik wordt onder andere ingegaan op de aspecten bij premieaftrek en de saldoverklaring bij niet-afgetrokken premies.

 


Pensioen Advies

Augustus 2017
(nummer 7/8)

"Overschrijding bandbreedte KEW bij aflopen rentevastperiode’"

Op 23 mei 2017 is het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen van 15 mei 2017, nr. 2017-81019, in de Staatscourant gepubliceerd. Dit beleidsbesluit is aangepast aan de gewijzigde wetgeving met ingang van 1 januari 2017 en met ingang van 1 april 2017 (vervallen tijdklemmen). In dat kader zijn in paragraaf 4.2 van het besluit onder andere goedkeuringen opgenomen voor het vervallen van de tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen. Hierop is uitvoering ingegaan in de juni 2017-editie van Pensioen Advies. In het besluit is ook een goedkeuring opgenomen voor situaties waarin de bandbreedte-eis die geldt voor de premiebetaling wordt overschreden als gevolg van het aflopen van een rentevastperiode van de aan een kapitaalverzekering eigen woning gekoppelde eigenwoningschuld. Dit onderwerp staat centraal in deze bijdrage.

 


Pensioen Advies

Juli 2017
(nummer 6)

"Overschrijding bandbreedte bij aflopen rentevastperiode op aan kapitaalproduct gekoppelde hypotheek"

De bandbreedte-eis is een van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de uitkeringsvrijstelling bij een KEW, SEW, BEW of kapitaalverzekering uit het Brede Herwaarderingstijdperk (kapitaalproduct). Dit betekent dat gedurende de looptijd van het contract premies dan wel inlegbedragen moeten zijn voldaan in een verhouding van 1:10. Als daarbuiten wordt gesprongen kan de uitkeringsvrijstelling in principe niet meer van toepassing zijn. Recent is een beleidsstandpunt gepubliceerd waarbij overschrijding van de bandbreedte in bepaalde situaties wel is toegestaan.

 

Juni 2017
(nummer 6)

"Slotetappe in de ‘ronde van de tijdklemafschaffing’"

In de maart 2017-editie van Pensioen Advies is uitvoerig ingegaan op het algeheel verval van de tijdklemmen voor de kapitaalverzekering eigen woning en de bancaire eigenwoningspaarproducten. Sinds 1 april 2017 hoeft bij voortijdige afkoop niet meer aan de minimale premiebetalings-/inlegeis van 15 of 20 jaar te worden voldaan bij dergelijke spaarproducten. Toch kan er gebruik worden gemaakt van de maximale uitkeringsvrijstelling. Voor de kapitaalverzekeringen uit het tijdperk van de Brede Herwaardering was algehele terugkeer van de tijdklemmen gedurende korte duur een feit. Inmiddels zijn de tijdklemmen ook voor die categorie kapitaalverzekeringen komen te vervallen en kan ook zo’n verzekering, onder gebruikmaking van de maximale uitkeringsvrijstelling, voortijdig worden afgekocht. Recent is in dit verband een beleidsmaatregel gepubliceerd. Een welkome maatregel, maar alertheid is geboden.

 


Pensioen Advies

Juni 2017
(nummer 5)

"Tijdklemmen bij álle kapitaalproducten definitief vervallen"

Zo’n vijf maanden geleden werd de tot 1 januari 2017 voor de KEW, de SEW, het BEW en de kapitaalverzekeringen uit het Brede Herwaarderingsregime geldende beleidsmatige ‘tijdklemmenregeling’ omgezet in een wettelijke regeling. De regeling was iets verfijnder en uitgebreider. Op 1 april 2017 zijn de tijdklemmen helemaal komen te vervallen voor de KEW, de SEW en het BEW. In aansluiting daarop zijn de tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen via een beleidsmaatregel recent ook vervallen.

 

Mei 2017
(nummer 5)

"Afkoop lijfrente vs. overschrijding wettelijke termijn bij lijfrente; overeenkomsten en verschillen"

Als een box 1-lijfrente wordt afgekocht, kunnen daaraan stevige fiscale gevolgen zijn verbonden. Met ingang van 1 januari 2010 moet op afkoopsommen van box 1-lijfrenten loonbelasting worden ingehouden 1 en zijn lijfrenteaanbieders niet meer aansprakelijk voor de ter zake daarvan verschuldigde inkomstenbelasting. Deze ingeslagen weg heeft veel praktische voordelen. Ingeval de ‘expiratiedatum’ van een box 1-lijfrente wordt bereikt, moet de rechthebbende een keuze maken omtrent de ‘benutting’ van het opgebouwde lijfrentekapitaal. Doet hij dat niet tijdig dan zijn daaraan, vaak onverwacht, vervelende fiscale consequenties verbonden. Overschrijding van de wettelijke uitvoeringstermijn bij box 1-lijfrenten leidt namelijk – fiscaal gezien – tot afkoop. Bij zo’n fictieve afkoop verloopt de heffing geheel anders dan bij (echte) afkoop in contanten. Voor de praktijk levert dat regelmatig pijnpunten op. In deze bijdrage worden deze belicht. Tevens wordt ingegaan op de overeenkomsten en verschillen in de fiscale behandeling van beide vormen van afkoop.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Mei 2017
(nummer 4)

"PEB omzetten in oudedagsverplichting. Opstap naar box 1-lijfrente?"

Op 1 april 2017 is het uitfaseren van pensioen in eigen beheer (PEB) ingegaan. Een dga kan nog tot uiterlijk 1 juli 2017 PEB opbouwen. Als het PEB erna wordt gehandhaafd, moet het PEB worden bevroren. Het PEB kan ook worden afgekocht. Ten slotte kan ervoor worden gekozen het PEB om te zetten in een oudedagsverplichting. Deze omzetting kan een opstap vormen voor de overstap naar een box 1-lijfrente.

 

Maart 2017
(nummer 3)

"Algeheel verval tijdklemmen bij KEW, SEW en BEW"

Sinds jaar en dag geldt voor de toepassing van de uitkeringsvrijstelling voor kapitaalverzekeringen die vóór 1992 zijn gesloten een ‘beklemmende’ wettelijke voorwaarde, de zogenoemde ‘tijdklem’. Datzelfde geldt voor kapitaalverzekeringen eigen woning en hun bancaire tegenhangers. De tijdklem houdt in dat gedurende een minimale looptijd van het contract, 15 of 20 jaar, jaarlijks en onafgebroken bedragen moeten worden gestort. Voor bepaalde situaties bestond er een versoepelde ‘tijdklemmenregeling’ bij vroegtijdige afkoop van bedoelde contracten. Op 1 januari 2017 is deze regeling verder uitgebreid. Binnenkort worden alle remmen losgegooid! Recent is aangekondigd dat de tijdklemmen voortaan helemaal komen te vervallen. Is dit altijd gunstig?

 


Pensioen Advies

Maart 2017
(nummer 3)

"Recente ontwikkelingen op het fiscale terrein van de eigenwoningspaarproducten"

Op 1 januari 2017 zijn diverse fiscale wetten in werking getreden, waaronder de wet ‘Overige fiscale maatregelen 2017’. Deze wet omvat diverse wijzigingen op het terrein van de eigen woning. Een belangrijke wijziging is dat per 1 januari 2017 het bestaande fiscale beleid inzake het verval van de zogenoemde tijdklemmen bij toepassing van de uitkeringsvrijstelling bij vroegtijdige afkoop van een kapitaalverzekering eigen woning is opgenomen in de Wet IB 2001. Naast deze codificatie is de ‘tijdklemmenregeling’ per diezelfde datum enigszins verruimd. Binnenkort gaat de wetgever nog verder. Eind oktober 2016 werd de praktijk aangenaam verrast met een uitgebreide set van antwoorden op praktijkvragen inzake het overgangsrecht voor de eigenwoningspaarproducten. Kortom, er zijn diverse fiscale actualiteiten die het waard zijn de revue te laten passeren.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Maart 2017
(nummer 2)

"Afkoop van box 1-lijfrente; de revisierenteregeling"

Bij afkoop van een lijfrente die is gesloten in de periode 1992 – 2000 of onder de Wet IB 2001, is in het algemeen revisierente verschuldigd. Dat kan flink in de papieren lopen, want standaard is 20% over de belastbare afkoopwaarde verschuldigd. In bepaalde gevallen kan de tegenbewijsregeling revisierente voordeel bieden. De Rekenhulp Revisierente van de Belastingdienst kan bij de rekenexercitie behulpzaam zijn. Recent is de rekenhulp voor afkopen in 2016 online gezet.

 

Januari/februari 2017
(nummer 1-2)

"Redelijke vs. wettelijke termijn bij oudedagsvoorzieningen. Uitvoeringstermijnen in de praktijk vaak onduidelijk"

Als de opbouwfase – dit is de periode waarin nog geen uitkeringen plaatsvinden – van een pensioenvoorziening, een loonstamrecht of een lijfrenteproduct de ‘finish’ haalt zal een recht op periodieke uitkeringen moeten worden aangekocht en zal de hoogte van de termijnen moeten worden vastgesteld. Daar bestaat een uitvoeringstermijn voor. Voor de praktijk is niet altijd duidelijk welke termijn van toepassing is. Daarover gaat het in deze bijdrage.

 


Pensioen Advies

Januari 2017
(nummer 1)

"Een nieuw jaar met nieuwe fiscale mogelijkheden"

Op 1 januari 2017 zijn diverse nieuwe fiscale maatregelen op het terrein van bancair en verzekerd sparen in werking getreden. Het gaat daarbij om gewijzigde bepalingen in de Wet IB 2001, de Invoeringswet Wet IB 2001 en in lagere regelgeving. Een opmerkelijk fenomeen is dat een van de op Prinsjesdag 2016 ingediende wetsvoorstellen niet is aangenomen door de Eerste Kamer, maar dat er voor bepaalde voorgestelde maatregelen uit dat wetsvoorstel toch wordt gedaan alsof ze wel al in werking zijn getreden. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van deze actualiteiten.

 

December 2016
(nummer 10)

"Gaan tijdklemmen voor KEW, SEW en BEW geheel vervallen?"

Het op 20 september 2016 gepresenteerde pakket ‘Belastingplan 2017’, bevatte al enkele maatregelen om de zogenoemde tijdklemmen bij een KEW, SEW en BEW in bepaalde situaties te laten vervallen. Recent is dat belastingpakket aangenomen door de Tweede Kamer, alsmede een amendement dat nog veel verder gaat. De tijdklem komt namelijk geheel te vervallen. Een KEW kan dus straks, ongeacht de situatie, onder versoepelde voorwaarden vervroegd worden afgekocht. In dit artikel wordt ingegaan op deze materie.

 

November 2016
(nummer 11)

"Omzettingen van een KEW, SEW en BEW; het overgangsrecht"

Op 27 oktober 2016 is een kersverse set met antwoorden op actuele vragen over het overgangsrecht inzake de kapitaalverzekering eigen woning, de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning gepubliceerd. De V&A-set bevat ten opzichte van zijn voorganger van medio 2014 voor de praktijk een aantal belangrijke antwoorden op veel gestelde praktijkvragen rond onder andere omzettingen van genoemde eigenwoningspaarproducten. Omzettingen van dergelijke spaarproducten zijn schering en inslag nu de woningmarkt erg aantrekt en de hypotheekrente laag is. In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe V&A’s over genoemde omzettingen in het licht bezien van het bestaande overgangsrecht. Het gaat om de V&A’s met de nummers C3 tot en met C7.

 


Pensioen Advies

November 2016
(nummer 9)

"Lijfrenterekening nu ook mogelijk bij beleggingsonderneming"

Prinsjesdag 2016 bood een breed scala aan fiscale wetsvoorstellen. Een ervan is het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (Wet PEB). Dat wetsvoorstel omvat onder meer het voorstel om de kring van fiscaal-toegelaten aanbieders van lijfrenten met beleggingsondernemingen uit te breiden. Daarmee zou een meer gelijk speelveld worden gecreëerd en zou de consument meer keuzeopties krijgen. In dit artikel wordt ingegaan op het voorstel.

 

Oktober 2016
(nummer 10)

"Situaties verval tijdklemmen bij KEW uitgebreid en gecodificeerd"

Op Prinsjesdag 2016, dat was op 20 september 2016, zijn diverse nieuwe fiscale wetsvoorstellen aangeboden aan de Tweede Kamer. Een van die voorstellen is het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017. Dit wetsvoorstel bevat belangwekkende wijzigingen op het terrein van de eigen woning. Een voor de praktijk relevante wijziging is dat het bestaande fiscale beleid over het verval van de tijdklemmen bij toepassing van de uitkeringsvrijstelling bij vroegtijdige afkoop van onder meer een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) wordt opgenomen in de Wet IB 2001. Naast deze codificatie wordt bovendien de tijdklemmenregeling verruimd. De maatregelen zijn beoogd in werking te treden per 1 januari 2017.

 


Pensioen Advies

Oktober 2016
(nummer 8)

"Expiratie en omzetting van loonstamrechten"

Nieuwe loonstamrechten komen er niet meer bij sinds de (loon)stamrechtvrijstelling voor per 1 januari 2014 is vervallen. Lopende loonstamrechten zijn er nog volop. Voor bestaande loonstamrechten geldt overgangsrecht. Op grond van dit overgangsrecht kunnen dergelijke stamrechten worden uitgevoerd overeenkomstig de oude fiscale spelregels. Dat dit bij expiraties en omzettingen van lopende stamrechten actueel is, is recent bevestigd door de herpublicatie van een V&A inzake omzettingen van oude loonstamrechten door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP). Daarop wordt in dit artikel ingegaan.

 

September 2016
(nummer 9)

"Fiscale behandeling compensatie voor lijfrentebeleggingsverzekering"

Dat het dossier ‘woekerpolissen’ nog lang niet is gesloten, moge blijken uit de aanhoudende publicaties over het onderwerp. Op 8 juni 2016 werd aan de woekerpolisaffaire nog aandacht besteed bij het TV-programma EenVandaag. Voormalig Ombudsman financiële dienstverlening Wabeke erkende dat hij er niet in is geslaagd de affaire te beëindigen. Als een verzekeraar bereid is een compensatievergoeding voor een beleggingsverzekering te verstrekken, dan is het van belang te weten wat de fiscale gevolgen daarvan zijn. De fiscale gevolgen zijn uitgewerkt in het besluit BLKB2011/1954M. In dat kader heeft een rechtbank recent uitspraak gedaan over de belastbaarheid van een aan een polishouder van een lijfrenteverzekering verstrekte compensatievergoeding.

 


Pensioen Advies

September 2016
(nummer 7)

"Voor aanvullende ontslagvergoeding geen stamrechtvrijstelling"

Onder gebruikmaking van de stamrechtvrijstelling kon een ontslagvergoeding tot 1 januari 2014 vrij van loonheffing worden gestort in een stamrecht. De ontslagvergoeding moest dan wel vóór genoemde datum zijn genoten. Óf de werknemer moest tot het bedrag van de ontslagvergoeding op 31 december 2013 een aanspraak hebben op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd/te derven loon. Recent heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant zich uitgesproken over deze fiscale materie.

 

September 2016
(nummer 9)

"Imputatie nettopensioenpremies op jaarruimte, net iets teveel imputatie"

Ruim een jaar geleden, per 1 januari 2015, zijn diverse aanpassingen in het Nederlandse pensioenstelsel doorgevoerd. Enerzijds zijn diverse versoberende maatregelen doorgevoerd. Anderzijds zijn er vanaf die datum ook een tweetal nieuwe nettospaarfaciliteiten geïntroduceerd door de wetgever, de nettolijfrente en het nettopensioen in box 3. Met die nieuwe spaarfaciliteiten kan op basis van vrijwilligheid een oudedagsvoorziening worden opgebouwd over dát deel van een bepaalde wettelijke grondslag (verzamelinkomen) dat uitkomt boven de per 1 januari 2015 ingevoerde aftoppingsgrens van ruim € 100.000. De opbouw die met een nettopensioen plaatsvindt moet niet alleen in mindering worden gebracht op de nettolijfrenteruimte in box 3, maar merkwaardig genoeg óók op de jaarruimte voor een (bruto)lijfrente in box 1. Dit leidt in bepaalde gevallen tot overkill.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juli 2016
(nummer 6)

"Fiscale behandeling compensatievergoeding lijfrenteverzekering"

In het besluit BLKB2011/1954M van 20 december 2011 worden de fiscale gevolgen van de collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen uiteengezet. Daarin worden onder meer de gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting van die compensatieregeling voor lijfrenteverzekeringen beschreven. Recent heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant zich uitgesproken over de belastbaarheid van een aan een polishouder van een lijfrenteverzekering verstrekte compensatievergoeding.

 

Juni 2016
(nummer 5)

"Herpublicatie twee V&A’s inzake loonstamrechten"

Als bekend mag worden verondersteld dat de (loon)stamrechtvrijstelling voor nieuwe ontslagen per 1 januari 2014 is vervallen. Voor bestaande aanspraken geldt overgangsrecht. Op grond daarvan kunnen bestaande loonstamrechten nog worden uitgevoerd overeenkomstig de op 31 december 2013 geldende fiscale spelregels inzake loonstamrechten. De bijbehorende vragen en antwoorden (V&A’s) blijven ook hun belang behouden. Recent zijn twee V&A’s inzake stamrechtovereenkomsten opnieuw gepubliceerd. Op de inhoud ervan wordt in dit artikel ingegaan.

 

Mei 2016
(nummer 5)

"Expirerende lijfrenten bij geëmigreerde Nederlander"

Als een klant een gefaciliteerde box 1-lijfrenteverzekering heeft afgesloten voor de oude dag, dan komt het er toch een keer van. Na de opbouwfase wordt het tijd iets met het opgebouwde lijfrentekapitaal te gaan doen. Bij expiratie moeten er in beginsel lijfrentetermijnen ingaan. Voor een inwoner van Nederland is dat soms al lastig genoeg. Wat nu als een klant bij het bereiken van die datum in het buitenland woont? Hij krijgt dan niet alleen met verdragstoepassing, maar mogelijk ook met grensoverschrijdende dienstverlening te maken. Dit heeft soms verstrekkende gevolgen. In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijke complicaties en aandachtspunten in (lijfrente)verzekeringsland.

 


Pensioen Advies

Mei 2016
(nummer 4)

"Belgische RSVZ-bijdrage is niet aftrekbaar"

Uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn de in de Wet IB 2001 opgesomde categorieën van uitgaven die op een belastingplichtige drukken. Onder voorwaarden zijn die uitgaven aftrekbaar voor de IB. De betalingen van enkele van die categorieën moeten zijn gebaseerd op een levensverzekering. En de bijdragen moeten zijn betaald aan een voor de IB toegelaten aanbieder. In de op 15 maart 2016 gepubliceerde uitspraak van het Hof Amsterdam van 7 januari 2016 (15/00199) zijn genoemde criteria aan de orde geweest.

 

April 2016
(nummer 4)

"Herpublicatie vragen en antwoorden loonstamrechten"

Inmiddels zal een ieder het wel hebben meegekregen, de loonstamrechtvrijstelling is voor nieuwe ontslagen per 1 januari 2014 komen te vervallen. Voor bestaande aanspraken geldt overgangsrecht. Op grond daarvan kunnen bestaande loonstamrechten nog worden uitgevoerd overeenkomstig de op 31 december 2013 geldende fiscale spelregels inzake loonstamrechten. De bijbehorende vragen en antwoorden (VenA’s) blijven ook hun belang behouden. Medio januari 2016 is een viertal VenA’s inzake stamrechtovereenkomsten opnieuw gepubliceerd. De inhoud ervan wordt hierna toegelicht.

 


Pensioen Advies

April 2016
(nummer 4)

"Imputatie opbouw nettopensioen op jaarruimte box 1"

De jaar- en reserveringsruimte bepalen gezamenlijk welk totaalbedrag aan betaalde lijfrentepremies c.q. –inlegbedragen maximaal aftrekbaar is als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1. Bij de bepaling van die maximale jaarruimte wordt rekening gehouden met de opbouw van bepaalde pensioenaanspraken (imputatieregeling). Met ingang van 1 januari 2016 is de imputatieregeling uitgebreid en moet bij de bepaling van de jaarruimte in box 1 ook rekening worden gehouden met de in een nettopensioen in box 3 gestorte bedragen. Hoe de imputatieregeling werkt wordt in deze bijdrage uiteengezet.

 


Pensioen Advies

April 2016
(nummer 3)

"Dubbel benutten uitkeringsvrijstelling bij fiscale partners in jaren gelegen vóór 2016"

Sinds 1 januari 2016 kunnen fiscale partners de kapitaalsuitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) voor wat betreft het benutten van de uitkeringsvrijstelling op verzoek toerekenen aan beide partners, ook al staat op de polis maar één van de partners opgenomen als begunstigde. Door deze toerekeningsregel (regeling ‘dubbel benutten uitkeringsvrijstelling’) kunnen beide partners voor de – fiscaal aan hen toegerekende – helft van de uitkering gebruikmaken van de eigen uitkeringsvrijstelling. Dat kan voordelig zijn. Een vergelijkbare toerekeningsregel geldt sinds kort ook bij vóór 1 januari 2016 tot uitkering gekomen KEW’s, waarbij de benodigde dubbele begunstiging ontbrak.

 

Maart 2016
(nummer 2)

"Overkill bij imputatie nettopensioenopbouw op jaarruimte box 1"

De jaarruimte bepaalt wat maximaal aftrekbaar is aan op een box 1-lijfrente betaalde lijfrentepremies c.q. –inlegbedragen. Daarbij wordt rekening gehouden met de opbouw van bepaalde pensioenaanspraken (imputatieregeling). Die imputatieregeling is sinds 1 januari 2016 gewijzigd. Bij de bepaling van de jaarruimte moet nu namelijk ook rekening worden gehouden met de in een nettopensioenregeling in box 3 ingelegde premies.

 

Januari/februari 2016
(nummer 1/2)

"Fiscale maatregelen inzake lijfrenten- en kapitaalverzekeringen per 1-1-2016"

Het nieuwe jaar is nog jong. Ook fiscaal gezien is het jaar met knallend vuurwerk ingeluid. Het jaar begint met een paar belangrijke fiscale versoepelingen voor de praktijk. De minimumwaarderingsregel bij afkoop van nieuw regime box 1-lijfrente stond al even ter discussie. Het is er dan nu van gekomen, bij afkoop van zo’n nieuw regime lijfrente is de minimumwaarderingsregel niet meer van toepassing. De op dat punt gedane toezegging mondde snel uit in een fiscale beleidsmaatregel. Met het aannemen van het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2016’ 1 door de Eerste Kamer is de beleidsmaatregel gecodificeerd. Het nieuwe fiscale jaar biedt nóg een mooie versoepeling. Het gaat om de toepassing van de dubbele vrijstelling voor fiscale partners bij onder meer uitkeringen uit kapitaalverzekeringen. Beide maatregelen kunnen een aardige besparing opleveren. Ten slotte is met ingang van 1 januari 2016 de zogenoemde imputatieregeling bij het benutten van de vrijstelling voor een spaarrekening eigen woning gerepareerd. In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe maatregelen.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Januari 2016
(nummer 1)

"Reparatie imputatieregeling bij gebruik SEW-/BEW-vrijstelling"

Voor de kapitaalverzekering uit het Brede Herwaarderingsregime (gesloten in 1992 – 2000) en de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW) kan bij uitkering een zogenoemde ‘lifetime-vrijstelling’ gelden. Bij gebruik van die vrijstelling moet dit gebruikte deel in mindering worden gebracht – geïmputeerd – op een aantal bedragen. Hoe werkt die imputatieregeling ook alweer?

 

December 2015
(nummer 12)

"Let op! Voorkom overschrijding van wettelijke uitvoeringstermijn bij lijfrente"

Een jaarlijks terugkerend fenomeen in lijfrenteland is dat – in het algemeen – aan het einde van het kalenderjaar lijfrenten expireren c.q. hun lijfrente-ingangsdatum bereiken. Het is dan tijd voor actie! Wat regelmatig wordt vergeten is dat de (re)actietermijn niet ongelimiteerd is. Er geldt een wettelijke uitvoeringstermijn waarbinnen moet worden gehandeld. Men kan de lijfrentetermijnen laten ingaan, de lijfrente kan soms nader worden uitgesteld of men kan ervoor kiezen de lijfrente ineens te laten uitkeren (afkoop). Het doelloos laten staan van het lijfrentekapitaal is zinloos en wordt fiscaal ‘bestraft’. Er moet dus een keuze worden gemaakt en dat moet tijdig gebeuren. Bij een in 2014 geëxpireerde lijfrente moet dat vóór 1 januari 2016. Wacht niet tot het laatste moment!

 


Pensioen Advies

December 2015
(nummer 10)

"Exit minimumwaarderingsregel bij afkoop van lijfrente"

Op 26 augustus 2015 kondigde de staatssecretaris van Financiën het al aan. Hij liet zijn voornemen al snel neerslaan in een beleidsbesluit, namelijk in het lijfrentebesluit van 3 september 2015, nr. BLKB2015/1080M. De goedkeuring maakt het mogelijk de minimumwaarderingsregel niet toe te passen bij afkoop van een nieuw-regime-lijfrente.

 

November 2015
(nummer 11)

"Fiscale versoepelingen voor klant met lijfrente- en/of kapitaalverzekering"

Eind augustus 2015 kondigde de staatssecretaris van Financiën het al aan, er komt een wettelijke maatregel waardoor de minimumwaarderingsregel bij afkoop van een nieuw regime lijfrente niet meer van toepassing is. Op zijn toezegging volgde in rap tempo een beleidsbesluit én een wetsvoorstel met een concrete maatregel. Het afschaffen van de minimumwaarderingsregel bij afkoop van een nieuw regime lijfrente kan een behoorlijk voordeel opleveren voor een klant. Daarmee zijn we er nog niet. De wetgever is op Prinsjesdag 2015 nog met een andere fiscale versoepeling gekomen. Het gaat om de toepassing van de dubbele vrijstelling voor fiscale partners bij onder meer uitkeringen uit kapitaalverzekeringen. Ook die maatregel kan een flinke meevaller voor een klant betekenen. In deze bijdrage wordt ingegaan op de voorgestelde maatregelen.

 


Pensioen Advies

November 2015
(nummer 9)

"Overschrijding bandbreedte 1:10 bij kapitaal-verzekeringen soms toegestaan"

Lange tijd kon fiscaal-voordelig vermogen worden opgebouwd via een spaarproduct dat eenmalig uitkeert. De in de uitkering begrepen rente is dan voor de IB-heffing onbelast. Een van de voorwaarden is dat de premies voor kapitaalverzekeringen van na 1991 moeten zijn betaald binnen een verhouding van 1:10. Bij betalingen buiten die bandbreedte vervalt in principe de vrijstelling. Sinds kort is een verhouding van 1:11 soms toegestaan.

 

Oktober 2015
(nummer 10)

"Geruisloos terugstorten van te hoge inleg op lijfrente mogelijk"

In de bijdrage in maart 2015-editie van Pensioen Advies is uitvoerig ingegaan op de situatie waarin een verklaring inzake niet-afgetrokken bedragen, oftewel een saldoverklaring, soulaas kan bieden bij het tot uitkering komen van een lijfrente. Voor de werking van de saldomethode zij verwezen naar die bijdrage. Na de publicatie van de maart-editie is een op dat terrein een belangwekkend lijfrentebesluit gepubliceerd, namelijk het besluit BLKB2015/463M. Het eind juni 2015 gepubliceerde besluit biedt de mogelijkheid de ‘te veel’ op een lijfrenteproduct betaalde bedragen geruisloos terug te laten storten, dat wil zeggen zonder dat daaraan de gebruikelijke fiscale gevolgen van afkoop zijn verbonden. Deze versoepelde regeling heeft een beperkte houdbaarheidsdatum. Het is goed de ins en outs te kennen opdat tijdig actie kan worden ondernomen.

 


Pensioen Advies

Oktober 2015
(nummer 8)

"Dubbele uitkeringsvrijstelling voor fiscale partners bij kapitaalverzekeringen!"

Op 15 september 2015 is het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2016’ (OFM 2016) gepresenteerd. In dit wetsvoorstel zijn niet alleen maatregelen opgenomen ten behoeve van het noodzakelijke onderhoud, maar ook maatregelen die bijdragen aan complexiteitsreductie en een vereenvoudiging realiseren. Een van de voorgestelde maatregelen betreft de toepassing van de dubbele uitkeringsvrijstelling voor fiscale partners bij onder meer uitkeringen uit kapitaalverzekeringen.

 

September 2015
(nummer 9)

"Update inzake minimumwaarderingsregel bij afkoop van een lijfrente"

Afkoop van een lijfrenteverzekering op beleggingsbasis met een afkoopwaarde die ligt onder het niveau van de in totaal op die lijfrente betaalde premies, werkt – fiscaal gezien – vaak ruw uit. Dit is ingegeven door de huidige wetssystematiek van de zogenoemde minimumwaarderingsregel die de Wet IB 2001 rijk is. Op 26 augustus 2015 maakte de staatssecretaris van Financiën bekend dat hij de intentie heeft die regel niet meer te willen toepassen bij afkoop van een lijfrente. Het wetsvoorstel waarin die intentie wordt uitgewerkt, moet nog worden ingediend. Hoe werkt de minimumwaarderingsregel ook al weer?.

 


Pensioen Advies

September 2015
(nummer 7)

"Te veel gestort in lijfrente? Terugstorten mag!"

Wat zijn de fiscale gevolgen als de op een lijfrente gestorte bedragen niet aftrekbaar zijn binnen de jaar- en reserveringsruimte in box 1 en bovendien buiten de zogenoemde ‘saldomethode’ vallen? Er zijn dan eigenlijk ‘te veel’ lijfrentebedragen betaald. Valt hier nog iets aan te doen of is het ‘jammer, maar helaas’?

 

Juli/augustus 2015
(nummer 7/8)

"Langdurig arbeidsongeschikt? Koop uw lijfrente zonder sanctie af"

Sinds 1 januari 2015 zijn er in het fiscale regime voor lijfrenten een aantal fiscale spelregels veranderd. Zo is de aftrekruimte voor zogenoemde box 1-lijfrenten (met recht op aftrek) nader ingeperkt en er is een nieuwe spaarfaciliteit in box 3 geïntroduceerd, de nettolijfrente. Dat is nog niet alles. Met ingang van 1 januari 2015 is er voor langdurig arbeidsongeschikten een mogelijkheid in het leven geroepen om box 1-lijfrenten af te kopen zonder fiscale boete: er is dan namelijk geen revisierente verschuldigd. Dit kan aantrekkelijk zijn. Door de lijfrente onder gebruikmaking van deze ‘fiscaal-voordelige’ regeling af te kopen kan voortijdig worden voorzien in eigen inkomen bij arbeidsongeschiktheid, zonder dat het reguliere afkoopregime van toepassing is. Over de afkoopsom is wel inkomstenbelasting verschuldigd. Er geldt ook een fiscaal-voordelige afkoopregeling voor de per 1 januari 2015 geïntroduceerde nettolijfrente in box 3. Die regeling werkt iets anders uit. In deze vakbijdrage worden de fiscale spelregels van de nieuwe afkoopregelingen besproken.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juli 2015
(nummer 6)

"Kapitaalverzekering in box 3 deelt niet in KEW-vrijstelling"

Het onderwerp ‘kapitaalverzekering’ is een dankbaar onderwerp voor een leuke fiscale discussie. Een veel gestelde vraag is of een verpande kapitaalverzekering nu wel of niet ‘automatisch’ is aan te merken als een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) in box 1. Dat dit niet voor iedereen zonneklaar is, moge blijken uit twee vrij recent gepubliceerde uitspraken in belastingzaken.

 

Juni 2015
(nummer 6)

"Fiscaal-soepele afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid"

Op 16 december 2014 werd het Belastingplan 2015 aangenomen door de Eerste Kamer. Een van de maatregelen die met dat belastingplan is getroffen, is de fiscaal-soepele afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Per 1 januari 2015 is het mogelijk dat een lijfrente voortijdig wordt afgekocht om te voorzien in inkomen bij arbeidsongeschiktheid zonder dat revisierente is verschuldigd. Dat scheelt maar liefst 20% over de afkoopwaarde. Deze fiscale maatregel ziet op zowel de box 1-lijfrente waarvoor premies kunnen worden afgetrokken, als op de per 1 januari 2015 ingevoerde nettolijfrente in box 3.

 


Pensioen Advies

Juni 2015
(nummer 5)

"Lijfrente beschermd bij beroep op bijstand"

In september 2014 stelde de gemeente Enschede nog voor om bij een bijstandsaanvraag een verplichte verzilvering van het pensioen vóór de pensioendatum in te voeren. Dit plan leidde tot veel ophef en kritische kamervragen en werd ingetrokken. Het plan stond haaks op het beleid om opgebouwd pensioenvermogen te beschermen als oudedagsvoorziening. Het wetsvoorstel ter bescherming van lijfrente- en pensioenopbouw van zzp’ers en werknemers bij een beroep op de bijstand is kort geleden geaccordeerd door de ministerraad.

 

Juni 2015
(nummer 6)

"Update dossier beleggingsverzekeringen"

Het dossier ‘beleggingsverzekeringen’, in de volksmond ook wel ‘woekerpolissen’ genoemd, is een dossier dat nog steeds niet kan worden gesloten. Het dossier heeft de afgelopen jaren veel stof doen opwaaien en houdt verzekeraars, consumenten, belangenverenigingen en andere betrokken marktpartijen anno 2015 nog steeds dagelijks bezig. Na de bijdrage in de mei 2012-editie van VP Bulletin is er veel gebeurd in de branche. Er zijn veel positieve stappen gezet in dossier der woekerpolissen, maar dit dossier is geenszins ‘end of life’. Het lijkt de afgelopen maanden juist actueler dan ooit. Over de nazorg bij beleggingsverzekeringen is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) nog niet tevreden. De AFM blijft noodgedwongen hameren op het activeren van klanten door verzekeraars en adviseurs en heeft aangekondigd daarnaar nader onderzoek in te stellen. Het fiscale beleid voor door verzekeraars getroffen compensatieregelingen staat al weer even vast, maar is nog steeds niet voor een ieder gesneden koek. Deze bijdrage biedt een zo compleet mogelijk overzicht van de ontwikkelingen in het woekerpolisdossier van de afgelopen jaren. Er wordt bovendien kort ingegaan op de fiscale begeleiding van beleggingspolissen. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de specifieke elementen inzake pensioenverzekeringen in de 2e pensioenpijler.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

April 2015
(nummer 3)

"Fiscale gevolgen bij afkoop van kapitaalverzekeringen"

De afgelopen decennia zijn veel kapitaalverzekeringen gesloten. De ene werd gesloten met het doel een leuke spaarpot voor later te hebben, de andere met het oog op de aflossing van de hypothecaire lening. Het afsluiten van een kapitaalverzekering werd veelal ingegeven door de fiscaal-stimulerende regelgeving op dat terrein. Menig contract bereikt de laatste jaren de einddatum, maar heel veel kapitaalverzekeringen worden ook tussentijds afgekocht om alvast te beschikken over de gespaarde centen. In deze bijdrage worden de meest recente fiscale beleidsstandpunten bij tussentijdse afkoop van een kapitaalverzekering behandeld.

 

Maart 2015
(nummer 3)

"Wat nu als u uw lijfrentepremies niet volledig heeft afgetrokken? Een saldoverklaring kan helpen"

Als de opbouwfase van een lijfrente op zijn einde loopt en de contractueel overeengekomen einddatum wordt bereikt zullen de lijfrentetermijnen een aanvang moeten gaan nemen. Een gerichte lijfrente zal moeten worden vormgegeven en ingaan. Voor een expirerende kapitaalverzekering met lijfrenteclausule geldt dat het lijfrentekapitaal zal moeten worden gebruikt om een lijfrente aan te kopen. Dat lijfrentekapitaal kan ook worden gebruikt voor de aankoop van een nader uitgestelde lijfrente. Voor een gerichte lijfrente is nader uitstel aan de grenzen van de Wet IB 2001 gebonden. Bij het tot uitkering komen van een lijfrente waarvoor de premies aftrekbaar waren, geldt als hoofdregel dat de lijfrentetermijnen in beginsel integraal én progressief belast zijn in box 1. Dat geldt ook als men opteert voor afkoop. Als premies in het verleden niet (geheel) zijn afgetrokken, kan daarmee bij de heffing over de uitkering(en) soms rekening worden gehouden.

 


Pensioen Advies

Maart 2015
(nummer 2)

"Versoepeling beleid bij omzettingen van kapitaalverzekeringen"

De tendens die de laatste jaren valt te bespeuren is dat het beleid bij omzettingen van kapitaalverzekeringen stap voor stap versoepeld wordt, getuige de officiële publicaties vanuit de overheid. In het recent gepubliceerde ‘verzamelbesluit’ inzake kapitaalverzekeringen is een verdere versoepeling ingezet. In deze bijdrage worden de nieuwe beleidsregels bij omzetting van kapitaalverzekeringen belicht.

 

Januari/februari 2015
(nummer 1/2)

"Afkoop van kapitaalverzekeringen. Wél of geen vrijstelling?"

Het aflossen van de eigenwoningschuld is ‘hot’. Dit gaat steeds meer ten koste van ‘beklemde’ voorzieningen die eigenlijk voor later waren bedoeld. Dergelijke voorzieningen wil men ook graag ‘ontklemmen’ voor andere doeleinden dan bedoelde aflossing. De fiscale wetgever en beleidsmaker stimuleren het aflossen van de eigenwoningschuld bij tijd en wijle. De inzet van pensioengelden voor dat doel verkeert momenteel in de verkennende fase. Voor het vervroegd opnemen (afkopen) van gelden uit kapitaalverzekeringen of spaarrekeningen eigen woning ter aflossing van de eigenwoningschuld geldt versoepelend fiscaal beleid. Recent verschenen beleidspublicaties geven daarover duidelijkheid. Er gelden wel een aantal voorwaarden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de fiscale spelregels bij diverse situaties van vroegtijdige afkoop van een kapitaalverzekering.

 


Pensioen Advies

December 2014
(nummer 12)

"(On)mogelijkheden bij en gevolgen van afkoop van (ontslag)stamrechten"

Per 1 januari 2014 is het fiscale regime rond afkoop van ontslag- c.q. loonstamrechten belangrijk versoepeld. Dergelijke stamrechten mogen sinds die datum gedeeltelijk worden afgekocht zonder dat dat gevolgen heeft voor het niet-afgekochte deel van het stamrecht. Revisierente is niet meer verschuldigd! En in de paar resterende weken van 2014 kan bovendien nog gebruik worden gemaakt van de zogenoemde ‘80%-regeling’, een verdergaande versoepelende regeling van tijdelijke aard. Snelle actie is dan wel vereist. In deze bijdrage worden de ins en outs rond afkoop van ontslag- c.q. loonstamrechten besproken.

 


Pensioen Advies

December 2014
(nummer 10)

"Saldoverklaring inzake niet-afgetrokken lijfrentepremies; bewijslast geen aftrek"

Bij het tot uitkering komen van een box 1-lijfrente waarvoor de premies aftrekbaar waren, geldt als hoofdregel dat de periodieke lijfrentetermijnen, dan wel de afkoopsom, in beginsel progressief belast zijn/is in box 1. Als premies in het verleden niet (geheel) zijn afgetrokken, kan daarmee onder bepaalde voorwaarden rekening worden gehouden. Daarbij kan de saldoverklaring van nut zijn.

 

December 2014
(nummer 12)

"De nettolijfrente per 1 januari 2015. Hoe werkt ‘ie en wat biedt ‘ie?"

De nettolijfrente in box 3 is een feit per 1 januari 2015. Het wetsvoorstel inzake de nettolijfrente is op 27 mei 2014 aangenomen door de Eerste Kamer. Een ander fiscaal – in een aantal opzichten vergelijkbaar – instrument is de nettopensioenregeling. Deze fiscale faciliteit is nog niet in wetten verankerd. Op 1 september 2014 werd het ontwerpbesluit uitvoering nettopensioen aan de Tweede Kamer aangeboden. In het wetsvoorstel ‘Belastingplan 2015’ van 16 september 2014 is het – in de tweede pensioenpijler vallend – nettopensioen in box 3 nader uitgewerkt. Dit wetsvoorstel is momenteel nog in behandeling bij de Tweede Kamer. In een tweeluik worden beide netto-regelingen uitvoerig besproken. In dit eerste deel wordt ingegaan op de ins en outs rond de nettolijfrente. In deel twee van het tweeluik wordt de nettopensioenregeling belicht door de heer R. Stam. In dat tweede deel worden ook de verschillen tussen de nettolijfrente en de nettopensioenregeling besproken.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

November 2014
(nummer 9)

"Verschoonbare termijnoverschrijding bij expiratie van lijfrenten"

Een jaarlijks terugkerend fenomeen in lijfrenteland is dat (veelal) aan het einde van het kalenderjaar lijfrenten expireren c.q. hun lijfrente-ingangsdatum bereiken. Het is dan tijd voor actie! Wat regelmatig wordt vergeten is dat de (re)actietermijn beperkt is. De wettelijke termijn waarbinnen moet worden geacteerd, moet nauwlettend in de gaten worden gehouden. Want anders kan dit tot onaangename fiscale gevolgen leiden.

 

Oktober 2014
(nummer 14)

"Wetswijzigingen in de derde pensioenpijler per 1 januari 2014 en erna"

Het jaar 2014 opende met een breed pakket aan wijzigingen in de fiscale wet- en regelgeving, waaronder aanpassingen van het lijfrenteregime in box 1 van de inkomstenbelasting. De inkt van de wetgevingspers was nog maar net ingedroogd, of daar werd het volgende pakket aan wetswijzigingen op het terrein van de derde pensioenpijler alweer gepresenteerd. Op 20 januari jl. zag de ‘Novelle Pensioenakkoord’ het levenslicht, een wetsvoorstel met aanpassingen van het bestaande regime van de box 1-lijfrente en de introductie van een nieuw lijfrentevehikel, de nettolijfrente in box 3. De novelle is eind mei 2014 aangenomen door de Eerste Kamer. Voor degene die het overzicht kwijt is, biedt deze bijdrage een praktisch en handig overzicht van de wetswijzigingen op het terrein van de derde pensioenpijler in 2014 en verder.

 

Oktober 2014
(nummer 8)

"BP 2015; wijzigingen in de lijfrentesfeer"

Eerder dit jaar hebben diverse wetswijzigingen op het terrein van de lijfrenten het licht gezien. Op Prinsjesdag 2014, 16 september 2014, zijn niet al te schokkende wetsvoorstellen gepresenteerd. En de hoeveelheid is zeker ‘beschaafd’ te noemen. Toch bevat het wetsvoorstel ‘Belastingplan 2015’ weer een aantal wetsvoorstellen op het vlak van lijfrenten. In deze bijdrage worden deze belicht.

 

September 2014
(nummer 9)

"Versoepelend beleid inzake winstlijfrenten uitgebreid naar bancaire lijfrenten"

Het voorlaatste verzamelbesluit ‘Lijfrenten in de winstsfeer’ dateerde van eind 2004. Dat besluit bevat het fiscale beleid op het gebied van lijfrenten en stamrechten die belastingplichtigen alleen als (ex)ondernemers of medegerechtigden kunnen bedingen. Het betreffende beleid was toegespitst op verzekerde winstlijfrenten en liep nog niet in de pas met het fiscale regime inzake de bancaire lijfrenten. Dat kon ook nog niet, want de ‘Wet banksparen’ werd pas met ingang van 1 januari 2008 geïntroduceerd. Met de publicatie van het verzamelbesluit ‘Lijfrente in de winstsfeer’ op 12 juni 2014 zijn enkele belangrijke versoepelende beleidsstandpunten die tot op heden alleen golden voor verzekerde winstlijfrenten, alsnog doorgetrokken naar het regime van de bancaire lijfrenten. Alvorens de betreffende goedkeuringen te bespreken, wordt eerst ingegaan op wat voorafging.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

September 2014
(nummer 7)

"Vragen en antwoorden over overgangsrecht KEW, SEW en BEW bij omzettingen"

Omzetten van een KEW, SEW en BEW is de laatste tijd erg ‘hot’. Dat is niet zo heel vreemd als je je bedenkt dat de AFM vorig jaar nog verzekeraars en adviseurs en masse opriep een meer actieve benaderingswijze te betrachten bij het leveren van hersteladvies in het kader van de nazorg bij woekerpolissen. Ook is het aantrekken van de eigenwoningmarkt debet aan (advies)werkzaamheden inzake eigenwoningspaarproducten. Bij verhuizingen binnen het eigenwoningsegment zijn omzettingen schering en inslag. Een klant heeft er belang bij dat het overgangsrecht dan niet verloren gaat!

 

Juli/augustus 2014
(nummer 7/8)

"Beleid winstlijfrenten doorgetrokken naar bancaire lijfrenten"

Het is alweer enige tijd geleden dat de bancaire lijfrenten werden geïntroduceerd. Met de inwerkingtreding van de Wet banksparen per 1 januari 2008 kan onder dezelfde voorwaarden die gelden voor een voor premieaftrek kwalificerende lijfrenteverzekering een bancaire lijfrente, dat wil zeggen een lijfrentespaarrekening en/of lijfrentebeleggingsrecht, worden bedongen. Enkele goedkeuringen die voor lijfrenteverzekeringen in de winstsfeer golden, waren nog niet van toepassing verklaard op de bancaire lijfrenten. Recent is het verzamelbesluit ‘Lijfrente in de winstsfeer’ (BLKB2014/816) gepubliceerd. Met die publicatie zijn de betreffende goedkeuringen alsnog doorgetrokken naar het regime van de bancaire lijfrenten. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op dit goedkeurend beleid.

 


Pensioen Advies

Juli 2014
(nummer 6)

"Lijfrenten in de winstsfeer en banksparen"

Al weer enige tijd geleden werden de bancaire lijfrenten geïntroduceerd. Sinds 1 januari 2008 kan onder dezelfde voorwaarden die voor een voor premieaftrek kwalificerende lijfrenteverzekering gelden een bancaire lijfrente worden bedongen. Een aantal belangrijke goedkeuringen die voor verzekerde ‘winst-lijfrenten’ golden, waren nog niet van toepassing verklaard op de bancaire lijfrenten. Sinds de recente publicatie van het winst-lijfrentebesluit is dit alsnog geregeld.

 

Juni 2014
(nummer 5)

"Aandachtspunten (loon)stamrechten in 2014"

Als gevolg van de inwerkingtreding van Belastingplan 2014 is per 1 januari 2014 de stamrechtvrijstelling voor nieuwe ontslaggevallen komen te vervallen. De wetgever heeft voor bestaande aanspraken overgangsrecht ingeregeld. Met ingang van 1 januari 2014 zijn diverse fiscale maatregelen ingevoerd om de vrijval van stamrechtkapitalen te stimuleren. In 2014 gelden een paar extra aandachtspunten. Enkele daarvan nopen tot actie!.

 

Mei 2014
(nummer 4)

"Vrijstelling bij tot uitkering komen kapitaalverzekering"

Veel van de in het verleden gesloten kapitaalverzekeringen bereiken de einddatum. Het verzekerde kapitaal zal tot uitkering gaan komen. De in de uitkering begrepen rente vormt dan in beginsel belastbaar inkomen in box 1. Onder bepaalde voorwaarden kan die rente geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld. Dit is mede-afhankelijk van het fiscaal regime waaronder de verzekering is gesloten.

 

Mei 2014
(nummer 5)

"Een veelzijdig pallet aan wijzigingen in het lijfrenteregime in 2014"

Het jaar 2014 opende met een fors pakket aan wijzigingen in de fiscale wet- en regelgeving, waaronder aanpassingen van het lijfrenteregime in box 1. De tijdelijke oudedagslijfrente werd in een nieuw fiscaal jasje gestoken. Die wijzigingen waren nog maar net in werking getreden, of daar werd het volgende pakket aan wijzigingsvoorstellen op de Tweede Kamertafel uitgestald. Op 20 januari 2014 zag namelijk de ‘Novelle Pensioenakkoord’ het levenslicht. Die novelle is een uitwerking van het op 18 december 2013 bereikte Pensioenakkoord. De Novelle Pensioenakkoord bevat een aantal – kleinere – voorstellen inzake het lijfrenteregime in box 1, maar omvat ook een zogenoemde ‘netto-lijfrentevariant in box 3, een nieuw fenomeen. Al met al een gevarieerd pakket aan wijzigingen met voor meerdere boxen wat wils. Later in de maand januari 2014 verscheen een vragen-en-antwoordenset op het fiscale terrein van de box 1-lijfrenten. Voor wie de wijzigingen niet (meer) op het netvlies kan houden, biedt deze bijdrage houvast.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

April 2014
(nummer 3)

"Overzicht wijzigingsvoorstellen Witteveen"

De Eerste Kamerbehandeling van het wetsvoorstel ‘Witteveenwet 2015’ wordt sinds 8 oktober 2013 aangehouden. De met de ‘Novelle Pensioenakkoord’ gedane wijzigingsvoorstellen zijn inmiddels ook aangenomen door de Tweede Kamer. Om tot een spoedige behandeling van de wetsvoorstellen over te kunnen gaan, heeft de Eerste Kamer verzocht om een integraal overzicht van de met het Witteveenkader samenhangende wijzigingen.

 

Maart 2014
(nummer 2)

"Nettolijfrente; nieuwe spaarvariant in box 3"

Met het wetsvoorstel ‘Wet pensioenaanvullingsregelingen’ werd op 21 juni 2013 een nieuw fiscaal vehicel geïntroduceerd, de lijfrente-excedentregeling in de vorm van een nettolijfrente in box 3. Deze sneuvelde uiteindelijk. Daarvoor in de plaats kwam een veel beter doordacht type nettolijfrentespaarvariant in box 3. Wat houdt die spaarvariant in en wat kun je ermee? Met deze vakbijdrage wordt een inkijkje geboden .

 

Februari 2014
(nummer 1)

"Wijzigingen in het lijfrenteregime in 2014"

De fiscale wetgever maakte een stevige entree in 2014 met een aardig arsenaal aan gewijzigde wettelijke bepalingen. Zo zijn per 1 januari jl. onder meer diverse fiscale bepalingen in het lijfrenteregime aangepast. En kort na de opstart van 2014 zijn alweer voorstellen op het lijfrenteterrein gelanceerd. Al met al nu al een jaar vol fiscale ‘verwennerij’. De hoogste tijd voor een overzicht.

 

Januari/februari 2014
(nummer 1/2)

"Nieuwe vormgeving van de tijdelijke oudedagslijfrente per 1 januari 2014"

Het arsenaal aan nieuw in werking getreden fiscale wetten biedt een gevarieerd programma aan wijzigingen in wettelijke bepalingen. Het liegt er dit jaar niet om. Er zijn onder meer wijzigingen aangebracht in het fiscale lijfrenteregime van de Wet IB 2001. Één van de belangrijke wijzigingen op dat terrein betreft de aanpassing van de vormvereisten van de tijdelijke oudedagslijfrenten. Om met ingang van 1 januari 2014 voor aftrek van op een dergelijk spaarproduct betaalde bedragen in aanmerking te komen, moet aan die nieuwe vormvereisten worden voldaan. Voor op 31 december 2013 bestaande contracten c.q. overeenkomsten is met ingang van 1 januari 2014 een overgangsregeling getroffen. In deze bijdrage worden de wijzigingen, alsmede (de werking van) het overgangsrecht belicht.

 


Pensioen Advies

December 2013
(nummer 10)

"Hersteladvies voor woekerpolis; fiscale knelpunten bij kapitaalverzekeringen"

De woekerpolisaffaire houdt veel partijen al heel wat jaren bezig. Er is al menig collectieve compensatieregeling getroffen. Toch is de lucht rond woekerpolissen nog steeds niet volledig geklaard. De AFM heeft verzekeraars en adviseurs opgeroepen tot een actieve(re) benadering van de klant en het leveren van een hersteladvies, een stukje nazorg. Eind 2013 wordt de balans opgemaakt. De belangrijkste fiscale beleidsregels bij omzetting van een kapitaalverzekering worden op een rij gezet.

 

November 2013
(nummer 9)

"(On)mogelijkheden bij expiratie lijfrente"

Aan het einde van het kalenderjaar expireren jaarlijks nog immer veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule en bereiken veel nieuwere lijfrentecontracten hun lijfrente-ingangsdatum, zo ook weer dit jaar. Beslist men te laat over wat er met de lijfrente moet gebeuren, dan kan dit forse fiscale gevolgen hebben. Professioneel advies bij expirerende lijfrenten is geen overbodige luxe. In deze bijdrage wordt ingegaan op de (on)mogelijkkheden bij expiraties van lijfrenten.

 

Oktober 2013
(nummer 8)

"Codificatie beleid en herstel ‘oneffenheden’ inzake KEW-regime"

Prinsjesdag 2013 heeft een extra ‘boost’ gegeven aan de voorraad liggende wetsvoorstellen. Het pakket ‘Belastingplan 2014’ omvat maar liefst vier nieuwe wetsvoorstellen. Los van dat pakket is nog het wetsvoorstel ‘Wet maatregelen woningmarkt 2014’ ingediend bij de Tweede Kamer. Dit voorstel staat bol van al eerder aangekondigde maatregelen op het terrein van de KEW, de SEW en het BEW. In deze bijdrage wordt daarop ingegaan.

 

Oktober 2013
(nummer 10)

"De kapitaalverzekering eigen woning bij scheiding in een ander fiscaal jasje"

Het dossier ‘scheiding en de eigen woning’ is er de afgelopen jaren niet dunner op geworden. De pogingen bij elkaar te blijven ten spijt, lopen huwelijken en andere vormen van samenleving nog te regelmatig op de klippen. Met alle wijzigingen in en aanscherpingen van allerhande financiële, als ook fiscale regels levert het scheiden van partners al met al veel vragen en onzekerheden op. Sinds de inwerkingtreding van de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning per 1 januari 2013 is lange tijd onzeker geweest of en – zo ja – in hoeverre het overgangsrecht inzake de kapitaalverzekering eigen woning, de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning bij echtscheiding van toepassing is of blijft als er wijzigingen in een dergelijk eigenwoningproduct worden aangebracht ter gelegenheid van een scheiding. Met de op 13 augustus 2013 op www.rijksoverheid.nl geplaatste vragen-en-antwoordenset 1 van de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst zijn diverse onduidelijkheden weggenomen voor de praktijk. In deze bijdrage wordt ingegaan op de in dat kader relevante helpdeskvragen en de van toepassing zijnde nieuwe wettelijke en beleidsmatige bepalingen.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

September 2013
(nummer 7)

"Verschillen in overgangsregelingen EW-product en eigenwoningschuld weggenomen"

Bij de herziening van de fiscale behandeling van de eigen woning per 1 januari 2013 zijn enkele verschillen ontstaan tussen de toepassing van het overgangsrecht voor de bestaande eigenwoningschuld en het overgangsrecht voor bestaande KEW’s, SEW’s en BEW’s. Diverse verschillen zijn weggenomen met het besluit BLKB2013/490M.

 

Juli 2013
(nummer 6)

"Introductie lijfrente-excedentregelingen"

Een week na indiening bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen al aangenomen door de Tweede Kamer. Met het voorstel worden onder meer lijfrente-excedentregelingen geïntroduceerd. Hiermee wordt voor individuele oudedagsvoorzieningen in de 3e pijler een nieuwe fiscale faciliteit geboden. In deze bijdrage worden de betreffende regelingen beschreven.

 

Juni 2013
(nummer 5)

"Verdwijnt depositogarantiestelsel voor SEW?"

Op 14 mei 2013 is het wetsvoorstel 'Wijzigingswet financiële markten 2014' (WFM 2014) aan de Tweede Kamer aangeboden. Met het wetsvoorstel wordt onder meer voorgesteld het huidige depositogarantiestelsel (DGS) te beperken. Het kabinet wil het DGS voor de SEW laten vervallen. In deze bijdrage wordt ingegaan op de voorgestelde maatregelen.

 

Mei 2013
(nummer 4)

"Versoberingen in de sfeer van de lijfrenten"

De afgelopen jaren zijn aardig wat versoberingen in het Nederlandse Pensioenstelsel doorgevoerd. Het voornaamste doel is verbetering van de houdbaarheid van de AOW en de aanvullende pensioenen. Een volgende versoberingsstap is voorgesteld met het op 15 april 2013 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel ‘Witteveenwet 2015’. Deze bijdrage biedt een overzicht van de wijzigingen op het lijfrenteterrein.

 

April 2013
(nummer 3)

"Verhuisregeling binnen het KEW-regime? Werk in uitvoering .…."

Bijna iedere nieuwe wet roept onduidelijkheden op. Dat geldt in het bijzonder voor het overgangsrecht voor de KEW dat met de inwerkingtreding van de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning per 1 januari jl. is ingevoerd. Inmiddels zijn enige onduidelijkheden weggenomen, maar nog lang niet alle, getuige het aantal berichten hierover in de media. Wat te denken van de verhuisregeling voor de KEW die de Wet IB 2001 tot 2013 kende. Wat is daar mee gebeurd? Daarop wordt in deze bijdrage uitvoerig ingegaan .....

 

Maart 2013
(nummer 3)

"Benutting uitkeringsvrijstelling ook mogelijk bij voortijdige afkoop KEW"

Om gebruik te kunnen maken van de uitkeringsvrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) of een bancaire spaarvariant ervan, is wettelijk vereist dat gedurende een minimumtermijn van 15 jaar (lage vrijstelling) of 20 jaar (hoge vrijstelling) jaarlijks premies respectievelijk inlegbedragen worden voldaan op het product. Bij het voortijdig beëindigen van zo’n spaarproduct voor de eigen woning is de afkoper in het algemeen inkomstenbelasting verschuldigd, tenminste als de uitkering een rente-element bevat. Sinds kort is het mogelijk dat de uitkeringsvrijstelling ondanks het voortijdig beëindigen van het spaarproduct in box 1, dat wil zeggen vóórdat een looptijd van 15 dan wel 20 jaar is bereikt, toch kan worden benut. Het gaat daarbij om een aantal specifieke gevallen. Deze gevallen zijn opgsomd in het beleidsbesluit besluit BLBK2012/1977M.

 


Pensioen Advies

Februari 2013
(nummer 2)

"Goedkeuringsbeleid in de KEW-sfeer (2)"

In zijn brief van 19 november 2012 heeft minister Blok (Wonen en Rijksdienst) toegezegd dat in een beleidsbesluit zal worden geregeld dat in een aantal specifieke situaties het vervroegd laten uitkeren van een KEW, SEW of BEW mét toepassing van de uitkeringsvrijstelling in box 1 mogelijk moet zijn. De toezegging is gestand gedaan met de publicatie van het besluit BLBK2012/1977M van 20 december 2012. In deze bijdrage wordt daarop uitvoerig ingegaan.

 

Januari/februari 2013
(nummer 1/2)

"Beleidsmatige aanvullingen op overgangsrecht inzake spaarproducten eigen woning"

Op 1 januari 2013 is de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning in werking getreden. Als gevolg daarvan is het structurele fiscale regime voor het fiscaal-gefaciliteerd sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld komen te vervallen. Nieuwe ‘spaarproducten eigen woning’, een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en een beleggingsrecht eigen woning kunnen alleen nog in uitzonderingsgevallen worden gesloten. Met de afschaffing van het regime inzake spaarproducten eigen woning, is wel nog overgangsrecht in de Wet IB 2001 geformuleerd. Dit overgangsrecht heeft zijn gelding tot 1 januari 2044. Samenhangend met het geschreven overgangsrecht en ter uitvoering van in dat kader gedane toezeggingen zijn door de staatssecretaris van Financiën recent twee beleidsbesluiten uitgebracht. In deze bijdrage wordt daarop ingegaan.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Januari/februari 2013
(nummer 1/2)

"Omzetten bestaande aflossingsvrije hypotheek in spaarhypotheek nog mogelijk tot 1 april a.s."

Er bestaan verschillende manieren om te zorgen voor een appeltje voor de dorst voor later. Veel werknemers nemen deel aan de door de werkgever geboden pensioenregeling en leggen zo gelden opzij voor later. Anderen sparen voor de oude dag door middel van een lijfrente. Een derde manier om een oudedagsvoorziening te treffen, is het sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een kapitaalverzekering eigen woning of een bancaire spaarvariant (hierna: EW-product). Met het gespaarde bedrag kan te zijner tijd de hypotheek worden afgelost, waardoor de maandelijkse lasten aanzienlijk afnemen op het moment dat men met pensioen gaat. Tot 1 april 2013 kan een nieuw EW-product alleen nog onder bepaalde voorwaarden worden gerealiseerd. De hoogste tijd om in actie te komen.

 


Pensioen Advies

Januari 2013
(nummer 1)

"Recente goedkeuring in de KEW-sfeer (1)"

De Wet herziening fiscale behandeling eigen wo-ning is nog maar net in het staatsblad gepubliceerd en daar verschijnen alweer twee fiscale besluiten over de KEW, de SEW en het BEW. Het gaat om op 28 december 2012 uitgebrachte beleidsbesluiten met een goedkeuringsgehalte. Deze bijdrage biedt een inkijk in het besluit BLKB2012/1994.

 

December 2012
(nummer 10)

"Wijzigingen in derde pensioenpijler ná in-diening van de wetsvoorstellen"

Op 18 september 2012 is het Belastingpakket 2013 c.a. bij de Tweede Kamer ingediend. Dat pakket bevat diverse voorgestelde maatregelen op het terrein van de derde pensioenpijler, alsmede op het terrein van de kapitaalverzekering eigen woning. Na de indiening van de onderliggende wetsvoorstellen zijn ten opzichte van de oorspronkelijke wetsvoorstellen verschillende wijzigingen doorgevoerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen besproken.

 

November 2012
(nummer 11)

"Mogelijke effecten rapport Commissie Van Dijkhuizen op pensioenmarkt"

Op 10 juli 2012 werd het wetsvoorstel ‘Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd’ aangenomen door de Eerste Kamer. Per 1 januari 2013 vindt op basis van die wet de eerste verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd én de AOW-aanvangsleeftijd plaats. Het wetsvoorstel dat moet leiden tot met die verhogingen samenhangende wijzigingen in de leeftijdsafhankelijke regelingen in andere wetten is nog maar net in behandeling bij de Tweede Kamer en daar ligt alweer een rapport met aanbevelingen op de mat van de Tweede Kamer, het rapport van de Commissie Van Dijkhuizen. Dit rapport bevat diverse aanbevelingen op het terrein van oudedagsvoorzieningen. Hoe reageert de praktijk hierop?

 


Pensioen Advies

November 2012
(nummer 9)

"Fiscale maatregelen in verband met afschaffen KEW-, SEW- en BEW-vrijstelling in box 1"

Het kabinet staat een herziening van de fiscale behandeling van de eigen woning voor. Een uitwerking van het herzieningsplan is opgenomen in het wetsvoorstel ‘Wet herziening fiscale behandeling eigen woning’. In deze bijdrage worden de voorgestelde fiscale maatregelen in verband met de afschaffing van de vrijstelling in box 1 voor nieuwe eigenwoningspaarproducten besproken.

 

Oktober 2012
(nummer 10)

"Doorwerking verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in andere wetten"

Op 4 juni 2012 werd het wetsvoorstel ‘Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd’ ingediend bij de Tweede Kamer. Na ruim een maand werd dit wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer en op 18 juli 2012 stond de wet al in het staatsblad. Op grond daarvan worden de pensioengerechtigde leeftijd én de AOW-leeftijd in een aantal jaren verhoogd. De eerste verhoging vindt plaats op 1 januari 2013. Voor zover de leeftijdsverhogingen moeten leiden tot wijzigingen in de leeftijdsafhankelijke regelingen in een aantal fiscale wetten, zijn die wijzigingen opgenomen in het pakket Belastingplan 2013 dat op 18 september 2012 werd ingediend bij de Tweede Kamer.

 


Pensioen Advies

Oktober 2012
(nummer 8)

"Wetswijzigingen in verband met verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd"

Op 18 juli 2012 is de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd van 12 juli 2012 in het staatsblad gepubliceerd. Op grond daarvan worden de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd van de AOW verhoogd, voor het eerst per 1 januari 2013. Voor zover die verhogingen noodzaken tot aanpassingen in leeftijdsafhankelijke regelingen in fiscale wetgeving, zijn deze meegenomen in het wetgevingspakket Belastingplan 2013. In deze bijdrage zijn de voorgestelde wetswijzigingen op een rijtje gezet.

 

September 2012
(nummer 9)

"Beleid inzake foutherstel bij verzekeringen en bankspaarproducten op een rij"

De herpublicatie van het verzamelbesluit lijfrenten op 22 juni 2012 bevat een flinke hoeveelheid aan fiscale beleidsstandpunten, nieuwe standpunten, maar ook bestaande standpunten die nu zijn uitgebreid naar het lijfrentespaarregime. Ook bevat het besluit veel praktijkgerichte fiscale handvatten en een aantal herstelmogelijkheden voor lijfrentepolissen en –bankspaarcontracten. Als je die optelt bij de herstelmogelijkheden die het verzamelbesluit kapitaalverzekeringen biedt, dan is het goed daar eens bij stil te staan, teneinde de bestaande herstelopties op een rijtje te zetten.

 


Pensioen Advies

September 2012
(nummer 9)

"Belangrijkste actualiteiten verzamelbesluit lijfrenten op een rij"

Al weer enige tijd geleden, namelijk per 1 januari 2008, is het fiscale regime voor lijfrentesparen en eigenwoningsparen in werking getreden. Met de Wet ‘Banksparen’ werd onder meer beoogd een fiscale gelijkstelling te bereiken tussen de fiscaal-gefaciliteerde lijfrenteverzekering en de bancaire lijfrentespaarvariant. Het laatste verzamelbesluit inzake lijfrenten en rechten op periodieke uitkeringen, kortweg het lijfrentebesluit, liep tot voor kort nog niet in de pas met de wettelijke bepalingen. De fiscale beleidsstandpunten op dat terrein waren immers nog niet toegespitst op het lijfrentebankspaarregime. De hoogste tijd voor een actualisatieronde! Met de publicatie op 22 juni 2012 van lijfrentebesluit BLKB2012/283M werd dat een feit. Naast een uitbreiding van bestaande standpunten naar het bancaire lijfrenteregime, ook wel lijfrentesparen genoemd, biedt het meest recente lijfrentebesluit een breed scala aan belangwekkende nieuwe beleidsstandpunten. In deze bijdrage worden de belangrijkste actualiteiten van het besluit besproken.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

September 2012
(nummer 7)

"Herstel(on)mogelijkheden bij lijfrenten"

Eind juni 2012 verscheen de herpublicatie van het beleidsbesluit lijfrenten (BLKB2012/283M). De herpublicatie biedt een breed scala aan actuele fiscale standpunten en veel praktische handvatten. Een belangwekkend onderwerp vormt de geboden herstelmogelijkheid bij foutieve lijfrentecontracten. Ook biedt het besluit een hersteloptie bij foutieve overboekingen naar een lijfrentespaarrekening (LSR). In de vakbijdrage wordt stilgestaan bij de mogelijkheden, alsmede de belemmeringen daarbij.

 

Juli/augustus 2012
(nummer 7/8)

"Beloningsnota tussenpersoon aftrekbaar als lijfrentepremie?"

De financiële branche is de laatste jaren behoorlijk in beweging. Dat is niet in de laatste plaats doordat er de nodige regels op het gebied van het belonen van de tussenpersoon zijn gewijzigd. Provisies zijn aan banden gelegd en zo langzamerhand ‘uit de tijd aan het raken’. De financieel dienstverlener wordt meer en meer direct beloond voor zijn werkzaamheden. Wat tot voor kort onduidelijk was is of en – zo ja – in hoeverre de door de klant aan de tussenpersoon betaalde beloning voor verrichte werkzaamheden aftrekbaar is. Artikel 1.7b Wet IB 2001 biedt in dit kader een bepaling. Het meest recente lijfrentebesluit, nr. BLKB2012/283M, geeft duidelijkheid over de reikwijdte van die IB-bepaling. In deze bijdrage wordt daarop uitgebreid ingegaan.

 


Pensioen Advies

Juli 2012
(nummer 6)

"Beloning tussenpersoon aftrekbaar?"

Op grond van artikel 1.7b Wet IB 2001 wordt als lijfrentepremie mede aangemerkt de door de klant aan de tussenpersoon betaalde beloning voor bepaalde door deze verrichte werkzaamheden. Lange tijd was onduidelijk wat de reikwijdte was van genoemd artikel. Met de recente publicatie van het besluit BLKB2012/283M is een belangrijk handvat gegeven. In deze bijdrage wordt daarop ingegaan.

 

Juni 2012
(nummer 6)

"Tegenbewijs revisierente: levert soms leuke besparing op"

Aan afkoop van een gefaciliteerde lijfrente die – globaal gesproken – is gesloten onder het regime van de Brede Herwaardering of erna kan een behoorlijk prijskaartje hangen. Ten eerste leidt een dergelijke afkoop in beginsel tot progressieve IB-heffing. Daarnaast is bij afkoop van zo’n lijfrente in beginsel 20% revisierente verschuldigd. Belastingplichtigen en hun adviseurs weten meestal niet dat op de verschuldigde revisierente een leuke duit kan worden bespaard. In bepaalde gevallen kan namelijk de zogenoemde ‘tegenbewijsregeling’ van toepassing zijn. En die kan een stuk voordeliger uitpakken. Om de verschuldigde revisierente bij afkoop op vrij eenvoudige wijze te kunnen bepalen, heeft de Belastingdienst een rekenhulp ontwikkeld.

 


Pensioen Advies

Juni 2012
(nummer 5)

"Eenmalige ontslaguitkering en gebruik stamrechtvrijstelling Wet LB"

De voorlaatste handreiking ‘gederfd of te derven loon’ van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) verscheen nog niet al te lang geleden. Dat was in januari begin dit jaar. Op 9 mei 2012 was de derde versie van genoemde handreiking een feit. Tegelijkertijd zijn twee aanpalende vragen en antwoorden (V&A’s) herzien. Waarom? En, wat zijn eigenlijk de verschillen?

 

Mei 2012
(nummer 5)

"Fiscale aspecten inzake collectieve compensatieregeling voor beleggingsverzekeringen"

Beleggingsverzekeringen zijn de afgelopen jaren niet al te positief in het nieuws geweest. Denk daarbij aan de zogenoemde ‘woekerpolissen’ die de consument vaak opzadelen met hoge kosten. Inmiddels zijn veel gedupeerden van woekerpolissen in aanmerking gekomen voor een (vorm van) schadevergoeding op grond van door verzekeraars getroffen collectieve compensatieregelingen. Om te voorkomen dat deze regelingen ongewenste fiscale gevolgen zouden hebben, heeft Financiën goedkeurend beleid gepubliceerd. Dit beleid is recent uitgebreid voor de situatie waarin verzekeraars, naast verlaging van de kosten en tarieven, bij wijze van compensatie klanten aanbieden hun beleggingsverzekering (kapitaalverzekering) om te zetten in een nieuwe productvorm met een andere productstructuur. In deze bijdrage wordt ingegaan op de inhoud van het meest recente ‘beleggingsverzekeringenbesluit’.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Mei 2012
(nummer 4)

"Faillissementsbescherming; levensverzekeringen vs. bancaire tegenhangers"

De laatste jaren geraken steeds meer personen in financiële problemen. Soms leidt dit zelfs tot een faillissement. Dit heeft voor de failliet vaak verstrekkende gevolgen. Sommige oudedagsvoorzieningen zijn beschermd. In dit artikel wordt de faillissementsbescherming voor fiscaal-gefaciliteerde spaarproducten (in de derde pijler) besproken.

 

April 2012
(nummer 4)

"Loonstamrecht bij ontslag; stamrechtruimte en derving van inkomsten"

Sinds 1 januari 2005 mag men niet meer eerder stoppen met werken, althans fiscaal wordt dat niet meer gefaciliteerd. Zo zijn de fiscale faciliteiten voor VUT en prepensioen toen afgeschaft. In verband hiermee is het begrip ‘Regeling voor vervroegde uittreding’ in de Wet LB gedefinieerd. Als een ontslagregeling onder dit begrip valt kan dat zware fiscale consequenties hebben. Een niet minder belangrijk aandachtspunt bij ontslag is of en in hoeverre een ontslagregeling onder het begrip ‘loonderving’ valt. Inzoverre dat het geval is kan men de loonstamrechtvrijstelling van de Wet LB gebruiken. De Belastingdienst heeft in een recent herziene handreiking uitgedragen wat de fiscaal-toelaatbare (stamrecht)ruimte daarbij is. In deze bijdrage wordt die fiscale toets besproken.

 


Pensioen Advies

April 2012
(nummer 3)

"(Herstel van) Premiebetalingen op kapitaalverzekeringen"

Voor de vormvereisten van een kapitaalverzekering eigen woning, alsmede voor de vrijstelling van een uitkering uit zo’n verzekering moeten de premies in een verhouding van 10:1 jaarlijks worden betaald gedurende een bepaalde minimumtermijn. Regelmatig blijkt dat aan die premiebetalingsvereisten niet wordt voldaan. Dit brengt dan in beginsel progressieve belastingheffing in box 1 met zich mee. In deze bijdrage worden de in dat kader meest relevante aandachtspunten besproken.

 

Maart 2012
(nummer 3)

"Compensatieregelingen voor woekerpolissen uitgebreid"

De afgelopen jaren hebben beleggingsverzekeringen de financiële markt behoorlijk geteisterd. Vele klachten over deze zogenoemde ‘woekerpolissen’ zorgden voor veel media-aandacht en leidden er uiteindelijk toe dat veel gedupeerden in aanmerking zijn gekomen voor een schadevergoeding op grond van de door verzekeraars getroffen collectieve compensatieregelingen. Die regelingen zagen voornamelijk op het verlagen van het kostenpeil en/of de premies voor bepaalde risicodekkingen. Nu kunnen gedupeerden hun woekerpolis ook omzetten in een nieuwe productvorm met een andere productstructuur. In dat verband is het fiscale beleid inzake woekerpolissen recentelijk uitgebreid. In deze bijdrage wordt daarop ingegaan.

 


Pensioen Advies

Maart 2012
(nummer 2)

"Revisierenteregeling bij afkoop lijfrente"

Het is weer aangiftetijd! Een IB-aangifte-item voor 2011 kan zijn de afkoop van een lijfrente. Bij afkoop van een IB 2001-lijfrente is in beginsel 20% revisierente verschuldigd. In bepaalde gevallen is de tegenbewijsregeling van toepassing. Dit kan voordeliger zijn. Bij de berekening van het tegenbewijs biedt de rekenhulp revisierente van de Belastingdienst een helpende hand.

 

Januari/februari 2012
(nummer 1/2)

"Reparatiewetgeving inzake oude toerekeningsregels voor lijfrentetermijnen zet praktijk op scherp"

In het zojuist afgesloten jaar heeft de toerekening van lijfrentetermijnen uit oude lijfrentecontracten tussen echtgenoten bijzonder veel aandacht gekregen. Normaliter is het alleen al als onderdeel van een financieel plan een dankbaar onderwerp voor discussies, zeker wanneer de expiratiedatum nadert. Maar het afgelopen jaar genoot dit onderwerp nog eens veel extra aandacht. Dé aanleiding vormde het standpunt dat de Belastingdienst in het begin van het tweede kwartaal van 2011 innam in een specifieke casus. Dit standpunt werd breed uitgemeten in de media. De staatssecretaris van Financiën was het niet eens met het door de Belastingdienst uitgedragen standpunt en gaf dit vrij kort na de eerste media-aandacht aan. Daartoe kwam hij onder meer met een officiële beleidspublicatie. De vakbladen bleven op dit punt evenmin onbenut. Zo kwam VP-Bulletin in de oktober 2011-editie nog met een bijdrage van professor G.J.B. Dietvorst. Deze bijdrage borduurt voort op zijn vakbijdrage en beschrijft voorts de ontwikkelingen op dat punt op het terrein van wetgeving nadien. Ten slotte wordt in deze bijdrage ingegaan op de werking van de veel besproken anti-misbruikbepaling van artikel 69 van de Wet IB 1964 bij toerekenen van lijfrentetermijnen tussen echtgenoten. Deze bepaling werkt overigens niet voor ongehuwden.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Januari 2012
(nummer 1)

"Uitbreiding besluit woekerpolissen"

Om te voorkomen dat de door verzekeraars geboden collectieve compensatieregelingen voor woekerpolissen ongewenste fiscale gevolgen hebben, is fiscaal beleid ontwikkeld. Recent is het zogenoemde ‘woekerpolisbesluit’ herzien én uitgebreid in verband met een nieuwe vorm van ‘compensatie’ (BLKB2011/1954M). Dat vergde een extra goedkeuring.

 

December 2011
(nummer 6)

"Vitaliteitssparen: fiscaal gefacilieerd sparen voor iedereen?"

Momenteel is het wetsvoorstel ‘Belastingplan 2012’ in behandeling bij de Tweede Kamer. Dit plan bevat maatregelen die het belastingstelsel onder andere eenvoudiger moeten maken. Zo wil het kabinet de huidige spaarloon- en de levensloopregeling vervangen door een nieuwe regeling, de vitaliteitspaarregeling. Met deze spaarregeling kunnen werkenden op flexibele wijze hun inkomen over hun werkzame leven spreiden. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen door de Tweede Kamer, zal de vitaliteitsspaarregeling ingaan per 1 januari 2013. In de tussentijd is alertheid geboden voor deelnemers aan de bestaande spaarregelingen. Deze bijdrage biedt een inkijk én vooruitblik, gebaseerd op de voorstellen zoals deze thans bekend zijn.

 


De Hypotheekadviseur

December 2011
(nummer 10)

"Reparatie overgangsrecht voor voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten"

Ruim 10 jaar na de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 en het bijbehorende overgangsrecht heeft reparatie van de Invoeringswet Wet IB 2001 plaatsgevonden. Dit was nodig, zeker na alle aandacht die dit jaar in de media is ontstaan over de toerekening van lijfrentetermijnen uit pré-Brede Herwaarderingslijfrenten tussen echtgenoten na omzetting van zo’n contract in een bancaire lijfrente.

 

November 2011
(nummer 11)

"Toepassing vrijstelling(sbepaling)en bij kapitaalverzekeringen"

Vermogensopbouw door middel van een kapitaalverzekering wordt al decennia lang gestimuleerd door de fiscale wetgever. Sinds 2008 kan op vergelijkbare wijze ‘fiscaal-voordelig’ vermogen worden opgebouwd met een bankspaarproduct. Om bij dit fiscaal-gefaciliteerd opbouwen van vermogen zo optimaal mogelijk gebruik te kunnen maken van de faciliteiten, moet aan wettelijke voorwaarden worden voldaan. De fiscale wet- en regelgeving voor genoemde spaarproducten is vrij complex. Voor een correcte fiscale behandeling van de producten is het zaak goed op de hoogte te zijn van de regels en voorwaarden. Dit kan van belang zijn voor de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting, als ook bij het tot uitkering komen van het spaarproduct. Deze bijdrage helpt de lezer op weg.

 


Pensioen Advies

November 2011
(nummer 9)

"Recente ontwikkelingen in de derde pijler"

De laatste actualiteiten op het terrein van oudedagsvoorzieningen zijn nauwelijks beschreven en het volgende wijzigingsvoorstel is alweer een feit. In deze bijdrage worden de allerlaatste wijzigingsvoorstellen op het terrein van de derde pijler van het pensioenstelsel behandeld.

 

Oktober 2011
(nummer 8;
PensioenAkkoord
Special)

"Maatregelen in derde pijler en uitbreiding regeling vrijwillige voortzetting pensioen"

De toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel staat vaak op de politieke agenda. Er wordt veelvuldig gediscussiëerd over wijzigingen in het pensioenstelsel en een aantal aan pensioenen verwante onderwerpen. Ook op dat gebied hebben diverse wijzigingsvoorstellen het levenslicht al gezien. In de PensioenAkkoord Special van oktober 2011 worden de actualiteiten rond het Pensioenakkoord belicht, waaronder de maatregelen in de derde pijler en de uitbreiding van de regeling voor vrijwillige voortzetting van pensioen.

 

September 2011
(nummer 9)

"Oude regels gelden bij toerekening lijfrentetermijnen tussen echtgenoten"

Sinds de invoering van de Wet ‘Banksparen’ op 1 januari 2008 is veelvuldig gediscussiëerd over de (on)mogelijkheden bij het omzetten van bestaande lijfrenteverzekeringen in een bancaire lijfrente. In het voorjaar van 2008 is hieraan onder meer aandacht besteed in een door de Belastingdienst op internet gepubliceerde set met 18 helpdeskvragen. Anno 2011 is de discussie over dit ‘geliefde’ onderwerp weer opgelaaid, dit mede naar aanleiding van een in april 2011 door de Belastingdienst ingenomen standpunt in een specifieke casus waarbij een oude lijfrente was omgezet in een bancaire lijfrente. Financiën is het met dit standpunt niet eens en heeft de werking van de oude fiscale regels bij toerekening van oude lijfrentetermijnen aan echtgenoten verduidelijkt.

 


Pensioen Advies

September 2011
(nummer 7)

"Oude regels van toepassing bij toerekening ‘oude’ lijfrentetermijnen aan echtgenoot!"

De laatste maanden is er over de toerekening van lijfrentetermijnen uit pré-Brede Herwaarderingslijfrenten tussen echtgenoten het nodige te doen geweest in de media. Daarbij was met name aandacht voor het standpunt dat de Belastingdienst in april 2011 innam in een specifieke casus waarbij zo’n oude lijfrente was omgezet in een bancaire lijfrente. Recent heeft Financiën in een beleidsbesluit (BLKB2011/1576M) meegedeeld het niet eens te zijn met dat standpunt.

 

Juli/augustus 2011
(nummer 7/8)

"Echtscheiding en (de verdeling van) levensverzekeringen"

Jaarlijks worden in ons land iets minder dan 75.000 huwelijken gesloten. In het jaar 2010 werden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 33.247 huwelijken ontbonden door (echt)scheiding. Daarmee is het aantal echtscheidingen in Nederland redelijk stabiel te noemen in vergelijking met voorgaande jaren. Getuige de opleidingsprogramma’s van gerenommeerde opleidingsinstituten en de agenda’s van vele seminars, vormt het onderwerp ‘echtscheiding’ een veelbesproken item op de Nederlandse markt. Een van de onderdelen van een echtscheiding is het maken van een financieel plan voor de toekomst. Daarbij neemt de verdeling van levensverzekeringen een niet onbelangrijke plaats in. Naast de civielrechtelijke aspecten, spelen ook de fiscale een grote rol. Het is zaak de fiscale gevolgen goed in beeld te hebben om te voorkomen dat een echtscheiding niet ook nog eens voor extra ‘financiële pijn’ zorgt. In deze bijdrage wordt een aantal relevante fiscale aandachtspunten bij echtscheiding en (de verdeling van) levensverzekeringen besproken. Buiten het bereik van deze bijdrage valt de verdeling van bancaire spaarproducten en pensioenen.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juli 2011
(nummer 6)

"Echtscheiding en levensverzekeringen (2)"

Jaarlijks scheiden ruim 30.000 Nederlanders. Bij echtscheiding neemt de verdeling van levensverzekeringen een prominente rol in. Fiscaal zitten daar vaak de nodige haken en ogen aan. In deel 1 van het tweeluik zijn diverse fiscale lijfrente-aspecten bij echtscheiding besproken. In dit tweede deel wordt ingegaan op een aantal belangrijke aandachtspunten die kunnen spelen bij de verdeling en omzetting van kapitaalverzekeringen in het kader van echtscheiding.

 

Juni/juli 2011
(nummer 6/7)

"Een continue stroom wijzigingen in de lijfrentesfeer"

Het lijfrenteregime van de Wet IB 2001 is alweer zijn elfde levensjaar ingegaan en is de afgelopen jaren eigenlijk geen enkel jaar onaangeroerd gebleven. De contouren en de opzet van dit op 1 januari 2001 ingevoerde regime zijn hetzelfde gebleven, maar aan wijzigingen heeft het sindsdien bepaald niet ontbroken. Ook de jaren 2009 en 2010 brachten diverse wijzigingen, waaronder enkele tamelijk ingrijpende. Per 1 januari 2011 zijn opnieuw enkele aanpassingen in wet- en regelgeving doorgevoerd en het eind is nog niet in zicht. In deze bijdrage passeren daarom de voor de praktijk belangrijke aandachtspunten op het terrein van lijfrenten de revue.

 


Pensioen Magazine

Juni 2011
(nummer 6)

"Gederfd of te derven óf ….. geen stamrechtvrijstelling!"

Met de inwerkingtreding van de Wet VPL 1 op 1 januari 2005 zijn de fiscale faciliteiten voor VUT, prepensioen en andere regelingen om eerder te stoppen met werken afgeschaft. Daartoe is onder meer een wettelijke definitie voor het begrip ‘Regeling voor vervroegde uittreding’ geïntroduceerd. Een ontslagregeling kan ook onder dat begrip vallen, hetgeen een extra eind(straf)heffing voor de werkgever met zich mee kan brengen. Vanaf 1 januari 2011 bedraagt die eindheffing maar liefst 52%. Aldus een aandachtspunt voor werkgevers en werknemers. Een ander belangrijk aandachtspunt bij ontslag is of en in hoeverre de ontslagregeling valt onder het begrip ‘loonderving’. Dit is een vereiste voor het gebruik van de zogenoemde “(loon)stamrechtvrijstelling” 2. Voor de praktijk is vaak niet duidelijk welke loonbestanddelen wel en welke niet onder het begrip loonderving vallen. Deze vakbijdrage neemt u aan de hand bij die toets.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juni 2011
(nummer 5)

"Echtscheiding en levensverzekeringen (1)"

Jaarlijks scheiden ruim 30.000 Nederlanders. Bij echtscheiding neemt de verdeling van levensverzekeringen een prominente rol in. Fiscaal zitten daar vaak de nodige haken en ogen aan. In deze bijdrage wordt ingegaan op een aantal relevante fiscale aandachtspunten inzake echtscheiding en lijfrenten. In het volgende deel van deze tweeluik worden de kapitaalverzekeringen besproken.

 

Mei 2011
(nummer 5)

"Transparantere adviesnota verdringt provisiestructuur"

Bij het afsluiten van een hypotheek en eventuele bijkomende financiële producten zijn klanten meestal aangewezen op het advies van een financieel adviseur. De advieskosten zijn lang niet altijd even inzichtelijk en toetsbaar c.q. vergelijkbaar voor de klant. Nog steeds wordt veelvuldig advies geleverd op basis van het traditionele verdienmodel van de provisie. Daarbij zijn de in rekening gebrachte kosten meestal niet duidelijk (genoeg) voor de klant. Vanaf 2013 komt daarin definitief verandering en gaat er een algeheel provisieverbod gelden. De adviseur wordt vanaf dat moment betaald op basis van een adviesnota die transparant moet zijn. Sommige advieskosten zijn voor de heffing van inkomstenbelasting aftrekbaar, andere kosten weer niet. In deze bijdrage wordt onder meer ingegaan op de samenhang tussen de advieskosten en artikel 1.7b Wet IB 2001.

 


Pensioen Advies

Mei 2011
(nummer 4)

"De Zzp’er en zijn oudedagsvoorziening na ontslag"

Voordat hij werd ontslagen, bouwde de zzp’er via zijn ex-werkgegever pensioen op door zijn deelname aan de getroffen pensioenregeling. Na ontslag is de pensioenopbouw niet meer vanzelfsprekend en zal de zzp’er zelf iets moeten regelen voor zijn oude dag. Welke fiscaal-ondersteunde mogelijkheden zijn er voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening en waar moet hij zoal op letten?

 

April 2011
(nummer 4)

"Van werknemer naar zzp’er. Vergeet de pensioenvoorziening niet!"

Ooit in dienst getreden bij een werkgever en op een zeker moment de ‘stoute’ schoenen aangetrokken en de markt op gegaan als zzp’er. Dat doen tegenwoordig velen. Gedurende de dienstbetrekking werd de pensioenvoorziening ‘automatisch’ geregeld. Na ontslag is dit automatisme ten einde en is de zzp’er zelf verantwoordelijk voor het wel en wee van zijn eigen ‘winkel’, en dus ook voor later! Een niet onbelangrijk punt is dan het pensioen van de zzp’er. Heeft de zzp’er hiervoor wel voldoende aandacht? En weet de zzp’er wat hij zoal kán en misschien wel móet regelen om later een appeltje voor de dorst te hebben? Daarbij kan hij vast wel een helpende hand gebruiken. In de vakbijdrage passeren iverse mogelijkheden als ook enkele hindernissen de revue.

 


Pensioen Advies

April 2011
(nummer 3)

"Beloning tussenpersoon in relatie tot artikel 1.7b Wet IB 2001"

Vanaf 1 april 2002 is het verbod op rechtstreekse beloning van (assurantie)tussenpersonen komen te vervallen en mogen klanten hen rechtstreeks ‘belonen’ door betaling van een nota voor verrichte werkzaamheden. Beloningen voor bepaalde werkzaamheden worden bij wege van fictie aangemerkt als premie en kunnen, mits het gaat om lijfrenten, onder voorwaarden worden afgetrokken (art. 1.7b Wet IB 2001). Het is voor de branche vaak niet duidelijk wat precies de reikwijdte van dat artikel is.

 

Maart 2011
(nummer 3)

"Inkomensvoorzieningen ‘hot’ tijdens Intermediairdagen Belastingdienst"

Eind 2010 heeft de Belastingdienst een serie informatiebijeenkomsten voor fiscaal intermediairs gehouden. Tijdens de Intermediairdagen hebben medewerkers van de Belastingdienst bezoekers bijgepraat over onder meer de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan 2011. Ook andere recente fiscale ontwikkelingen kwamen aan de orde, waaronder de vereenvoudigingen in het lijfrenteregime. Dat dit onderwerp de fiscaal intermediairs bezighoudt bleek overduidelijk tijdens de Intermediairdagen. De veel gestelde vragen op het terrein van lijfrenten en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (inkomensvoorzieningen in derde pijler) zijn door de Belastingdienst van een antwoord voorzien en op internet gepubliceerd.

 


Pensioen Advies

Maart 2011
(nummer 2)

"Begrippen ‘gederfd’ of ‘te derven’ loon"

Bij voortijdige beëindiging van de dienstbetrekking kan de werknemer een ontslaguitkering of gouden handdruk krijgen toegekend. Zo’n schadeloosstelling omvat - grofweg – twee soorten schadevergoedingen, te weten een immateriële en een materiële schadevergoeding. Het materiële deel van de vergoeding ziet op vervanging van gederfde of te derven looncomponenten en kan worden gebruikt voor de loonstamrechtvrijstelling.

 

Januari/februari 2011
(nummer 1/2)

"Terugwenteling van lijfrentepremies; 1 april 2011 nadert!"

Bedragen die zijn betaald voor een gefacilieerde lijfrente in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) komen in beginsel voor aftrek in aanmerking. In het algemeen geldt dat die bedragen aftrekbaar zijn in het jaar van betaling. Onder voorwaarden kunnen lijfrentepremies voor aftrek echter worden teruggewenteld naar het jaar voorafgaande aan het betalingsjaar. Vanaf 2011 is de vertrouwde terugwentelingsoptie uit de wet geschrapt en is terugwenteling nog maar beperkt mogelijk.

 


Het Register

Januari/februari 2011
(nummer 1/2)

"Belangrijke aandachtspunten voor lijfrenten in het nieuwe jaar"

Bij het openen van zijn of haar agenda zal menigeen constateren dat het nieuwe jaar al weer in volle gang is. Het nog maar net afgesloten jaar leverde een breed scala aan fiscale ontwikkelingen op diverse fronten op, zo ook op het terrein van lijfrenten. Sommige wijzigingen hebben terugwerkende kracht, de meeste zien echter op de toekomst. De hoogste tijd om orde op zaken te stellen in de fiscale ‘portefeuille’ van lijfrenten. In deze vakbijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal actuele, belangrijke aandachtspunten op het terrein van lijfrenten zodat een ieder die zaken weer op het netvlies heeft; een vooruitblik, maar ook een terugblik.

 


Pensioen Advies

Januari 2011
(nummer 1)

"Tijdstip lijfrentepremieaftrek. Terugwentelen van premie nog mogelijk?"

In deze vakbijdrage wordt ingegaan op het tijdstip waarop een voor een lijfrente in de zin van de Wet IB 2001 betaalde premie voor aftrek in aanmerking komt. Onder voorwaarden kunnen lijfrentepremies al worden afgetrokken in het jaar dat voorafgaat aan het betalingsjaar (terugwentelen). Vanaf 2011 zijn de terugwentelingsmogelijkheden ingeperkt. In deze bijdrage wordt besproken wat er is veranderd en in welke situaties nog kan worden teruggewenteld.

 

December 2010
(nummer 10)

"Het is lijfrente-expiratietijd! Wat zijn de (on)mogelijkheden daarbij?"

December vormt voor velen een maand van bezinning. In die maand expireren jaarlijks veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule en bereiken veel gerichte lijfrentecontracten hun lijfrente-ingangsdatum, zo ook in december 2010. Een extra bezinningspunt voor menigeen. Er moet tijdig een keuze worden gemaakt. Beslist men te laat over wat er met de lijfrente moet gebeuren, dan kan dit onaangename fiscale gevolgen hebben.

 


Pensioen Alert

December 2010
(nummer 11)

"Ontwikkelingen in het lijfrenteregime; waar dient u als adviseur op te letten"

Met Belastingplan 2009 (BP 2009) 1 werd ingezet op een stevige vereenvoudiging van het lijfrenteregime en de fiscale boxsplitsingsproblematiek voor lijfrenten met een box 1-vormgeving opgelost. De in 2009 gestarte vereenvoudigingsoperatie kreeg precies één jaar later een vervolg. Per 1 januari 2010 werd met de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 (FVW 2010) 2 een einde gemaakt aan de boxsplitsingsproblematiek voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten met voortgezette premiebetaling na 2000. Hierop is uitvoerig ingegaan in de vakbijdrage in het maart 2010-nummer van VP Bulletin 3. Het BP 2009 en de FVW 2010 hebben nog meer vereenvoudigende maatregelen in de lijfrentesfeer met zich meegebracht met ingang van 2010. Die maatregelen, alsmede de goedkeuringen bij afkoop van lijfrenten van 10 mei 2010 (lijfrentebesluit DGB2010/3119M) passeren in deze vakbijdrage uitgebreid de revue en worden vergezeld van praktische aandachtspunten.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Oktober 2010
(nummer 8)

"Redelijke versus wettelijke termijn bij uitvoering lijfrentecontracten"

Na de expiratie van een kapitaalverzekering moet de bijbehorende lijfrenteclausule worden uitgevoerd. Tot 2010 bestond daarvoor een redelijke termijn. Voor de toepassing van de Wet IB 2001 bestond die redelijke termijn ook voor gerichte lijfrenten om de hoogte van de lijfrentetermijnen vast te stellen als de lijfrente ingaat. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 is de ‘vertrouwde’ redelijke termijn met ingang van 1 januari 2010 vervangen door een wettelijke termijn. In deze bijdrage wordt daarop uitvoerig ingegaan.

 


Pensioen Alert

Oktober 2010
(nummer 10)

"Uitvoering van lijfrentecontracten; redelijke en wettelijke termijn"

Als de opbouwfase van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule eindigt en het verzekerde kapitaal expireert, moet de lijfrenteclausule worden uitgevoerd. Tot en met belastingjaar 2009 kon daarbij een redelijke termijn in acht worden gehouden. Die redelijke termijn gold voor de toepassing van de Wet IB 2001 eveneens bij het bereiken van de contractuele lijfrente-ingangsdatum van gerichte lijfrenten die zijn gesloten onder het Brede Herwaarderingsregime en het IB 2001-regime. Met de inwerkingtreding van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 is de redelijke termijn vanaf 2010 vervangen door een langere wettelijke termijn. In de praktijk bestaan veel vragen over de toepassing van de termijnen bij uitvoering van lijfrentecontracten. Met deze vakbijdrage is gepoogd een praktisch handvat bij de toepassing van de redelijke versus wettelijke termijn te bieden.

 


Pensioen Advies

September 2010
(nummer 9)

"Recente wijzigingen in het lijfrenteregime; een overzicht"

De afgelopen twee jaren is een flink aantal belangwekkende wijzigingen doorgevoerd in het fiscale regime voor lijfrenten. Zo is met de inwerkingtreding van Belastingplan 2009 per 1 januari 2009 de fiscale boxsplitsingsproblematiek voor lijfrenten met een box-1-vormgeving opgelost. Voor lijfrentecontracten van – globaal gesproken – vóór 1992, met voortgezette premiebetaling na 2000 bood dat belastingplan nog geen oplossing. Met de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 heeft de fiscale wetgever één jaar later alsnog een einde gemaakt aan de boxsplitsingsproblematiek voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten. Andere belangrijke maatregelen op het gebied van lijfrenten zijn de uitbreiding van de inhouding van loonbelasting op onder meer diverse vormen van verzekeringsuitkeringen, de afschaffing van de terugwentelingsmogelijkheid voor lijfrentepremies en de invoering van een wettelijke termijn bij uitvoering van lijfrentecontracten. Sinds kort is het mogelijk om lijfrenten met een box-1-vormgeving onder voorwaarden ‘fiscaal geruisloos’ af te kopen voor een bepaald bedrag aan niet-afgetrokken premies. Kortom, genoeg onderwerpen die de moeite waard zijn om eens nader de revue te laten passeren. Deze vakbijdrage beoogt een handig en praktisch overzicht te zijn van de belangrijkste recente wijzigingen in het lijfrenteregime.

 


Pensioen & Praktijk

September 2010
(nummer 9)

"Gouden handdruk nu mogelijk in bankspaarvariant"

Als een werknemer bij ontslag een gouden handdruk meekrijgt, moet daarop in beginsel direct loonbelasting worden ingehouden. Geeft hij de voorkeur aan uitstel van belastingheffing, dan kan hij beter kiezen voor een gouden handdruk in de vorm van een stamrechtverzekering. Sinds 1 januari 2010 kan de ontslaguitkering – onder gebruikmaking van de stamrechtvrijstelling van de Wet op de loonbelasting 1964 – ook in de vorm van een stamrechtspaarrekening bij een bank worden ondergebracht. In het artikel wordt uitvoerig ingegaan op de nieuwe spaarvariant.

 


Het Register

September 2010
(nummer 9)

"Onbelaste afkoop Brede Herwaarderingslijfrenten (deel 2)"

Sinds de publicatie van het lijfrentebesluit DGB2010/3119M op 19 mei 2010 mag bij afkoop van een Brede Herwaarderingslijfrente en een IB 2001-lijfrente rekening worden gehouden met niet-afgetrokken premies. In een eerdere vakbijdrage in dit blad (juni 2010-editie) is aangegeven hoe dat versoepelende beleid uitwerkt voor niet-afgetrokken premies die zijn betaald in 2001 of erna. In deze bijdrage wordt ingegaan hoe bij afkoop van een Brede Herwaarderingslijfrente mag worden omgegaan met zogenoemde ‘oude’ premies die niet zijn afgetrokken in de periode gelegen vóór 2001.

 


Pensioen Advies

Juni 2010
(nummer 6)

"Gedeeltelijk onbelaste afkoop toegestaan bij box 1-lijfrenten (deel 1)"

Met de inwerkingtreding van Belastingplan 2009 (BP 2009) is het regime voor lijfrenten met een box 1-vormgeving belangrijk gewijzigd. Daarmee is vanaf 1 januari 2009 de boxsplitsingsproblematiek voor dergelijke vormen van lijfrenten opgelost. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2009 is toegezegd dat bij afkoop van een box 1-lijfrente op een nog te bepalen wijze rekening gehouden kan worden met niet-afgetrokken bedragen. De toegezegde mogelijkheid is geboden in paragraaf 8.2 van het op 19 mei 2010 gepubliceerde lijfrentebesluit DGB2010/3119M. Die paragraaf bevat drie goedkeuringen, waarop in deze bijdrage wordt ingegaan.

 


Pensioen Advies

April 2010
(nummer 3)

"Fiscale behandeling van pré-Brede Herwaarderingslijfrenten vanaf 2010"

Per 1 januari 2009 was door de inwerkingtreding van Belastingplan 2009 de zogenoemde splitsingsproblematiek voor lijfrenten in hoofdzaak opgelost. Er werd toen echter nog geen oplossing geboden voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten (afgesloten onder de Wet IB 1964 in de periode gelegen vóór 1992) met voortgezette premiebetaling na 2000. Precies één jaar later heeft de fiscale wetgever nu toch ook een einde gemaakt aan de splitsingsproblematiek voor die oude contracten. Het op dat punt per 1 januari 2010 in werking getreden Belastingplan 2010 vormt daarmee het sluitstuk in de oplossing van de lijfrentesplitsingsproblematiek. In deze vakbijdrage wordt onder meer ingegaan op de “nieuwe” fiscale behandeling van de lijfrenten van vóór 1992.

 


Pensioen Alert
April 2010

"De bankspaarvariant voor het goudenhanddrukstamrecht"

Sinds de inwerkingtreding van de Wet ‘Banksparen’ op 1 januari 2008 kan ook via een bankspaarproduct fiscaal gefaciliteerd worden gespaard voor een oudedagsvoorziening of de aflossing van de eigenwoningschuld. Dat betekent dat via een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrecht een lijfrentespaarproduct (met aftrek van de ingelegde bedragen) of een bankspaarvariant voor de kapitaalverzekering eigen woning (met vrijgestelde uitkering) kan worden gekocht. Tot genoemde datum bestond die fiscale faciliteit alleen voor verzekeringsproducten. Met de inwerkingtreding van de Wet ‘Banksparen’ kwam een einde aan de gedwongen winkelnering bij verzekeraars en kan de consument voor wat het fiscaal ondersteund sparen betreft, voortaan kiezen waar hij zijn spaargelden wil onderbrengen. Daarmee is een gelijk speelveld tussen verzekeraars en bancaire instellingen gecreëerd. Tot 1 januari 2010 beperkte het banksparen zich tot de inkomstenbelastingsfeer. Met ingang van die datum is het banksparen uitgebreid naar de loonbelastingsfeer en is het mogelijk fiscaal gefaciliteerd te sparen voor een loonstamrecht.

 


De Beursbengel

Maart 2010
(nummer 3)

"Met uitbreiding inhouding loonbelasting is belangrijke winst geboekt"

Een van de vereenvoudigende maatregelen die met de aanname van Belastingplan 2009 (BP 2009) is ingevoerd is de uitbreiding van de onderworpenheid aan de inhouding van loonbelasting op diverse vormen van verzekeringsuitkeringen. Die uitbreiding zou aanvankelijk per 1 januari 2009 gaan plaatsvinden, maar is qua inwerkingtreding één jaar uitgesteld.
Per 1 januari 2010 moet mede loonbelasting worden ingehouden op onder meer afkoopsommen van lijfrenten. De verschuiving van heffing van inkomstenbelasting naar de loonbelastingsfeer heeft onder andere gevolgen voor de aangiftepraktijk en heeft daarnaast een aantal andere praktische voordelen.

 


Pensioen Advies

Maart 2010
(nummer 3)

"Fiscale behandeling van lijfrenten anno 2010"

Met de inwerkingtreding van Belastingplan 2009 is per 1 januari 2009 onder meer de fiscale boxsplitsingsproblematiek voor een belangrijk aantal lijfrentevormen opgelost. Voor lijfrentecontracten van – globaal gesproken – vóór 1992, met voortgezette premiebetaling na 2000 bood dat belastingplan echter nog geen oplossing. Met Belastingplan 2010 heeft de fiscale wetgever één jaar later alsnog een einde gemaakt aan de boxsplitsingsproblematiek voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten. Per 1 januari 2010 worden dergelijke lijfrenten voor de belastingheffing voortaan ook volledig in box 1 in aanmerking genomen, ongeacht de hoogte van de vanaf 2001 verrichte premiebetalingen. Hoe nu de fiscale behandeling van diverse vormen van lijfrenten is, heeft menigeen niet allemaal even helder op het netvlies. Daaraan wordt aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden in deze bijdrage uitvoerig aandacht besteed.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Januari/februari 2010
(nummer 1/2)

"Fiscale behandeling pré-Brede Herwaarderingslijfrenten met ingang van 2010"

Met de inwerkingtreding van Belastingplan 2009 per 1 januari 2009 was de zogenoemde splitsingsproblematiek voor lijfrenten in hoofdzaak opgelost. In hoofdzaak, omdat toen nog geen oplossing werd geboden voor lijfrentecontracten van – globaal gesproken – vóór 1992 (pré-Brede Herwaarderingslijfrenten) met voortgezette premiebetaling na 2000. Tot 2010 bleef voor dergelijke contracten de vaak complexe splitsingsproblematiek dus voortbestaan. Precies één jaar later heeft de fiscale wetgever nu ook een einde gemaakt aan de splitsingsproblematiek voor die oude lijfrentecontracten. Het op dat punt per 1 januari 2010 in werking getreden Belastingplan 2010 vormt daarmee het sluitstuk in de oplossing van de lijfrentesplitsingsproblematiek. De pré-Brede Herwaarderinglijfrenten worden voor de belastingheffing vanaf 2010 integraal in box 1 in aanmerking genomen, ongeacht de hoogte van de premiebetalingen die vanaf 2001 zijn gedaan. In deze vakbijdrage wordt onder andere ingegaan op de “nieuwe” fiscale behandeling van de lijfrenten van vóór 1992.

 


Pensioen Advies

December 2009
(nummer 12)

"Hardheidsclausule probaat middel bij fiscale levensverzekeringsproblemen"

De levensverzekeringsmarkt kent een zeer grote diversiteit aan producten. Het gaat daarbij onder meer om lijfrenteverzekeringen, kapitaalverzekeringen en andere vormen van spaarverzekeringen. Gegeven een wetgeving die vaak op detailniveau fiscaal-stimulerende bepalingen voor veel van dergelijke verzekeringsproducten kent, levert dat navenant een flink scala aan bepalingen op. De fiscale wet- en regelgeving rond levensverzekeringen is reeds decennia lang zeer complex van aard. Met de Wet IB 2001 is het laatste fiscale regime voor levensverzekeringen in werking getreden en is de fiscale wetgeving niet minder ingewikkeld geworden. Naar aanleiding van vragen over de uitwerking van bepaalde fiscale wettelijke bepalingen worden regelmatig beleidsstandpunten door of namens de staatssecretaris van Financiën (Financiën) gepubliceerd. Daarmee wordt getracht ontstane onduidelijkheden in de wet weg te nemen. Regelmatig hebben de standpunten een versoepelend karakter. Daarnaast kent het fiscale beleid rond levensverzekeringen veel goedkeuringen die bepaalde hardheden in wetgeving plegen weg te nemen op grond van de hardheidsclausule 1. Inmiddels zijn er dusdanig veel goedkeuringen gepubliceerd dat het handig is ze eens op een rijtje te zetten. Want om een belastingplichtige klant geen tekort te doen, is het een vereiste voor fiscaal en financieel adviseurs in MKB-land daarvan goed op de hoogte te zijn. Met deze bijdrage tracht ik een praktisch overzicht te geven van de belangrijkste voor de verzekeringspraktijk geldende actuele goedkeuringen.

 


MKB-Adviseur

December 2009
(nummer 12)

"Fiscaal-soepele behandeling compensatieregelingen voor gedupeerde houders beleggingspolissen"

Menig particulier heeft in de afgelopen decennia een beleggingsverzekering gesloten. Bij goede beleggingsresultaten zou men met een dergelijk product een aardige cent voor later bij elkaar moeten kunnen sparen. Niets is echter minder waar gebleken bij zogenoemde “woekerpolissen”. Dit type beleggingsverzekering gaat in het algemeen namelijk gepaard met extreem hoge kosten, heeft een complexe structuur en is voor menig consument niet erg transparant. Al met al betekende de woekerpolis voor menig houder vaak een financiële ramp. De regen aan klachten daarover in de afgelopen jaren heeft voor veel media-aandacht gezorgd. Recent kwam de woekerpolis nog ter sprake in de DSB-affaire. Uiteindelijk heeft de brede aandacht ertoe geleid dat veel woekerpolisslachtoffers in aanmerking komen voor een schadevergoeding. In 2008 zette een Nederlandse verzekeraar de toon voor een doorbraak in het woekerpolisdossier 1 en kwam als eerste met een collectieve compensatieregeling voor gedupeerde houders van polissen van beleggingsverzekeringen. Het bereikte akkoord vormde een belangrijke stap bij de oplossing van de problemen met woekerpolissen. Na de doorbraak volgden diverse andere verzekeraars met vergelijkbare compensatieregelingen. De compensaties zien onder andere op het met terugwerkende kracht verlagen van het kostenpeil en/of het verlagen van de premies voor bepaalde risicodekkingen. Of hieraan fiscale consequensties waren verbonden, was voor onder meer de particulier lange tijd onduidelijk. Sinds kort is aan die onduidelijkheid een einde gekomen. Om te voorkomen dat de compensatieregelingen ongewenste fiscale gevolgen hebben, is de staatssecretaris van Financiën (Financiën) recent gekomen met goedkeurend beleid op dat punt. Voordat het begrip ‘beleggingsverzekering’ en het besluit worden besproken, wordt eerst ingegaan op een stukje voorgeschiedenis met betrekking tot het woekerpolisdossier.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

November 2009
(nummer 11)

"Fiscus mild voor gedupeerden van ‘woekerpolissen"

Al jarenlang zijn beleggingsverzekeringen in opspraak. Deze zogenoemde woekerpolissen zadelen de consument vaak op met torenhoge kosten, zijn complex van aard en voor de gemiddelde consument zeer ondoorzichtig. De aandacht van de media heeft er uiteindelijk toe geleid dat veel gedupeerden in aanmerking komen voor een (vorm van) schadevergoeding. In 2008 zag de eerste collectieve compensatieregeling van een verzekeraar het licht, spoedig gevolgd door een reeks vergelijkbare regelingen van andere verzekeraars. De compensaties zien onder andere op het met terugwerkende kracht verlagen van het kostenpeil en/of het verlagen van de premies voor bepaalde risicodekkingen. Om te voorkomen dat deze regelingen ongewenste fiscale gevolgen zouden hebben, heeft Financiën recentelijk goedkeurend beleid gepubliceerd (besluit van 6 juli 2009, nr. CPP2009/1028M). In deze vakbijdrage wordt ingegaan op de woekerpolisaffaire en de inhoud van het besluit.

 


Pensioen Magazine

November 2009
(nummer 11)

"Themabesluit kapitaalverzekeringen opgewaardeerd naar banksparen!"

Ultimo 2006 was het laatste grote themabesluit inzake kapitaalverzekeringen gepubliceerd. Dit besluit was niet meer actueel en was toe aan actualisering. Eerder dit jaar is dit gerealiseerd! Op 19 mei 2009 is het besluit namelijk in geactualiseerde vorm opnieuw uitgebracht (CPP2008/1118M). In de eerste plaats biedt het herziene besluit een uitbreiding van bestaande standpunten voor de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) naar de bancaire tegenhangers, de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en het Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW). Daarnaast is het besluit aangevuld met nieuwe beleidsstandpunten op diverse fronten en heeft een redactionele slag plaatsgevonden. Hierna worden de belangrijkste nieuwigheden in het besluit besproken. In deze bijdrage worden de belangrijkste nieuwigheden in het besluit besproken.

 

 


Pensioen Advies

Oktober 2009
(nummer 10)

"Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen uitgebreid naar banksparen"

Het laatste grote overzichtsbesluit inzake kapitaalverzekeringen dateert alweer van ultimo 2006. Het was dan ook toe aan een update, onder meer als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet Banksparen in 2008. Het nieuwe besluit, dat op 19 mei 2009 in werking is getreden, biedt dan ook een uitbreiding van bestaande standpunten naar bankspaarproducten ter aflossing van de eigen woningschuld, ook wel eigenwoningsparen genoemd. Daarnaast is het op diverse fronten aangevuld met nieuwe beleidsstandpunten. Ook zijn enige redactionele aanpassingen aangebracht.
In het nieuwe overzichtsbesluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Daarmee is nu ook in de beleidssfeer zo veel mogelijk een gelijk speelveld ontstaan tussen verzekeringen en spaarrekeningen die zijn gesloten in verband met de aflossing van de eigenwoningschuld (EWS). Ook zijn in het nieuwe besluit de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet Wet IB 2001 (IW IB 2001) zijn of worden omgezet in een KEW. Hetzelfde geldt voor de beleidsstandpunten die betrekking hebben op vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW. In verreweg de meeste gevallen gaat het daarbij om kapitaalverzekeringen die behoren tot de vermogensrendementsgrondslag van box 3. Voor dergelijke kapitaalverzekeringen blijft gedurende de gehele looptijd de Wet IB 1964 mede van toepassing.
De beleidsstandpunten uit het zogenoemde Echtscheidingsbesluit zijn ook in het nieuwe overzichtsbesluit opgenomen. Eerstgenoemd besluit heeft daardoor zijn belang verloren en is ingetrokken. Voorts zijn twee nieuwe standpunten op het gebied van echtscheiding gepubliceerd; voor de overzichtelijkheid behandel ik in dit artikel alle echtscheidingsstandpunten in een separaat hoofdstuk. In deze vakbijdrage wordt ingegaan op de belangrijkste gewijzigde én nieuwe standpunten op andere fronten
.

 


Pensioen Magazine

Oktober 2009

"Afkoopregeling kleine lijfrenten; hoe werkt ‘ie?"

Belastingplan 2009 heeft per 1 januari jl. een aantal nieuwe bepalingen rond lijfrenten geïntroduceerd. Één ervan is een fiscaal-vriendelijke afkoopregeling voor zogenoemde “kleine” (nog niet-ingegane) lijfrenten. Nog niet al te lang geleden zijn 19 helpdeskvragen inzake de kleine afkoopregeling door de Belastingdienst op internet gepubliceerd. In deze bijdrage wordt uitgelegd hoe de kleine afkoopregeling werkt en waarop in dat verband moet worden gelet.

 


De Beursbengel

September 2009
(nummer 9)

"Fiscale “compensatie” woekerpolissen"

In 2008 zette een Nederlandse verzekeraar de toon voor een doorbraak in het woekerpolisdossier. Hij kwam als eerste met een collectieve compensatie voor gedupeerde houders van polissen van beleggingsverzekeringen, ook wel woekerpolissen genoemd. Na de doorbraak volgden diverse andere verzekeraars met vergelijkbare compensatieregelingen. Onder andere is het kostenpeil met terugwerkende kracht verlaagd of zijn de premies voor bepaalde risicodekkingen verlaagd. De compensatieregelingen kunnen ongewenste fiscale gevolgen hebben. Om dit te voorkomen is Financiën gekomen met goedkeurend beleid voor diverse compensatieregelingen (besluit van 6 juli 2009, CPP2009/1028M). In de vakbijdrage wordt de woekerpolisaffaire belicht en wordt het besluit besproken.

 


&

Pensioen Alert
September 2009
(nummer 9)

"Belastingdienst beantwoordt 19 helpdeskvragen inzake afkoopregeling kleine lijfrenten"

Op 16 september 2008 is het wetsvoorstel ‘Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten’, kortgezegd ‘Belastingplan 2009’ bij de Tweede Kamer ingediend. Eén van de speerpunten van het fiscaal pakket dat met Belastingplan 2009 (BP 2009) is gepresenteerd, is vereenvoudiging. Zo zijn er vijf vereenvoudigingen in de lijfrentesfeer voorgesteld. Een belangwekkende is de fiscaal-soepele afkoopregeling voor zogenoemde “kleine lijfrenten”. Na de aanname van BP 2009 door de Eerste Kamer op 16 december 2008 en de plaatsing van de officiële wettekst van BP 2009 in het staatsblad zijn nagenoeg alle voorgestelde wijzigingen in de lijfrentesfeer per 1 januari 2009 in werking getreden, waaronder de afkoopregeling voor kleine lijfrenten. Rond die fiscaal-vriendelijke afkoopregeling zijn bij de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst veel vragen binnengekomen. Nog niet al te lang geleden is een serie van maar liefst 19 helpdeskvragen door die kennisgroep van een antwoord voorzien. De vragen en antwoorden zijn op 7 mei 2009 op internet gepubliceerd. Met de serie vragen en antwoorden zijn veel onduidelijkheden weggenomen. In deze bijdrage wordt uitgebreid stilgestaan bij de inhoud ervan.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juni 2009
(nummer 6)

"Besluit kapitaalverzekeringen klaargestoomd voor eigenwoningsparen!"

Het laatste besluit inzake kapitaalverzekeringen dateerde al weer van ultimo 2006 en was toe aan een update. Dit is recent gebeurd! Op 19 mei 2009 is het besluit in geactualiseerde vorm opnieuw uitgebracht (CPP2008/1118M). Ten eerste biedt het een uitbreiding van bestaande standpunten naar het eigenwoningsparen. Daarnaast is het besluit aangevuld met verse beleidsstandpunten en zijn redactionele aanpassingen aangebracht. In de vakbijdrage worden de highlights van het besluit besproken.

 


&

Pensioen Alert
Juni 2009
(nummer 6)

"Helpdeskvragen afkoopregeling kleine lijfrenten van antwoord voorzien"

Op 1 januari 2009 is Belastingplan 2009 in werking getreden. Dit belastingplan heeft per genoemde datum een aantal nieuwe, vereenvoudigende bepalingen rond lijfrenten geïntroduceerd. Één ervan is de afkoopregeling inzake zogenoemde “kleine” lijfrenten. Het gaat om een fiscaal-vriendelijke afkoopregeling voor nog niet-ingegane lijfrenten met een waarde van niet meer dan circa € 4.000. Kort geleden zijn maar liefst 19 helpdeskvragen inzake die zogenoemde “kleine afkoopregeling” van een antwoord voorzien door de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst. De antwoorden zijn op 7 mei 2009 op internet gepubliceerd. Met de serie vragen en antwoorden zijn veel bestaande onduidelijkheden weggenomen. In deze bijdrage wordt uitgebreid ingegaan op de inhoud van de helpdeskvragen en bijbehorende antwoorden uit die serie.

 


Pensioen Advies

Mei 2009
(nummer 5)

"Helpdeskvragen inzake afkoopregeling kleine lijfrenten"

Belastingplan 2009 heeft per 1 januari jl. een aan-tal nieuwe bepalingen rond lijfrenten geïntrodu-ceerd. Één ervan is een fiscaal-vriendelijke af-koopregeling voor zogenoemde “kleine” (nog niet-ingegane) lijfrenten. Kort geleden zijn 19 help-deskvragen inzake de kleine afkoopregeling door de Belastingdienst op internet gepubliceerd. In deze bijdrage wordt ingegaan op de inhoud van de belangrijkste vragen en antwoorden uit die serie.

 


&

Pensioen Alert
Mei 2009
(nummer 5)

"Fiscaal beleid en praktijkvragen rond loonstamrechten op een rij"

In het jaar 2002 verblijdde de staatssecretaris van Financiën de praktijk met een zeer praktisch themabesluit inzake loonstamrechten, het besluit CPP2002/896M van 27 november 2002. Dat besluit betekende voor velen die werkzaam zijn in de advieswereld een dankbaar hulpmiddel met maar liefst 25 antwoorden op praktijkvragen op het terrein van de loonstamrechtvrijstelling. Hoewel sommige van die beleidsstandpunten – mede ingegeven door voortschrijdend inzicht – in de loop der tijd toe waren aan een make-over, boden verreweg de meeste standpunten lange tijd een belangrijk handvat voor de praktijk. Lange tijd, want sinds 24 september 2008 is genoemd besluit formeel ingetrokken en moet men het stellen zonder het praktische themabesluit. Voor de praktijk is het er allemaal niet duidelijker op geworden. Ook is het voor velen onzeker wat de status van de inhoud van de betreffende standpunten is. De hoogste tijd om weer eens aandacht te besteden aan de gouden handdrukstamrechten, oftewel loonstamrechten. Met deze vakbijdrage worden genoemde onduidelijkheden weggenomen en wordt op een rij gezet wat er momenteel aan beleid en praktijkvragen op dat gebied is. Daarbij wordt niet ingegaan op het specifieke deelgebied van de regeling voor vervroegde uittreding en evenmin op internationale aangelegenheden.

 


Pensioen Advies

April 2009
(nummer 4)

"De fiscale regels bij afkoop van diverse lijfrentevormen op een rij"

Een lijfrentecontract wordt veelal afgesloten met de gedachten om (een aanvulling op) een oudedagsvoorziening te vormen. Die gedachte wordt door de fiscale wetgever – in de vorm van premieaftrek – reeds decennia lang ondersteund. Maar al te vaak blijkt dat het lijfrentecontract de overeengekomen eindstreep niet haalt. De laatste jaren komt het namelijk steeds frequenter voor dat de vermogende particulier besluit het lijfrentecontract voortijdig te beëindigen en te kiezen voor een (eenmalige) uitkering. Oftewel, hij koopt de lijfrente af, waarmee hij deze oudedagsvoorziening definitief vaarwel kan zeggen. Als de vermogende particulier tot afkoop van de lijfrentevoorziening overgaat, is het zaak dat hij goed op de hoogte is van de met een dergelijke afkoop gepaard gaande fiscale gevolgen. Komt hij onbeslagen te eis dan leidt een afkoop regelmatig tot onaangename verrassingen en financiële tegenvallers. In deze vakbijdrage wordt uitvoerig stilgestaan bij de fiscale gevolgen die kleven aan een afkoop van een lijfrente. Daarbij worden de gevolgen voor diverse lijfrentevormen belicht en wordt tevens ingegaan op een aantal praktische zaken die verbonden zijn aan afkoop.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Maart 2009
(nummer 3)

"De wijzigingen in het lijfrenteregime per 1 januari 2009 (deel II)"

Op 16 december jl. is het Belastingplan 2009 (BP 2009) aangenomen door de Eerste Kamer. Vereenvoudiging stond daarbij centraal. Met BP 2009 is een vijftal vereenvoudigingen in de lijfrentesfeer voorgesteld. De oplossing die er voor de splitsingsproblematiek van lijfrenten is gekomen, is uitvoerig besproken in deel I van dit tweeluik. In dit tweede deel worden de overige vier wijzigingen in de lijfrentesfeer besproken. Het gaat om de vereenvoudiging op het terrein van afkoop van kleine lijfrenten, het verval van de afrekenverplichting bij emigratie voor saldolijfrenten en het herstel van de maximum-premiegrondslag in de derde pijler (jaarruimte). Ook wordt in deze bijdrage ingegaan op de inwerkingtreding van de uitbreiding van de inhouding van loonbelasting op afkoopsommen van lijfrenteverzekeringen. De uitbreiding van de loonbelastingheffing zal – in tegenstelling tot de andere vereenvoudingsmaatregelen – pas plaats gaan hebben met ingang van 1 januari 2010. Net als in het vorige deel, worden de lijfrentewijzigingen mede aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden toegelicht.

 


Pensioen Advies

Januari/februari 2009
(nummer 1/2)

"De wijzigingen in het lijfrenteregime per 1 januari 2009 (deel I)"

Op 16 december jl. is het Belastingplan 2009 (BP 2009) aangenomen door de Eerste Kamer. Eén van de speerpunten van het fiscaal pakket dat met het belastingplan is gepresenteerd, is vereenvoudiging. Zo zijn met BP 2009 een vijftal vereenvoudigingen in de lijfrentesfeer voorgesteld. Vier van die voorgestelde wijzigingen zijn al per 1 januari 2009 in werking getreden. Het gaat om de vereenvoudigingen op het terrein van splitsing van lijfrenten en van afkoop van kleine lijfrenten. Daarnaast is de afrekenverplichting bij emigratie voor saldolijfrenten komen te vervallen en is de maximum-premiegrondslag in de derde pijler (jaarruimte) verhoogd, waardoor de aftrekmogelijkheden voor lijfrentepremies en stortingen op lijfrentebankspaarproducten in de derde pijler zijn teruggebracht naar het niveau van vóór inwerkingtreding van de Wet ‘Banksparen’. De inwerkingtreding van de uitbreiding van de inhouding van loonbelasting op afkoopsommen van lijfrenteverzekeringen is een jaar uitgesteld. De uitbreiding van de loonbelastingheffing zal pas plaats gaan hebben met ingang van 1 januari 2010. Alle wijzigingen worden mede aan de hand van praktijkvoorbeelden uitgebreid toegelicht in een tweeluik in dit magazine. De splitsing van lijfrente wordt in dit eerste deel besproken, de overige onderwerpen in het tweede deel.

 


Pensioen Advies

Januari 2009
(nummer 1)

"Splitsingsproblematiek voor álle lijfrenten opgelost?"

Op 1 januari jl. is een aantal nieuwe bepalingen rond lijfrenteverzekeringen, waaronder de (her)ingevoerde beperkte saldomethode en de bijbehorende overgangsregeling in werking getreden. Hoe werkt de saldomethode nu uit voor de lijfrenten uit de diverse fiscale regimes? En gelden de nieuwe saldomethode én de overgangsregeling nu wel of niet voor alle lijfrentecontracten? In deze bijdrage wordt een zo compleet mogelijk beeld gegeven aan de hand van twee praktijkvoorbeelden.

 


&

Pensioen Alert
December 2008
(nummer 12)

"Het is weer lijfrente-expiratietijd! Welke mogelijkheden bieden zich aan?"

Voor velen vormt de maand december elk jaar weer een maand van bezinning. De afgelopen maanden worden geëvalueerd en men moet zich weer voorbereiden op wat komen gaat. Zo moeten in het kader van de financële planning ook weer knopen worden doorgehakt. In de maand december van elk jaar expireren veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule en bereiken veel nieuwere lijfrentevormen hun lijfrente-ingangsdatum. In december 2008 is het ook weer lijfrente-expiratietijd! Er moet dan worden beslist wat men met de lijfrente wil gaan doen. Waar men verstandig aan doet en wat precies de fiscale gevolgen van een bepaalde keuze zijn, is afhankelijk van veel factoren. Vaststaat dát er iets moet gebeuren; er moet een keuze worden gemaakt. Aan zo’n keuze zijn niet altijd direct fiscale gevolgen verbonden. De beslissing over wat er met de lijfrente moet gebeuren, moet tijdig worden genomen. Is men te laat, dan wordt er fiscaal gezien vanuit gegaan dat de bestaande lijfrenteverplichting niet is nagekomen. Daar zijn veelal stevige fiscale consequenties aan verbonden. Hierna worden de belangrijkste mogelijkheden bij expiratie van een lijfrentekapitaal bij in leven zijn en de daarbij behorende fiscale consequenties op een rij gezet.

 


Pensioen Advies

December 2008

"Afkoop van lijfrenten in de praktijk"

Ooit sloot men een lijfrente met de bedoeling een aardige spaarcent voor later te hebben. Steeds vaker komt het voor dat men besluit de lijfrente voortijdig tot uitkering te laten komen. Is men dan niet goed doordrongen van de met de afkoop gepaard gaande fiscale gevolgen, dan leidt dit regelmatig tot onaangename situaties en financiële dompers. In dit artikel worden de fiscale consequenties van afkoop van een lijfrente, vanuit een praktische invalshoek, uitvoerig belicht.

 


De Beursbengel

Oktober 2008
(nummer 10)

"Fiscale administratieve foutenleer en aanpassings(on)mogelijkheden bij lijfrentepolissen"

Op 16 juni 2008 is een herpublicatie van het verzamelbesluit lijfrenten van de hand van de staatssecretaris van Financiën verschenen (CPP2008/287M). Het betreft een bundeling van fiscale beleidsstandpunten op het gebied van lijfrenten. Deze herpublicatie biedt een flinke hoeveelheid aan geactualiseerde fiscale standpunten, alsmede diverse praktische fiscale handvatten. Eén van de belangrijke onderwerpen in het besluit vormt de administratieve foutenleer rond polissen van levensverzekering. In dat kader komt in de praktijk regelmatig de vraag naar voren of polissen wel of niet met terugwerkende kracht kunnen worden aangepast. In deze bijdrage worden de standpunten van Financiën rond aanpassingen van lijfrentepolissen uitvoerig besproken. Daarnaast wordt ingegaan op en wat wel en niet valt onder het begrip ‘administratieve fout’.

 


Pensioen Advies

Oktober 2008
(nummer 8)

"Belastingplan 2009: vereenvoudigingen in het lijfrenteregime op komst!"

Op 16 september jl. is het Belastingplan 2009 (BP 2009) bij de Tweede Kamer ingediend (TK 31 704, nr. 2 en 3). Eén van de speerpunten van het fiscaal pakket dat met het belastingplan is gepresenteerd, is vereenvoudiging. Zo vindt in de lijfrentesfeer een vijftal vereenvoudigingen plaats. Deze worden uitgebreid toegelicht in deze vakbijdrage.

 


&

Pensioen Alert
September 2008
(nummer 9)

"Herpublicatie verzamelbesluit lijfrenten biedt breed scala aan praktische handvatten (2)"

Op 16 juni 2008 is het meest recente verzamelbesluit inzake lijfrente van Financiën gepubliceerd. Deze herpublicatie van een eerder verzamelbesluit biedt een breed scala aan actuele fiscale standpunten, alsmede diverse praktijkgerichte fiscale handvatten. Gezien de grote hoeveelheid aan geboden actuele onderwerpen, is ervoor gekozen het nieuwste lijfrentebesluit te bespreken in een tweetal vakbijdragen. In de eerste bijdrage in VP-bulletin (juli/augustus 2008, nr. 7/8) is uitgebreid ingegaan op de standpunten die zijn ingenomen rond aanpassingen van lijfrentepolissen. Ook diverse overige praktische lijfrentezaken die het besluit biedt zijn in die eerste bijdrage van uitgebreid commentaar voorzien. Een aantal andere voor de praktijk relevante onderwerpen is in die bijdrage nog niet belicht. Dat gebeurt deze keer. In deze bijdrage wordt ingegaan op een aantal zaken die met name betrekking hebben op de uitvoering van lijfrentecontracten in de praktijk, waaronder de redelijke termijn bij expiratie van een lijfrente. Met de twee vakbijdragen zijn de belangrijkste lijfrenteonderwerpen die het besluit bevat, besproken en is de vermogende particulier weer up-to-date.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

September 2008
(nummer 7)

"Administratieve foutenleer en aanpassing van polissen van levensverzekering"

Op 16 juni 2008 is een herpublicatie van het verzamelbesluit lijfrenten van de hand van de staatssecretaris van Financiën verschenen (CPP2008/287M). Deze herpublicatie biedt een aanzienlijke hoeveelheid aan geactualiseerde fiscale standpunten, alsmede diverse praktijkgerichte fiscale handvatten. Eén van de belangrijke onderwerpen in het besluit vormt de administratieve foutenleer rond polissen van levensverzekering. Daarbij komt regelmatig de vraag naar voren of polissen wel of niet met terugwerkende kracht kunnen worden aangepast. In dit vakartikel wordt uitgebreid ingegaan op de standpunten van Financiën rond aanpassingen van lijfrentepolissen en de administratieve foutenleer.

 


&

Pensioen Alert
Augustus/september 2008
(nummer 8/9)

"Herzien verzamelbesluit lijfrenten lost menig knelpunt op"

De afgelopen jaren leverde het begrip “redelijke termijn” dat wordt gehanteerd bij het bedingen van lijfrenten flink veel stof op voor vaak stevige discussies. Dit vond onder meer zijn oorzaak in het feit dat er in de praktijk weinig duidelijkheid bestond over de invulling van dat begrip. Financiën heeft met de herpublicatie van het verzamelbesluit lijfrenten CPP2006/2362M op 16 juni 2008 een groot gedeelte van die onduidelijkheid weggenomen door te komen met een praktische richtlijn op dat punt. Voorts biedt dat besluit een nadere invulling van de ‘administratieve foutenleer’, een ander belangrijk onderwerp in de hedendaagse levenpraktijk. Verder is in het gereviseerde lijfrentebesluit het standpunt rond de verzuimde lijfrentepremieaftrek nader uitgewerkt. Voor wat de uitvoering van lijfrentecontracten betreft zijn voorts standpunten rond nabestaandenlijfrenten en (tijdelijke) oudedagslijfrenten ingenomen. In deze vakbijdrage passeren de actuele standpunten met betrekking tot genoemde onderwerpen uitvoerig de revue. Deze bijdrage is bedoeld als een praktische ‘handleiding’ voor de verzekeringspraktijk.

 


Pensioen Magazine

September 2008
(nummer 9)

"Lang leve de nabestaandenlijfrente (?)"

Tot de publicatie van het besluit van 2 november 2006, CPP2006/2362M, verkeerde met name de adviespraktijk in onzekerheid over het antwoord op de vraag of en, zo ja, in hoeverre een gerichte nabestaandenlijfrente mag worden uitgesteld. Het antwoord op die vraag is al gegeven in het besluit van 2 november 2006. Dat besluit beantwoordde eveneens voor bepaalde gevallen de vraag of een nabestaandenlijfrente door de nabestaande(n) mag worden omgezet in een andere vanaf 1 januari 1992 toegestane (uitgestelde) lijfrentevorm. Antwoorden, waarover nog wel enige onduidelijkheid is blijven bestaan, zo blijkt uit de literatuur. Er bestond tot de publicatie van het besluit van 3 juni 2008, CPP2008/287M nog grote onduidelijkheid over of en in hoeverre een op een pré-Brede Herwaarderingspolis verzekerde nabestaandenlijfrente mag worden uitgesteld. Over dit punt geeft Financiën de nodige fiscale duidelijkheid in paragraaf 5.5 van het verzamelbesluit CPP2008/287M. In dat besluit geeft Financiën vervolgens aan wat de fiscale consequenties zijn als blijkt dat een nabestaandenlijfrente toekomt aan een niet-natuurlijke persoon. Met deze bijdrage in de hand heeft de financieel adviseur en planner een goed beeld van de mogelijkheden en onmogelijkheden bij nabestaandenlijfrenten.

 


Vakblad Financiële
Planning

September 2008
(nummer 9)

"CPP2008/287M: Praktisch belangrijke invulling van “redelijke termijn” en “administratieve fout”"

Tot 2004 werden veel fiscale standpunten op het gebied van lijfrenten verspreid gepubliceerd over diverse ‘losse’ beleidsbesluiten. Voor de praktijk lastig bij te houden, voor de Belastingdienst lastig te onderhouden. Door de fiscale beleidsstandpunten thematisch te rangschikken in een themabesluit worden alle standpunten over deelonderwerpen op overzichtelijke wijze bijeen gebracht. Het in dit kader op 16 juni 2008 verschenen themabesluit lijfrente staat in dit artikel centraal. Dit besluit is een gereviseerde versie van het besluit lijfrenten van 2 november 2006. In dit artikel wordt aandacht besteed aan twee belangrijke hoofdonderwerpen: de administratieve foutenleer en het begrip “redelijke termijn” bij uitvoering van de lijfrenteclausule. Verder wordt kort ingegaan op de vraag of dit besluit in zoverre 1-op-1 van toepassing kan worden verklaard op een lijfrentespaarrekening. In dit artikel zal steeds vanuit twee gezichtspunten worden gekeken naar het onderwerp: de visie/bedoeling van Financiën en de uitvoering door de Belastingdienst enerzijds, de praktische invulling anderzijds. Deze bijdrage vormt daarmee niet alleen een uitleg van de werking van standpunten maar tevens een praktisch handvat voor onder andere die financieel adviseurs en planners die lijfrenten in hun portefeuille hebben zitten.

 


Vakblad Financiële
Planning

Juli/augustus 2008
(nummer 7/8)

"Duidelijkheid over redelijke termijn bij uitvoering lijfrenteclausule"

Lange tijd verkeerde de praktijk in onzekerheid over hoe moest worden omgegaan met het begrip ‘redelijke termijn’ bij het ten uitvoer leggen van een lijfrenteclausule op een kapitaalverzekering met bijbehorende lijfrenteclausule. Met name bestond er onduidelijkheid over de duur van een redelijke termijn. Met de publicatie van het lijfrentebesluit CPP2008/287M op 16 juni 2008 heeft de staatssecretaris van Financiën in dat kader een belangrijk handvat geboden; een zeer welkome praktische richtlijn. In deze bijdrage wordt ingegaan op de ins en outs rond het begrip redelijke termijn. Dit artikel vormt voor de pensioenadviseur een praktische handleiding waarmee hij een nog beter maatwerk kan leveren.

 


Pensioen Advies

Juli/augustus 2008
(nummer 7/8)

"Herpublicatie verzamelbesluit lijfrenten biedt breed scala aan praktische handvatten (1)"

Het laatste verzamelbesluit inzake lijfrente van Financiën dateerde alweer van 2 november 2006. De fiscale praktijk van lijfrenteverzekeringen is voortdurend in beweging en vraagt dan ook regelmatig om het actualiseren van bestaande beleidsstandpunten en/of het innemen van nieuwe beleidsstandpunten op het fiscale vlak, getuige de recente herpublicatie van het verzamelbesluit lijfrenten. Deze herpublicatie biedt een breed scala aan actuele fiscale standpunten, alsmede diverse praktijkgerichte fiscale handvatten. Gezien de grote hoeveelheid aan geboden actuele onderwerpen, wordt het kersverse verzamelbesluit lijfrenten besproken in een tweetal vakbijdragen. In deze bijdrage wordt uitgebreid ingegaan op de standpunten die zijn ingenomen rond aanpassingen van lijfrentepolissen. Daarnaast worden diverse overige praktische lijfrentezaken die het besluit biedt van uitgebreid commentaar voorzien. In een volgende bijdrage in VP Bulletin wordt ingegaan op een aantal zaken die met name betrekking hebben op de uitvoering van lijfrentecontracten in de praktijk, waaronder de redelijke termijn bij expiratie van een lijfrente.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Juni 2008
(nummer 6)

"Aandachtspunten bij afkoop van lijfrenteverzekeringen"

In het verleden zijn door velen lijfrentecontracten afgesloten. Men sloot zo’n lijfrentecontract veelal af met de bedoeling een leuke spaarcent voor later te hebben. De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat men besluit het lijfrentecontract voortijdig te beëindigen en tot (eenmalige) uitkering te laten komen. Ingeval men dan niet goed op de hoogte is van de met een dergelijke afkoop gepaard gaande fiscale gevolgen, dan leidt dit regelmatig tot onaangename verrassingen en eventuele financiële obstakels. In deze bijdrage worden de fiscale gevolgen van afkoop van een lijfrente uitvoerig besproken. Ook wordt ingegaan op een aantal praktische zaken die in dat kader (kunnen) spelen.

 


Pensioen Advies

Juni 2008
(nummer 6)

"Pensioen- en hypotheeksparen bij de bank (deel 3)"

Iedere nieuwe wet brengt onduidelijkheden en onzekerheden met zich mee, zo ook de per 1 januari 2008 in werking getreden Wet “Lijfrentesparen en eigenwoningsparen”, kortweg de Wet “Banksparen”. In VFP 2007/10 heeft Masha Bril de juridische aspecten van de Wet “Banksparen” belicht. In dat artikel is uitvoerig aandacht besteed aan de verschillen én overeenkomsten tussen de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) enerzijds en de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning anderzijds. Ook zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de lijfrenteverzekering en zijn tegenhangers de lijfrentespaarrekening en het lijfrentebeleggingsrecht aan de orde geweest. In zijn tweede bijdrage over de Wet “Banksparen” in VFP 2007/11 heeft Masha aan de hand van diverse rekenvoorbeelden een hoofdzakelijk rekenkundige bijdrage geleverd. In dit deel staat Masha samen met Erik van Toledo stil bij de diverse in de praktijk levende vragen over de nieuwe wet. Daarbij passeren onder meer enige voor de praktijk relevante door de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst gegeven antwoorden op diverse helpdeskvragen. Daarnaast worden in deze bijdrage de tot op heden aangeboden bankspaarproducten door Masha besproken. Waar in dit artikel wordt gesproken over de lijfrentespaarrekening (LSR), wordt ook bedoeld het lijfrentebeleggingsrecht (LBR). De spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning worden hierna tezamen afgekort met SEW.

 


Vakblad Financiële
Planning

Mei 2008
(nummer 5)

"Rechters kijken dwars door combinatiepolissen heen"

De afgelopen jaren is er weer flink wat te doen geweest rond de zogenoemde combinatiepolis. De rechter moest er menigmaal aan te pas komen; nog in februari jongstleden deed de Hoge Raad een uitspraak die er wezen mocht. In de conclusie bij dat arrest is Advocaat-Generaal Van Ballegooijen uitvoerig ingegaan op de ins en outs van de fiscale herkwalificatie van verzekeringsproducten. En voorlopig zijn we nog niet van deze problematiek af; er lopen nog enkele procedures. In deze bijdrage aandacht voor de rechtspraak over de combinatiepolissen van de afgelopen jaren, alsmede voor het beleid dat Financiën al in 1992 over dat onderwerp heeft gepubliceerd.

 


Pensioen Magazine

April 2008
(nummer 4)

"Kennisgroep Verzekeringsproducten lanceert set met 18 antwoorden op helpdeskvragen inzake ‘banksparen"

Tot 1 januari 2008 kon in de particuliere sfeer eigenlijk alleen maar gefacilitieerd worden gespaard voor een oudedagsvoorziening of de aflossing van de eigenwoningschuld door middel van een lijfrenteverzekering (met premieaftrek) respectievelijk een kapitaalverzekering eigen woning (vrijgestelde uitkering). Kortom, men was ‘gebonden’ aan een verzekeringsmaatschappij. Met ingang van genoemde datum is daarin verandering gekomen. Op die datum is namelijk de Wet ‘Banksparen’ in werking getreden. Die wet biedt fiscale ondersteuning aan sparen via een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrecht voor latere uitkeringen. Het geblokkeerd sparen kan zijn bedoeld om een lijfrentespaarproduct te kopen of om de schuld op de eigen woning af te lossen. Met de inwerkingtreding van de Wet ‘Banksparen’ is een einde gekomen aan de gedwongen winkelnering bij verzekeraars. Voor wat het fiscaal ondersteund sparen betreft, kan de consument nu kiezen waar hij zijn spaargelden wil onderbrengen. Daarmee is een gelijk speelveld tussen verzekeraars en bancaire instellingen gecreëerd. En dat lijkt alleen maar positieve elementen op te leveren voor de consument. Al met al ook een extra – mogelijk aantrekkelijke – spaaroptie voor de vermogende particulier. Zoals dat met iedere nieuwe wet gaat, brengt ook de kersverse Wet ‘Banksparen’ diverse onduidelijkheden en onzekerheden met zich mee. Om de praktijk een helpende hand te bieden, is de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst op 8 maart 2008 met set van 18 vragen en antwoorden rond ‘banksparen’ gekomen. Dit keer niet in de vorm van een besluit, maar via een publicatie op de site van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst. In deze bijdrage worden de antwoorden op de helpdeskvragen uitvoerig belicht.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Maart 2008
(nummer 3)

"De combinatiepolis anno 2008; een kwestie van fiscale herkwalificatie"

De Hoge Raad heeft zich in de 50-er jaren van de vorige eeuw al eens uitgelaten over de fiscale samenvoeging van levensverzekeringspolissen. Die rechtspraak vormt een belangrijke basis voor latere rechtspraak op het gebied van zogenoemde combinatiepolissen. Tot voor enige jaren was de rechtspraak rond de combinatiepolis erg schaars. De laatste jaren is de combi-polis eigenlijk pas goed ‘doorgebroken’ in fiscalibus. In 2006 en 2007 zijn door diverse gerechtelijke instanties uitspraken gedaan in combi-poliszaken. Zeer recent nog heeft de Hoge Raad zich uitgelaten in een combinatiepoliszaak. Het fiscale recht van levensverzekeringen is al zeer ingewikkeld, de specifieke problematiek van de combinatiepolis vaak nog complexer. Bij velen is deze levenmaterie relatief onbekend. Bovendien onderkent menig pensioenadviseur de combiproblematiek niet eens. Al met al de hoogste tijd om eens uitvoerig stil te staan bij de fiscaliteiten rond combinatiepolissen. Met deze vakbijdrage in de hand kan de pensioenadviseur voor vermogende klanten wellicht een nog beter op maat gesneden advies presenteren.

 


Pensioen Advies

Maart 2008
(nummer 3)

"Set met 18 FAQ's inzake 'banksparen"

Net als iedere nieuwe wet, brengt ook de kersverse Wet 'Banksparen' de nodige onduidelijkheden en onzekerheden met zich. Om de praktijk een handvat te bieden, is de Kennisgroep Verzekeringsproducten van de Belastingdienst op 8 maart 2008 met een eerste set vragen en antwoorden rond 'banksparen' gekomen. Dit keer via een publicatie op de site van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (belastingdienstpensioensite.nl). In de vakbijdragen worden de belangrijkste FAQ's besproken.

 


&

Pensioen Alert
Maart 2008
(nummer 3)

"De combinatiepolis anno 2008; een product dat zich fiscaal goed laat herkwalificeren"

Reeds lang geleden werd de basis gelegd voor de rechtspraak rond fiscale samenvoeging van levensverzekeringspolissen. Tot voor enige jaren was het product ‘combinatiepolis’ niet echt bekend en bestond er daarover nauwelijks rechtspraak. De afgelopen jaren is de combinatiepolis fiscaal stevig doorgelicht. Dit blijkt uit de hoeveelheid rechtspraak die is gewezen. Het fiscale levensverzekeringsrecht zit zeer ingewikkeld in elkaar. De specifieke combinatieproblematiek is zeker niet minder complex en bij velen vaak onbekend. Voor de vermogende particulier die in zijn verzekeringsportefeuille één of meer combinatiepolissen heeft, is het zonder meer aan te bevelen na te (laten) gaan waar hij of zij wat dat betreft fiscaal aan toe is. In deze bijdrage wordt uitvoerig ingegaan op de belangrijkste elementen rond de combi-polis en wordt aan de hand van onder meer de rechtspraak van de afgelopen jaren een samenvatting geboden van de combinatiepolismaterie.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

November 2007

"Oude lijfrenteregels belemmeren vrije toerekening van lijfrentetermijnen bij echtgenoten"

Onder het fiscaal zo vrije lijfrenteregime van vóór 1992 zijn veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule gesloten. Met ingang van de inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) bestaat voor dergelijke lijfrenten – zonder aanpassing aan de nieuwe premieaftrekvoorwaarden – geen enkel recht meer op aftrek. Veel van die contracten zijn met ingang van 1 januari 2001 premievrijgemaakt. Andere contracten zijn onveranderd voortgezet. De aftrek kan derhalve nog wel een punt van discussie vormen in de praktijk, maar het (fiscale) belang bij deze contracten is voornamelijk komen te liggen bij de uitkeringenkant. Het kapitaal dat uit dergelijke pré-Brede Herwaarderingslijfrenten vrijkomt zal in beginsel moeten worden aangewend voor de aankoop van een lijfrente. De vraag die dan vaak opkomt is of de lijfrentetermijnen kunnen worden toebedeeld aan de echtgenoot. Ook komt het voor dat men de termijnen wil laten toekomen aan een (meerder- of minderjarig) kind. Op zichzelf kan de echtgenoot, als ook het kind, van de verzekeringnemer, als ontvanger van de lijfrentetermijnen optreden. Dit wil echter nog niet zeggen dat die termijnen ook bij de ontvangende partij zijn belast voor de inkomstenbelastingheffing. Aangezien het fiscale belang soms groot kan zijn en de komende jaren steeds meer oude lijfrentecontracten zullen expireren, is er reden genoeg om dit onderwerp nog maar eens uitgebreid te bespreken. De oude bepalingen en de diverse aanwendingsmogelijkheden zullen in dit artikel aan de orde komen.

 



Pensioenkrant
Adviesbureau Thijs
November 2007

"Belangrijke versoepeling beleid inzake omzetting van kapitaalverzekeringen"

Reeds onder het fiscale regime van de Brede Herwaardering (periode 1992 – 2000) is door Financiën een grote hoeveelheid beleid rond omzettingen van kapitaalverzekeringen uitgebracht. Op grond van dat vrij strenge omzettingsbeleid moesten veelal zeer gecompliceerde berekeningen worden gemaakt, terwijl een omzetting of andere aanpassing van een kapitaalverzekering veelal gepaard ging met flinke administratieve handelingen. Deze oude omzettingsregels hebben lange tijd, eigenlijk té lang, gegolden. Voor degene die in de praktijk regelmatig heeft te maken met het omzetten of anderszins wijzigen van een kapitaalverzekering, kwam nog niet zo lang geleden het ‘verlossende’ nieuws dat Financiën zijn fiscale omzettingsregels behoorlijk heeft versoepeld. Deze versoepelde regels zijn gepresenteerd in de herpublicatie van het verzamelbesluit inzake kapitaalverzekeringen. Overigens levert deze herpublicatie geen wijzigingen in bestaand beleid op. Wel hebben enkele kleine aanpassingen plaatsgevonden. Deze worden in deze bijdrage niet besproken. In dit artikel wordt onder meer stilgestaan bij de huidige systematiek bij omzetting van kapitaalverzekeringen. Daarnaast worden de versoepelde fiscale regels van omzetting uitvoerig besproken.

 



Pensioenkrant
Adviesbureau Thijs
September 2007
(nummer 7)

"Laatste stand van zaken rond wetsvoorstel Lijfrentesparen en sparen voor aflossing eigenwoningschuld"

In een bijdrage in de rubriek "Varia" wordt ingegaan op de laatste ontwikkelingen rond het wetsvoorstel 'Lijfrentesparen en sparen voor aflossing van de eigenwoningschuld' (TK en EK 30 432).
In de korte bijdrage wordt ingegaan op de derde nota van wijziging (nr. 17), op de op 2 juli 2007 ingediende en aangenomen motie (nr. 18), op het gewijzigde amendement (nr. 19) en op de vierde nota van wijziging (nr. 21). Tenslotte wordt ingegaan op het naar de Eerste Kamer gestuurde gewijzigde wetsvoorstel (EK 30 432, nr. A).

 


&

Pensioen Alert
Juni 2007
(nummer 6)

"Lijfrentecontracten tussen echtgenoten; fiscaal verleden belemmert vrije toerekening"

Onder het fiscaal zo vrije lijfrenteregime van vóór 1992 zijn veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule gesloten. Met ingang van de inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) bestaat voor dergelijke lijfrenten – zonder aanpassing aan de nieuwe premieaftrekvoorwaarden – geen enkel recht meer op aftrek. Veel van die contracten zijn met ingang van 1 januari 2001 premievrijgemaakt. Andere contracten zijn onveranderd voortgezet. De aftrek kan derhalve nog wel een punt van discussie vormen in de praktijk, maar het (fiscale) belang bij deze contracten is voornamelijk komen te liggen bij de uitkeringenkant. Het kapitaal dat uit dergelijke pré-Brede Herwaarderingslijfrenten vrijkomt zal in beginsel moeten worden aangewend voor de aankoop van een lijfrente. De vraag die dan vaak opkomt is of de lijfrentetermijnen kunnen worden toebedeeld aan de echtgenoot. Ook komt het voor dat men de termijnen wil laten toekomen aan een (meerder- of minderjarig) kind. Op zichzelf kan de echtgenoot, als ook het kind, van de verzekeringnemer, als ontvanger van de lijfrentetermijnen optreden. Dit wil echter nog niet zeggen dat die termijnen ook bij de ontvangende partij zijn belast voor de inkomstenbelastingheffing. Aangezien het fiscale belang soms groot kan zijn en de komende jaren steeds meer oude lijfrentecontracten zullen expireren, is er reden genoeg om dit onderwerp nog maar eens uitgebreid te bespreken. De oude bepalingen en de diverse aanwendingsmogelijkheden zullen in dit artikel aan de orde komen.

 


Pensioen Advies

Juni 2007
(nummer 6)

"Overgangsrecht in verband met afschaffing indexering KEW-vrijstelling per 1-1-2008"

In een bijdrage in de rubriek "Varia" wordt ingegaan op de laatste ontwikkelingen rond het wetsvoorstel "Banksparen voor lijfrenten en voor aflossing eigenwoningschuld" (TK 30 432). overgangsrecht inzake kapitaalverzekeringen.
In de bijdrage worden het nader verslag van de vaste commissie van Financiën (nr. 11) en de tweede nota van wijziging (nr. 12) kort samengevat.

 


&

Pensioen Alert
Juni 2007
(nummer 6)

"Verduidelijking voorgestelde wijzigingen in overgangsrecht kapitaalverzekeringen"

In een bijdrage in de rubriek "Varia" wordt ingegaan op de laatste ontwikkelingen rond het overgangsrecht inzake kapitaalverzekeringen. In het wetsvoorstel "Fiscale onderhoudswet 2007" (TK 30 943) is voorgesteld dit complexe overgangsrecht te wijzigen.
In de korte bijdrage wordt ingegaan op het verslag van de vaste commissie van Financiën (nr. 5) en de nota naar aanleiding van dit verslag (nr. 6).

 


&

Pensioen Alert
Mei 2007
(nummer 5)

"Combinatiepolissen anno 2007"

De basis voor de rechtspraak rond de (fiscale) samenvoeging van polissen van levensverzekering werd reeds in de vorige eeuw gelegd; de Hoge Raad liet zich daar al over uit in de 50-er jaren. Tot op de dag van vandaag is er echter nog steeds niet veel rechtspraak over de zogenoemde combinatiepolissen. Dat de combinatiepolis – fiscaal gezien – nog niet is uitgestorven wordt bewezen door de rechtspraak die de afgelopen jaren is verschenen. In 2006 zijn door (belastingkamers van) gerechtshoven en rechtbanken uitspraken gedaan over het fiscale wel en wee rond combinatiepolissen in maar liefst vijf procedures. Het fiscale levensverzekeringsrecht kan worden gekenschetst als zijnde zeer gecompliceerd. De specifieke combi-problematiek is niet minder complex en bij velen vaak onbekend of door velen niet onderkend. Om niet voor al te grote fiscale verrassingen te komen te staan, is het zaak dat de financiële adviseur/planner die in zijn portefeuille levensverzekeringspolissen heeft zitten, een aantal essentialia rond de combi-problematiek op een rijtje heeft. In dit artikel wordt daarop uitvoerig ingegaan en wordt aan de hand van beleid van Financiën en rechtspraak een uitgebreid overzicht van de combinatiepolismaterie geboden.

 


Vakblad Financiële
Planning

Mei 2007
(nummer 5)

"Lijfrentecontracten tussen echtgenoten; fiscaal verleden belemmert vrije toerekening"

Onder het fiscaal zo vrije lijfrenteregime van vóór 1992 zijn veel kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule gesloten. Met ingang van de inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) bestaat voor dergelijke lijfrenten – zonder aanpassing aan de nieuwe premieaftrekvoorwaarden – geen enkel recht meer op aftrek. Veel van die contracten zijn met ingang van 1 januari 2001 premievrijgemaakt. Andere contracten zijn onveranderd voortgezet. De aftrek kan derhalve nog wel een punt van discussie vormen in de praktijk, maar het (fiscale) belang bij deze contracten is voornamelijk komen te liggen bij de uitkeringenkant. Het kapitaal dat uit dergelijke pré-Brede Herwaarderingslijfrenten vrijkomt zal in beginsel moeten worden aangewend voor de aankoop van een lijfrente. De vraag die dan vaak opkomt is of de lijfrentetermijnen kunnen worden toebedeeld aan de echtgenoot. Ook komt het voor dat men de termijnen wil laten toekomen aan een (meerder- of minderjarig) kind. Op zichzelf kan de echtgenoot, als ook het kind, van de verzekeringnemer, als ontvanger van de lijfrentetermijnen optreden. Dit wil echter nog niet zeggen dat die termijnen ook bij de ontvangende partij zijn belast voor de inkomstenbelastingheffing. Aangezien het fiscale belang soms groot kan zijn en de komende jaren steeds meer oude lijfrentecontracten zullen expireren, is er reden genoeg om dit onderwerp nog maar eens uitgebreid te bespreken. In deze bijdrage zullen de oude bepalingen en de diverse aanwendingsmogelijkheden aan de orde komen.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Maart 2007
(nummer 3)

"Wetsvoorstel banksparen voor pensioen-opbouw uitgebreid naar KEW"

Op 16 januari 2006 is het wetsvoorstel ‘Fiscale facilitering banksparen voor pensioenopbouw’ bij de Tweede Kamer ingediend. Met dat voorstel wordt beoogd extra mogelijkheden te bieden voor het op individueel niveau opbouwen van een aanvullende voorziening voor de oude dag in de zogenoemde derde pijler. Aanvankelijk bood het wetsvoorstel slechts een mogelijkheid om via geblokkeerd sparen een kapitaal op te bouwen dat in de toekomst moet worden gebruikt voor de aankoop van een lijfrente. Via de nota van wijziging is het oorspronkelijke wetsvoorstel qua reikwijdte uitgebreid. Deze uitbreiding houdt in dat nu ook aan het sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld (via een geblokkeerde spaarrekening of een geblokkeerd beleggingsrecht), zoveel mogelijk naar analogie van het regime voor de kapitaalverzekering eigen woning, fiscale ondersteuning wordt geboden. In deze korte bijdrage wordt onder meer daarop ingegaan.

 


&

Pensioen Alert
Februari 2007
(nummer 2)

"Belangrijke versoepeling in herziene overzichtsbesluit kapitaalverzekeringen"

Tot voor kort gold een scala aan behoorlijk strikte fiscale regels bij diverse situaties van omzetting van kapitaalverzekeringen. Beleid dat al onder het Brede Herwaarderingsregime van vóór de Wet IB 2001 was gepubliceerd, bleef daarbij zijn waarde behouden. Middels het herziene overzichtsbesluit kapitaalverzekeringen van 23 november 2006 (CPP2006/737M) is Financiën nu gekomen met een aanzienlijke vergemakkelijking van de beleidsregels bij omzetting van kapitaalverzekeringen. Verder bevat deze herziening geen beleidswijzigingen. In deze bijdrage wordt ingegaan op de fiscale omzettingsregels voor kapitaalverzekeringen.

 


Pensioen Magazine

Februari 2007
(nummer 2)

"Wetsvoorstel reparatie overgangsrecht kapitaalverzekeringen gelanceerd"

Na de inwerkingtreding van de (Invoeringswet) Wet IB 2001 heeft diverse herstelwetgeving veel onjuistheden en oneffenheden in de wetgeving doen verdwijnen. Toch was daarmee nog niet alles gerepareerd; het complexe overgangsrecht voor kapitaalverzekeringen leidt nog steeds tot onbedoelde en ongewenste effecten. Het op 26 januari 2007 ingediende wetsvoorstel 'Fiscale onderhoudswet 2007' (TK 30 943) neemt die negatieve effecten voor verreweg de meeste situaties weg. In dit artikel wordt ingegaan op de huidige werking van het betreffende overgangsrecht. Daarnaast worden het wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting besproken.

 


&

Pensioen Alert
Januari/februari 2007
(nummer 1/2)

"Beleid inzake omzetting kapitaalverzekeringen"

Reeds onder het fiscale regime van de Brede Herwaardering (periode 1992 – 2000) is door Financiën een grote hoeveelheid beleid rond omzettingen van kapitaalverzekeringen uitgebracht. Op grond van dat vrij strenge omzettingsbeleid moesten veelal zeer gecompliceerde berekeningen worden gemaakt, terwijl een omzetting of andere aanpassing van een kapitaalverzekering veelal gepaard ging met flinke administratieve handelingen. Deze oude omzettingsregels hebben lange tijd, eigenlijk té lang, gegolden. Voor degene die in de praktijk regelmatig heeft te maken met het omzetten of anderszins wijzigen van een kapitaalverzekering, kwam nog niet zo lang geleden het ‘verlossende’ nieuws dat Financiën zijn fiscale omzettingsregels behoorlijk heeft versoepeld. Deze versoepelde regels zijn gepresenteerd in de herpublicatie van het verzamelbesluit inzake kapitaalverzekeringen. Overigens levert deze herpublicatie geen wijzigingen in bestaand beleid op. Wel hebben enkele kleine aanpassingen plaatsgevonden. Deze worden in deze bijdrage niet besproken. In dit artikel wordt onder meer stilgestaan bij de huidige systematiek bij omzetting van kapitaalverzekeringen. Daarnaast worden de versoepelde fiscale regels van omzetting uitvoerig besproken.

 


Vermogende Particulieren
Bulletin

Januari 2007
(nummer 1)

"Herpublicatie themabesluit lijfrenten; een versoepelende revisie"

Op 14 november 2006 zag een herpublicatie van één van de forse themabesluiten het licht. Het eerste themabesluit inzake lijfrenten is met het besluit van 2 november 2006 in een actueel jasje gestoken. Dat besluit bleek toe te zijn aan een revisie. Tegelijk met die revisie is de praktijk opgeluisterd met een versoepelde regeling voor gevallen waarin is verzuimd lijfrentepremieaftrek te claimen. In deze bijdrage wordt kort ingegaan op de achtergrond van de herpublicatie en worden specifieke wijzigingen uitvoerig besproken. Deze bijdrage is onder meer van belang voor die financiële adviseurs en planners die in hun portefeuille lijfrentepolissen hebben zitten.

 


Vakblad Financiële
Planning

Januari 2007
(nummer 1)

"Versoepeling fiscale regels bij omzetting van kapitaalverzekeringen"

In het vakartikel van Pensioen Alert-nummer 5 van 2006 zijn de belangrijkste fiscale regels bij omzetting van kapitaalverzekeringen op een rij gezet. In dat artikel werd al aangegeven dat de praktijk er erg mee zou zijn gediend als die omzettingsregels zouden worden vergemakkelijkt. Ruim zes maanden later lijkt gehoor te zijn gegeven aan die ‘oproep’. Met het herziene themabesluit kapitaalverzekeringen van 23 november 2006 komt Financiën onder meer met een belangrijke versoepeling van regels bij omzetting van kapitaalverzekeringen. In deze bijdrage worden deze besproken.

 


&

Pensioen Alert

Januari 2007
(nummer 1)

"Hernieuwd overzichtsbesluit lijfrenten: revisie met versoepeling"

In Pensioen Magazine nr. 8/9, 2006 is het eerste overzichtsbesluit over lijfrenten besproken. Hoewel Financiën met de publicatie van het overzichtsbesluit lijfrenten een eerste stap in de goede richting maakte, bleek dat besluit nog niet perfect te zijn. Zoals ik al in mijn eerdere bijdrage meldde, bevatte het diverse oneffenheden. Inmiddels is er een eerste herpublicatie van genoemd besluit. Naast een noodzakelijke revisie zit er ook een belangrijke versoepeling voor de praktijk in; het besluit biedt namelijk een ruimere herstelmogelijkheid voor situaties waarin is verzuimd om lijfrentepremies af te trekken. In deze ‘vervolgbijdrage’ wordt uitvoerig ingegaan op de belangrijkste aanpassingen en toevoegingen die de herpublicatie biedt.

 


Pensioen Magazine

December 2006
(nummer 10)

"Combinatiepolisproblematiek blijft actueel"

In de vorige eeuw liet de Hoge Raad zich al uit over de fiscale samenvoeging van levensverzekeringspolissen. Toch blijft de rechtspraak over zogenoemde combinatiepolissen tot op de dag van vandaag behoorlijk schaars. Dat de problematiek rond combinatiepolissen de fiscale gemoederen nog steeds bezighoudt, bewijst de rechtspraak van de afgelopen jaren. Op 26 juli 2006 heeft het gerechtshof te Arnhem nog uitspraak gedaan in maar liefst drie combi-procedures. Het fiscale levensverzekeringsrecht is gecompliceerd, de combi-problematiek niet minder complex en zelfs bij velen onbekend. In deze bijdrage wordt uitvoerig ingegaan op deze specifieke levenmaterie. Aan de hand van beleid van Financiën en rechtspraak wordt een uitgebreid overzicht van de combinatiepolismaterie geboden.

 


&

Pensioen Alert

November 2006
(nummer 11)

"Attentiepunten nabestaandenlijfrenten"

In deze bijdrage wordt ingegaan op een aantal fiscale aandachtspunten op het gebied van de nabestaandenlijfrenten. Naast een stukje wetsgechiedenis, biedt het artikel een overzicht van de laatste - fiscale - ontwikkelingen rond nabestaandenlijfrenten. Daarbij wordt een aantal in het overzichtsbesluit van Financiën van 28 april 2006, nr. CPP2005/2728M, opgenomen standpunten besproken.

 


Vakblad Financiële
Planning

Oktober 2006
(nummer 8)

"Wetsvoorstel inzake fiscale facilitering banksparen voor pensioenopbouw"

Op 16 januari 2006 is een initiatiefwetsvoorstel ingediend waarmee wordt beoogd extra mogelijkheden te bieden voor het op individueel niveau opbouwen van een aanvullende voorziening voor de oude dag in de zogenoemde derde pijler. In de bijdrage in Pensioen Alert wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het voorstel en de doelstellingen ervan. Vervolgens wordt de regeling beschreven en worden diverse nieuwe begrippen verklaard.

 


&

Pensioen Alert

September 2006
(nummer 7)

"Nabestaandenlijfrenten: de laatste stand van zaken rond omzettingen en afkoop"

In een nog niet zo lang geleden gepubliceerd besluit is het standpunt van Financiën verwoord inzake de omzetting van een onder het regime van de Brede Herwaardering gesloten nabestaandenlijfrente door de nabestaande(n) vanaf belastingjaar 2001. In dat besluit is ook een versoepelende regeling bij afkoop van nabestaandenlijfrenten opgenomen. In de bijdrage in Pensioen Alert worden onder meer beide onderwerpen besproken. Bovendien wordt ingegaan op een stukje wetshistorie.

 


&

Pensioen Alert

Augustus/september 2006
(nummer 8/9)

"Overzichtsbesluit lijfrenten: een praktische verzameling"

In aansluiting op het overzichtsbesluit kapitaalverzekeringen waarmee Financiën ultimo 2005 kwam, zag in mei 2006 het overzichtsbesluit lijfrenten het levenslicht. Met deze twee forse besluiten is nagenoeg al het geldende beleid dat betrekking heeft op de (Invoeringswet) Wet IB 2001, voor zover het gaat om levensverzekeringen in de niet-winstsfeer, opnieuw in beeld gebracht en thematisch gerangschikt. In deze bijdrage wordt ingegaan op de inhoudelijk gewijzigde standpunten van het overzichtsbesluit lijfrenten. Onderwerpen als aanpassing van polissen, nabestaandenlijfrenten en de factor A bij hybride pensioenregelingen komen uitvoerig aan de orde.

 


Pensioen Magazine

Mei 2006
(nummer 5)

"Belangrijkste fiscale regels bij omzetting van kapitaalverzekeringen op een rij"

Het komt in de praktijk veelvuldig voor dat een in het verleden gesloten kapitaalverzekering niet in de oorsponkelijke vorm de einddatum van de overeengekomen looptijd haalt; tussentijds wordt er nog al eens aan geknutseld. Daarbij heeft men lang niet altijd de relevante fiscale regels (volledig) op het netvlies. Dit kan onaangename heffingsgevolgen hebben. In het artikel worden de belangrijkste regels op een rij gezet.

 


&

Pensioen Alert

Maart 2006
(nummer 3)

"Versoepeling fiscale spelregels inzake levensverzekeringen bij echtscheiding e.d."

In een tweetal vakartikelen van Pensioen Alert-nummer 3 wordt ingegaan op de versoepelde wet- en regelgeving terzake van de diverse handelingen met levensverzekeringen in gevallen van echtscheiding e.d. Aanvankelijk traden daarbij niet beoogde fiscale gevolgen op. Ook waren de fiscale gevolgen van dergelijke handelingen vaak niet duidelijk voor de praktijk. Met de inwerkingtreding van de Fiscale onderhoudswet 2004 én het besluit CPP2005/2169M van 30 januari 2006 is daarin verandering gekomen. In de artikelen wordt daarop ingegaan.

 


&

Pensioen Alert

Januari 2006
(nummer 1)

"Beleid en helpdeskvragen over overbruggingslijfrenten"

In het vakartikel van Pensioen Alert-nummer 4 is een nadere uitleg gegeven aan het overgangsrecht voor overbruggingslijfrenten dat is opgenomen in de Wet VPL. Per 1 januari 2006 zijn de premies voor overbruggingslijfrenten niet meer aftrekbaar en is het daarmee samenhangende overgangsrecht voor bestaande lijfrentecontracten in werking getreden. Daarover zijn diverse helpdeskvragen beantwoord door de Belastingdienst. Ook is er een beleidspublicatie gelanceerd. In de bijdrage wordt ingegaan op beide publicaties.

 


&

Pensioen Alert

Januari 2006
(nummer 1)

"Kennisgroep Verzekeringsproducten beantwoordt helpdeskvragen over overgangsrecht overbruggingslijfrenten"

In het artikel ‘Doek is gevallen voor overbruggingslijfrenten’ in Pensioen Magazine nr. 6/7, 2005 is het overgangsrecht voor overbruggingslijfrenten uiteengezet zoals dat is opgenomen in de Wet VPL. Volgens die wet zijn de premies voor overbruggingslijfrenten vanaf 1 januari 2006 niet meer aftrekbaar. Per dezelfde datum is het bijbehorende overgangsrecht voor bestaande contracten van kracht geworden. Zeer onlangs heeft de Belastingdienst daarover een aantal antwoorden op zogenoemde helpdeskvragen gepubliceerd. In het artikel wordt onder meer daarop ingegaan.

 


Pensioen Magazine

December 2005
(nummer 10)

"Aanpassing levensverzekeringspolissen; mogelijkheden en onmogelijkheden op een rij"

Om onder de Wet IB 2001 voor lijfrentepremieaftrek in aanmerking te kunnen komen, moesten veel oude lijfrentecontracten van vóór 1992, qua vormgeving, worden aangepast. Dit kon niet onbeperkt. Als in het verleden een bepaalde levensverzekering is aangevraagd en later blijkt dat een polis is afgegeven die niet strookt met de aanvraag, kan de polis onder bepaalde voorwaarden worden aangepast. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de diverse aanpassingsperikelen rond levensverzekeringen.

 


&

Pensioen Alert

November 2005
(nummer 9)

"Praktijkproblemen bij afkoop Bredeherwaarderingslijfrenten en 2001-lijfrenten"

Ooit sloot men een lijfrente met de bedoeling een aardige spaarcent voor later te hebben. Steeds vaker komt het voor dat men besluit de lijfrente voortijdig tot uitkering te laten komen. Is men dan niet goed doordrongen van de met de afkoop gepaard gaande fiscale gevolgen, dan leidt dit regelmatig tot onaangename situaties. In deze bijdrage worden de fiscale én praktische gevolgen van afkoop van een lijfrente uitvoerig belicht.

 


&

Pensioen Alert

November 2005
(nummer 9)

"Oude lijfrenteregels beïnvloeden toerekening van lijfrentetermijnen bij echtgenoten"

Het tijdperk van het fiscaal zo soepel geformuleerde lijfrenteregime van vóór de Brede Herwaardering ligt al ver achter ons, maar laat in de hedendaagse praktijk nog vaak genoeg zijn fiscale sporen en discussiepunten na. De nadruk ligt nu natuurlijk niet meer op de aftrekkant van deze vóór 1992 gesloten lijfrenteverzekeringen, maar op de uitkeringenkant. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de invloed die de oude lijfrenteregels blijven hebben op de toerekening van lijfrentetermijnen bij echtgenoten.

 


Pensioen Magazine

Oktober 2005
(nummer 8)

"Inhaal oude jaarruimten; elementen reserveringsruimten"

Door de invoering van de Wet IB 2001 is het lijfrenteregime aanzienlijk versoberd; er is tegenwoordig nog maar in zeer beperkte mate ruimte voor lijfrentepremieaftrek. De wettelijke bepalingen rond de lijfrentepremieaftrek zijn vanaf de invoering van de Wet IB 2001 praktisch ieder jaar gewijzigd. Met name is er in de sfeer van de jaarruimteberekening flink wat veranderd. Deze wijzigingen werken door in de berekeningswijze van de reserveringsruimte. Voor de praktijk is niet altijd helder welke elementen van welke jaren in de formule van de reserveringsruimte moeten worden ingevuld. In dit artikel wordt dit uitvoerig toegelicht.

 


&

Pensioen Alert

September 2005
(nummer 7)

"Toerekening uitkeringen uit oude lijfrentecontracten tussen echtgenoten"

De Wet IB 2001 omschrijft het begrip ‘persoonlijk (arbeids)inkomen’ niet meer. Dit stuit bij de toerekening van uitkeringen uit pré-Bredeherwaarderingslijfrenten bij gehuwden op praktische problemen.

In deze bijdrage wordt aangegeven hoe daarbij te werk kan worden gegaan.

 


&

Pensioen Alert

Juni - juli 2005
(nummer 6/7)

"Doek is gevallen voor overbruggingslijfrenten"

Vanaf de inwerkingtreding van de Brede Herwaardering in 1992 wordt er regelmatig op het lijfrenteregime beknibbeld: de aftrek van lijfrentepremies wordt steeds verder teruggedrongen. Ook met de onlangs aangenomen Wet VPL is het lijfrenteregime weer verder uitgekleed. Deze keer zijn het de overbruggingslijfrenten die de volgende ronde niet hebben gehaald; vanaf 1 januari 2006 zijn de voor een dergelijke lijfrente betaalde premies niet meer aftrekbaar. Samenhangend daarmee is er een beperkt overgangsrecht voor bestaande contracten gepresenteerd. Dit overgangsrecht is echter niet altijd even duidelijk voor de praktijk. In het artikel wordt daarop nader ingegaan.

 


Pensioen Magazine

Juni 2005
(nummer 6)

"Hoge Raad biedt praktijk handvat bij totstandkoming verzekeringsovereenkomsten"

Gedurende de laatste jaren wordt regelmatig recht gesproken in procedures waarbij in geschil is op welk tijdstip een levensverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. Hoewel het vaak gaat om zaken van feitelijke aard, is het toch mogelijk daarbij enige richtlijnen te geven. In een tweetal op 29 april 2005 gewezen arresten (nrs. 38.393 en 38.856) heeft de Hoge Raad een aantal regels gegeven die als uitgangspunt kunnen worden genomen bij de totstandkoming van een overeenkomst van levensverzekering. In de bijdrage worden de relevante elementen op een rij gezet en nader toegelicht.

 


&

Pensioen Alert

April 2005
(nummer 4)

"Overbruggingslijfrenten in de overgang; een nadere uitleg van het overgangsrecht"

Sinds 1992 is het fiscale lijfrenteregime aanzienlijk gewijzigd en is lijfrenteaftrek nog maar beperkt mogelijk. Met de aanname van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling door de Eerste Kamer is er andermaal ingegrepen in het lijfrenteregime. Er mogen vanaf 1 januari 2006 geen lijfrentepremies meer worden afgetrokken voor overbruggingslijfrenten. In het artikel wordt meer duidelijkheid gegeven over het voor op 31 december 2005 bestaande overbruggingslijfrenten geldende overgangsregime.

 


&

Pensioen Alert

Januari 2005
(nummer 1)

"Laatste ontwikkelingen rond wetgeving inzake loondervingsstamrechten"

Ondanks dat dit wel de bedoeling is geweest van de wetgever, zijn enkele wettelijke bepalingen voor loondervingsstamrechten de afgelopen jaren toch niet volledig gelijk geweest aan de wettelijke bepalingen die voor pensioenaanspraken gelden. Met de aanname van een aantal reparatiewetsvoorstellen zijn die omissies hersteld. In deze bijdrage worden de inmiddels weggenomen verschillen in wetgeving behandeld, alsmede de reparatiewetgeving waarmee de omissies zijn hersteld. Tenslotte wordt ingegaan op de laatste stand van zaken rond de stamrechtvrijstelling in de LB-sfeer.

 


&

Pensioen Alert

December 2004
(nummer 10) 

"Ontslaguitkeringen bij grensoverschrijdende arbeidsverhoudingen"

Dit jaar zijn door de Hoge Raad (HR) diverse richtinggevende arresten gewezen inzake de heffingsbevoegdheid ten aanzien van ontslaguitkeringen, toegekend bij beëindiging van dienstbetrekkingen in internationaal verband.

In dit artikel worden die arresten besproken. Ingegaan wordt alleen op situaties waarin Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing heeft gesloten.

 


&

Pensioen Alert

Oktober 2004
(nummer 8)

"Wetsvoorstellen inzake levensverzekeringen op een rijtje gezet"

Gedurende de afgelopen maanden zijn de nodige wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal gestuurd. In een aantal van die voorstellen zijn diverse wijzigingen op het terrein van levensverzekeringen begrepen.

In dit artikel worden deze onderwerpen op een rij gezet.

 


&

Pensioen Alert

September 2004
(nummer 7)

"Lijfrenten. Een praktisch overzicht inzake lijfrentepremieaftrek voor niet-ondernemers"

Met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 heeft de wetgeving op het gebied van lijfrenten behoorlijk wat wijzigingen ondergaan. Sinds 1 januari 2001 zijn de mogelijkheden om de lijfrentepremie af te trekken veel beperkter dan vóór die datum. Vanaf belastingjaar 2001 zijn de wettelijke regels rond lijfrenten nagenoeg ieder jaar gewijzigd. Zo is de berekeningswijze van de jaarruimte tussentijds herzien en is de terugwentelingsperiode herhaald gewijzigd. Dat de lijfrenteaftrek een belangrijk onderwerp in de praktijk is, bewijst ook het feit dat dat de Belastingdienst bij de behandeling van de aangifte 2003 extra aandacht besteedt aan de juiste lijfrentepremieaftrek. In deze bijdrage worden de lijfrenteregels op een rij gezet en wordt een overzichtelijk handvat voor de praktijk geboden.

 


&

Pensioen Alert

Juni 2004
(nummer 6)

"Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in de praktijk; aftrekbaarheid koopsom en overige aandachtspunten"

Vóór inwerkingtreding van de Wet IB 2001 bestond er regelmatig discussie over de aftrekbaarheid van een gefinancierde koopsom die was betaald voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering uitkerend in periodieke uitkeringen. Met het recent verschenen vraag-en-antwoordbesluit is er voor de praktijk meer duidelijkheid gekomen over de aftrekbaarheid van een meegefinancierde koopsom voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het besluit geeft ook antwoord op een aantal andere vragen op het terrein van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. In het artikel wordt nader ingegaan op genoemd besluit.

 


&

Pensioen Alert

Mei 2004
(nummer 5)

"Vrijstellingen en imputatie bij kapitaalverzekeringen: een kwestie van bijhouden"

Bepaalde vrijstellingen bij kapitaalverzekeringen moeten sinds 1 januari 2001 worden afgeboekt op de 3 soorten vrijstellingen die (kunnen) gelden voor kapitaalverzekeringen. Op deze zogenoemde imputatieregeling wordt in het artikel ingegaan.

 


Pensioen Magazine
April 2004
(nummer 4)

"Vrijstellingen en werking imputatieregeling bij kapitaalverzekeringen"

Vrijgestelde uitkeringen uit kapitaalverzekeringen van het Bredeherwaarderingsregime en uit een kapitaalverzekering eigen woning moeten vanaf 1 januari 2001 worden afgeboekt op drie typen vrijstellingen voor kapitaalverzekeringen; voorzover die uitkering is vrijgesteld moet dat bedrag daarop worden afgeboekt. Deze vaak zo ingewikkelde imputatieregeling vereist het nodige rekenwerk. In het artikel wordt die regeling nader uiteengezet.



&

Pensioen Alert

November 2003
(nummer 11)

"Lijfrenteaftrekruimten; een overzicht en de laatste ontwikkelingen"

Met ingang van 1 januari 2001 is de wetgeving rond lijfrenteverzekeringen ingrijpend gewijzigd. Een belangrijke doelstelling van de Belastingherziening 2001 was verlaging van het inkomstenbelastingtarief en grondslagverbreding in de inkomstenbelastingsfeer. Daartoe is onder meer de lijfrentepremieaftrek aanzienlijk verminderd. In het artikel wordt uitvoerig ingegaan op de jaarruimteberekening en de meest recente ontwikkelingen op dat punt.


Pensioen & Praktijk

Op deze pagina is een overzicht te vinden van door mij voor diverse vakbladen geschreven - fiscale - vakartikelen en praktijkartikelen.